Nepal – Onder de indruk

Pokhara 20-22 april

We zijn moe. Moe van 15.000 km fietsen, 3 weken en 260 km wandelen en net wat harder reizen dan goed voor ons is. We ploffen neer in ons relaxte luxe hotel, al kost deze maar $10,- per nacht. We hadden veel willen bloggen en polarsteppen en dachten veel te hebben gedaan. Het stelt helaas niets voor. Het kost moeite om op gang te komen en we nemen een Paasweekend vrij. We doen in 3 dagen niet veel meer dan het verlengen van het Nepalese visum (appeltje, eitje) het reorganiseren van onze spullen, een machinewas en focussen ons op de reistoekomst. We kopen een kaart van China, digitale Lonely Planets van China, Japan en Zuid Korea, zetten puntjes op de i voor Tibet en bekijken wat we de komende 3 weken in Nepal willen en kunnen doen. Het nationale park Chitwan staat op ons lijstje en heeft als gevolg 6.000 hoogtemeters in de richting van Kathmandu. We slapen er nog maar een nachtje over.

Pokhara heeft een meer dat we niet erg boeiend vinden, tig winkels met van alles voor wandeltochten en restaurantjes en cafeetjes met happy hour. Aangezien onze tassen van happy hour niet zwaarder worden, ligt onze focus op het laatste.

Het is goed om rust te hebben. Het is fijn om op één plaats te zijn voor een aantal nachten. En het is een luxe geworden om continu werkende wifi te hebben. We reizen best snel. We gaan wat verlangzamen. Slow travelling met de fiets is zo relaxt nog niet. Het is en wordt relaxt als we tijd nemen en hebben om in het hier en nu te zijn, terug te kijken, te schrijven, vooruit te denken en te plannen en ons verplaatsen als we er klaar voor zijn. Morgen wellicht.

Bandipur 23 en 24 april

De wekker gaat om 5 uur. Als vanouds. We moeten weer proberen in een fietsritme te komen en dus om 6 uur op pad te gaan om de koelere uren te gebruiken. Die 6 uur wordt half 7, maar dan stappen we toch, met lichte tegenzin op de fiets. Wat voelt het allemaal raar. Wat zijn de fietsen zwaar met al die extra bagage; twee rugzakken, twee paar wandelschoenen, twee donsjassen, wandelstokken, regenkleding en zo nog wat dingen extra, t.o.v. onze normale fietsuitrusting. Met deze uitdragerij gaan we op pad. Pokhara door en de ‘grote’ weg op die Pokhara met Kathmandu verbindt. Deze weg volgen we 70 kilometer en die kilometers zijn redelijk vlak. Of liever, ze lopen wat af. En met een windje mee en een zonnetje wat zich gedeisd houdt, vlotten we lekker. De 70 km is in 4 fietsuren geslecht. Enige spannende moment is als Hilgien vol in de remmen moet voor een tegemoetkomende motor die bij een inhaalactie volledig op onze weghelft terecht komt. Hij en Hilgien gaan recht op elkaar af en pas op het allerlaatste moment remmen beiden en staat Hilgien met een piepende band stil. Remmentest is geslaagd! De remmen zijn goed gerepareerd in Pokhara.

Na een pauze van 12 tot half 1 volgt het laatste rukje omhoog naar Bandipur. 8 kilometer, appeltje eitje toch? Toch niet! Precies als we de fietsen beklimmen en de temperatuur al aardig was opgelopen, breekt het zonnetje door. Maar belangrijker nog, we moeten 8 km lang gemiddeld 10% stijgen. Of het de overstap is naar het fietsen, of de warmte, of de steilte, we weten het niet. We weten het allemaal niet meer zo, want de klim duurt eindeloos lang. Na een verplichte pauze vanwege wegwerkzaamheden, komen we 3,5 uur geworstel later aan in Bandipur. We zijn 5,5 uur onderweg geweest voor 70 km en 3,5 uur voor de laatste 8 km. Dit voelt echt als de zwaarste beklimming die we gedaan hebben. Waarom niet een hotelletje beneden geboekt en zonder bepakking naar het stadje gefietst?!

Bandipur is een mooi plaatsje. Gelegen hoog boven een rivierdal, was het een belangrijke handelsplaats op de route tussen India en China, vanwege het ontbreken van malaria. Hierdoor kon het stadje uitgroeien tot een welvarende plaats, totdat de aanleg van wegen de plaats overbodig maakte en het stadje in verval raakte. Inmiddels is het mooi opgekalefaterd en heeft het prachtige stenen huizen met veel mooi houtsnijwerk versierd. Het is sfeervol, we eten heerlijk (en goedkoop!). Morgen gaan we de omgeving bekijken. Te voet…

Het vroege opstaan is niet helemaal gelukt en dus zijn we pas om 9 uur aan de wandel. We wandelen naar het dorpje Ramkot. Ramkot is een traditioneel dorp op een kilometer of 5,5 van Bandipur. De route is relatief vlak (Nepalees vlak) en de wandeling is mooi. De route had nog veel mooier kunnen zijn, als we een heldere lucht hadden gehad, met vergezichten. Helaas is dat (in dit deel van Nepal en in deze tijd van het jaar) niet het geval. Ramkot zelf is een schattig plaatsje, met deels lemen huisjes, houten hekwerken, ronde hooibergen en overal drogende maiskolven en loslopende geiten en kippen. Als door het dorpje lopen op weg terug, worden we uitgenodigd door een groep mensen. Kennelijk is er een festiviteit gaande ter ere van één of andere god. Dat betekent offeren en eten. We krijgen eten en rijstwijn aangeboden. Laten we niet teveel nadenken over (gebrek aan) hygiëne en nederig aannemen wat ons aangeboden wordt. Hilgien wordt nog even hardnekkig omarmd om samen met één van de oudere vrouwen op de foto te gaan.

Terug in Bandipur leggen we een 3 kilometer lange tocht over eindeloos veel trappen af, naar de Soddha grotten. Het schijnen de grootste grotten van Nepal te zijn, dus laat maar komen! De tocht gaat gelukkig door het bos, met beschutting tegen de zon. Na ongeveer een uur komen we aan bij de grot en gaan we samen met een verplichte gids naar binnen. De grot is groter dan dat hij mooi is. Qua formaties is hij lang niet zo mooi als de grotten in Slovenië, maar ik vrees dat we wel een beetje verwend zijn geraakt. Of het al die trappen waard is geweest? Ach, onze gids had in elk geval een levendige fantasie om in elke formatie één of ander dier of mens te zien…

We komen uitgehongerd aan in Bandipur en schuiven direct aan in een restaurantje, waar we de meest fantastische yak- en vegetarische burgers eten. Morgen weer bijtijds vertrekken om te proberen de warmte te verslaan. Of dat gaat lukken, valt te bezien. We hebben 90 km voor de boeg en gaan naar Chitwan NP in de jungle van Nepal.

Sauraha 25 en 26 april

We starten om 6.15 uur met de afdaling. Van dezelfde heuvel waar we eergisteren 8 km op gekastijd zijn. Een feest is de afdaling niet, want de afdaling is steil en Hilgien heeft maar één rem. En die ene rem raakt continu oververhit. En doet dan niets meer. Dat betekent regelmatig een afkoel momentje. Als we heelhuids beneden zijn gekomen, wordt al snel duidelijk, dat vandaag niet een topdag gaat worden. We zijn loom en krachteloos. De koffie in de eerste pauze helpt iets, maar de snel oplopende temperatuur doet dat effect weer teniet. Het maakt dat we in een roes de 90 kilometer afleggen. Halverwege de middag komen we in Sauraha aan. We informeren over de prijzen en mogelijkheden om het Chitwan NP te bezoeken en besluiten dat we eerst een rustdag nemen vóórdat we een volledige dag gaan trekken bij een temperatuur van 40 graden.

Een weekend de jungle in 27 en 28 april

In een uitgeholde boomstam functionerend als kano, varen we in het vroege ochtendgloren de Rapti rivier af. De rivier vormt de grens van het Chitwan NP. Het begint goed, we laveren tussen de krokodillen door. We houden afstand van de gevaarlijke moeraskrokodil en de verlegen, visetende gangesgaviaal. We dobberen lekker wat door als een boot voor ons aanmeert. Kennelijk is er wat gespot en we nemen polshoogte. In een poel is het een kabaal van jewelste. Neushoorns! We moeten afstand houden want ze zijn met elkaar in gevecht om het beste plekje. We lopen om de poel heen en dan zien we ze. Ze zijn lekker aan het badderen en hebben ons totaal niet in de gaten. Wel de neushoorn die achter ons staat. We staan volledig tussen de neushoorns in… Wegwezen hier! Als we een stukje verderop terug kijken staat de neushoorn op ónze uitkijkpost ons weg te kijken. Wat een begin! In een uur tijd meerdere krokodillen en 6 neushoorns. De dag kan niet meer stuk.

Kanoën wordt wandelen. 20 km lang. We zoeken tijgers, luipaarden, (lippen)beren, olifanten, wilde zwijnen, herten en nog meer neushoorns. We vinden overal neushoorns en 2 soorten herten. De rest blijft onvindbaar door het hoge gras waar ze zich goed kunnen verstoppen. De neushoorns vinden het net als wij erg warm met 37’C. We vinden ze overal badderend. De ene keer liggen ze wat te snuiven van genot, de andere keer rollebollen ze, waardoor de grote poten boven water uitkomen. Ondertussen gaan hun enorme oren heen en weer van genot. Zo maar een wandeling en we krijgen zo’n 15 neushoorns te zien! Geweldig. Natuurlijk hopen we op nog een ander groot dier, al is het een olifant, maar dan zonder bestuurder. Morgen een nieuwe dag, nieuwe kansen!

Gisteravond én vannacht kwam er een neushoorn op bezoek, langs het restaurantje en langs onze kamer. De laatste keer maakte hij lawaai als een olifant in een glazen kast. Helaas missen we hem of haar beide keren. De voetafdrukken verraden de boel. We vinden het te gek voor woorden, een neushoorn die hier rondscharrelt? Tja de groentetuintjes hier zijn smakelijke kost en dus gebeurt het met regelmaat.

Via de bufferzone wandelen we de volgende dag terug naar Sauhara. Het gebied aan de andere kant van het water. Hier zien we geregeld een neushoorn, nu op grotere afstand. De gewenste andere grote dieren als de tijger, een beer of Ronaldo, de olifant, komen we helaas niet tegen. Ondanks dat de temperatuur een tikkie aangenamer is, valt de dag wat zwaar. De gidsen lijken er niet zoveel zin in te hebben en niet te proberen wildlife te spotten. We sjokken van mogelijke neushoornspot naar neushoornspot. Auke en ik turen het landschap af. We zien meerdere clubjes herten, een jakhals, een prachtige neushoornvogel en makaken. Een aap is in discussie met een stel kraaien, erg grappig om te zien. We zien sporen van beren, tijgers en neushoorns. Als we door een dichter begroeid bos lopen begint de gids voor ons opeens te schreeuwen. Onze eerste reactie: een beer! Want zodra we een beer zien moeten we schreeuwen en anderszins lawaai maken. Het blijkt een ander gevaar te zijn. Eén waarop we niet zijn voorbereid. Het is een levensgevaarlijke slang! De gids staat nog steeds te trillen op zijn benen, hij stond er bijna op…! De slang is gevlogen en wij vliegen ook door.

Na een lange pauze aan de rivier in de schaduw, wandelen we het laatste stuk terug naar Sauraha, via het EBC. Nee, niet Everest Base Camp, maar Elephant Breeding Center. Tot onze teleurstelling heeft het broedprogramma niet tot doel om het aantal wilde olifanten te bevorderen, maar worden hier olifanten gefokt en opgeleid tot (goedkope) arbeidskrachten. Veel is er niet te leren en te zien, behalve wat olifanten vastgeketend aan hun verblijf.

Was het de moeite waard, deze wandeling? Ja, we hebben een onwaarschijnlijke hoeveelheid neushoorns gezien en flink wat krokodillen en daarnaast nog wat kleiner wild. Het park was ook mooi, alhoewel niet de jungle die we verwacht hadden. Het is Jammer dat we het merendeel van het wild gezien op dag één zagen tijdens de kanotocht. En van de gidsen, alhoewel kundig, hadden we wat meer input verwacht. Een actievere en enthousiastere houding om ons dingen te laten zien en te vertellen. We zijn op onderzoek uitgegaan naar de juiste gids en deze werd immers aanbevolen…

We zijn een jaar aan het reizen. Bijna. Zijn we veel te veel verwend met al het moois wat we hebben meegemaakt? Zijn onze verwachtingen te hoog? Hoopten we op compensatie van het gemiste wild in India? Misschien is ons hoofd verzadigd van alle indrukken en worden we niet meer zo snel verrast? Zo zijn we nu al meer dan een maand in Nepal. Langer dan bijna elk ander land en hebben we niet het idee dat we een goed beeld hebben van het land. Dat komt zeker niet door de mensen. Die zijn vriendelijk, hartelijk, open en goed benaderbaar. Misschien stellen wij ons niet voldoende open voor hen? Ik denk dat we even pauze nodig hebben. Een jaar reizen is stiekem meer dan genoeg. Echter onze woning komen we voorlopig niet in en 2 maanden geleden dachten we er anders over; dat er nog zoooooveeeel te zien en te fietsen valt. Bovendien; we gaan voor €15.000,- voor sarcoomkanker onderzoek en daarvoor is blijkbaar meer tijd, meer kilometers en andere inspanningen nodig.

Help jij ook mee?  www.hdkt.nl/acties/fiets-naar-nepal/

Maandag 29 april – Donderdag 2 mei, Fietsen van Chitwan naar Kathmandu

Vanaf Chitwan fietsen we naar Kathmandu. Om 7.00 uur zitten we verbaasd aan de koffie. We hebben al een uur en bijna 18 km gefietst. Het is vlak en gemakkelijk en dus gaat het 70 km soepeltjes. Maar dan is het middag en de temperatuur te hoog. Juist vóór een enorme klim. We checken in in een resort met prijzen van $7 tot $60,- per nacht. We kiezen de goedkoopste wat duidelijk een aftandse kamer is met smerige handdoeken. Dat laatste vinden we gewoonweg onbeschoft. Je hoeft toch niet de afdankers aan te bieden? De rest van de dag gebruiken we om te bloggen en foto’s te sorteren. Zowel het bloggen als het reduceren en selecteren van duizenden foto’s is een last geworden. Niet veel mensen lezen ons geschreven blog en we lopen inmiddels 4 maanden achter. Ermee stoppen vinden we zonde. Al zou dat veel rust geven. Wij hebben ons – als voorbereiding op de reis- ingelezen in fietsblogs van anderen. We hebben zelf ook de behoefte terug te kunnen lezen wat we hebben beleefd. Waren we maar eens bij! Dat is één moment gelukt, in Azerbeidzjan. En toen gingen we Iran in en sindsdien is het nog veel erger geworden… wooooh alweer 5 maanden lopen we achter. Gloepppp. Tussen het bloggen door lopen we even de stad door. We zien drie geitjes aan een lantaarnpaal voor een slager. Als we even links kijken zijn het er twee. Kijken we rechts is het er één. Kijken we even in de slager dan ontdekken we het lot. Nog geen 5 minuten later horen we de laatste ook niet meer blaten naar zijn vriendjes… Hygiëne is misschien niet de enige reden om vegetariër te zijn of te worden in dit soort landen. Met je neus op de feiten eet je met schuldgevoel.

De vroege start (6.15u) in Hetauda loopt direct in het honderd, want we starten met een lekke band, gevolgd door nog een lekke band na een half uurtje fietsen. Dus als we echt beginnen, is de temperatuur al weer behoorlijk opgelopen en dat is vervelend omdat we een lange, zware klim voor de boeg hebben. De langste van onze hele reis. Het eerste stuk naar Bhimpedi, onze lunch stop, is pittig, maar daarna begint het pas echt. Vanaf hier is het alleen maar 12%, 14% en meer omhoog. Het asfalt is weliswaar redelijk goed, echter het is te steil! Als we op 3/4 van de klim zijn, besluiten we dat het niet gaat lukken en proberen we de bagage omhoog te laten liften, of eventueel zelf te liften. Het is eigenlijk nog maar 5 km… echter met deze hitte, de nog meer toenemende steilte, de daarom vele nodige stops, gaat het heeeeeel lang duren. De meeste Jeeps zitten tot aan de nok toe vol. Gelukkig lukt het ons een automobilist te stoppen die het grootste deel van de bagage voor ons naar boven wil nemen. We wisselen telefoonnummers uit en nu maar hopen dat hij te goedertrouw is! Als we nog geen half uur onderweg zijn, krijgen we een telefoontje dat hij boven is. Hij staat er op om op ons te wachten en niet onze bagage onbeheerd achter te laten. Super aardig natuurlijk, maar wij vinden dit a. teveel gevraagd en b. te bezwaarlijk terwijl hij al zoveel voor ons betekent. Bovendien geeft het ons extra druk. Het is weliswaar nog maar 4 kilometer, maar daar gaan we echt nog wel een uur over doen. Zelfs met zoveel bagage minder. En inderdaad zijn we net binnen een uur boven. Meneer staat ons al op te wachten. Samen doen we nog een hapje en een drankje waarna ieder zijn weg vervolgt.

In eerste instantie gaan we naar beneden. Daarna volgt er een geniepig klimmetje van 300 hoogtemeters om in Kulekhani aan te komen. Het plaatsje stelt niet zoveel voor en de beperkte slaapgelegenheden zijn allemaal vol. Dat wordt dus toch wildkamperen. We zochten tevergeefs al een plekje aan het stuwmeer. Hier rijden we wederom heen en weer zonder een plekje te vinden. Iemand raadt een resort aan waar we heen fietsen. Deze ligt onderaan de berg…. We besluiten de tent in het zicht op de afslag van het resort te plaatsen. We worden veelal opgemerkt, maar het bekommert niemand. Een prima eerste keer wildkamperen in Nepal.

We dáchten het ergste te hebben gehad… Echter we zijn nog geen 3 kilometer op weg en de weg is opgebroken. We hebben een omleiding. Het zijn dezelfde stijgingspercentages als gisteren (en erger) en dan onverhard. Fietsend is dit niet te doen. Sterker: het lukt niet eens om de fiets omhoog te duwen. We moeten om en om de fietsen met z’n tweeën duwen. Dus een paar honderd meter de ene fiets omhoog, teruglopen en de andere fiets een paar honderd meter omhoog. Dit wordt het zwaarste stuk van onze reis (tot nu toe). Zo steil en zo slecht is de weg. Bovendien is het heet en stoffig met de vele brommers en motoren die ons passeren. Wat anderen fijnstof noemen, noemen we rotstof. Masker op, longen vol… Na 4 uur zijn we 5 (!)km verder. Wat een k…dag. We stranden in Pharping. Na een lunch om 16 uur en weer een lekke band, melden we onze warmshower host dat we Kathmandu niet gaan halen… Al is het nog geen 20km te gaan.

Pharping is een toeristische plaats. We googlen waarom en zien het om ons heen. Het is een religieuze plaats met enorm veel kloosters. Elk jaar komt er wat bij. We maken gebruik van de gelegenheid hier te zijn gestrand. Voordat we de volgende dag vertrekken wandelen we langs een paar van de vele tempels. Kinderen zijn de kloostertuin aan het onderhouden. Ze kijken niet op of om. Wie kiest ervoor dat een kind in een klooster opgroeit? Wat betekent dat voor de ouders? Wat betekent het voor de kinderen? Het komt over als een kostschool. Ben je als ouder trots dat je kind opgroeit als monnik of is het noodzaak deze afstand te nemen? Vele vragen waar we graag antwoord op krijgen. Misschien lukt dat in Tibet als we continu een verplichte gids om ons heen hebben.

De weg naar Kathmandu is vaak slecht met gaten, onverharde stoffige delen en teveel steile stukken. Het laatste stuk gaat beter en we komen aan bij Pushkar Shah, een legende in Nepal. Hij heeft in 11 jaar 150 landen befietst én de Mount Everest beklommen. We missen het contact met locals. We willen met deze reis de wereld een stukje beter leren kennen. In Nepal is dat tot heden niet gelukt. Pushkar is aanbevolen op de fietsappgroep (inmiddels 250 leden die momenteel in Europa en Azië fietsen). Hij is dan wel een legenda met veel verhalen, hij lijkt ze niet persé te willen delen. De hele communicatie is beperkt tot een vraag, een relatief kort antwoord en stilte. Dit hadden we niet voor ogen. Pushkar host in zijn ‘soort van b&b’ honderden fietsers. Momenteel is er een Canadees en Chinees stel. Ze zijn hier al twee weken en ook verdacht veel op zichzelf. We hebben geen idee wat er speelt en krijgen het gevoel dat hij plichtsmatig host en niet de behoefte voelt contact te hebben. Hij is nu 10 jaar terug van zijn wereldreis, werkt niet en lijkt vooral te teren op die ervaring. De korte flarden die we ervan meekrijgen zijn indrukwekkend. Hij is met 100 rupees van huis gegaan én terug gekomen. Hij at alleen de lunch omdat hij voor eten en slapen afhankelijk was van anderen. Hij heeft 11 jaar afhankelijk geleefd in vrijheid…
De beperkte interesse van zijn kant om ervaringen en tijd te delen geven ons de vrijheid waarvoor we vaak kiezen niet te couchsurfen of bij warmshowers te blijven. We hebben onze eigen grote slaapkamer, een keuken om te kunnen koken en een koelkast voor o.a. onze geliefde mayonaise. We zitten 4 km van het centrum af, wat met de fiets geen enkel probleem is. Het grootste voordeel van de afstand naar de stad is de adembare lucht. De luchtvervuiling in Kathmandu is vreselijk. Vreselijk. Een kwart van de mensen draagt een stofmasker. Wij dragen hem nu vaker wel, dan niet.

Donderdag 2 t/m zaterdag 4 mei Kathmandu

Met gistermiddag erbij hebben we 2,5 dag voor Kathmandu. Tijd voor sightseeing! Nou ja, eerst maar even de lasten, dan de lusten. Sinds India heb ik 0,5 tot 1,5 werkende rem. Er zijn wat reparatie pogingen gedaan, met als gevolg meer schade en sinds een paar dagen één goede rem. Vanuit Pokhara zijn we verwezen naar een MTB-winkel in Kathmandu. Hier hebben ze een tweedehands klein rond dingetje wat in Mysore bij ‘reparatie’ is kapotgegaan. Kosten €4,- en blijvend gebruik van alle goede onderdelen. Het alternatief was €160,-. Dat verschil was de steile afdalingen van Pokhara wel waard. We kopen gelijk een nieuwe fietspomp, omdat de oude met alle lekke banden intensief is gebruikt en kuren vertoond.

Voor de formaliteiten voor de groepsvisa voor China gaan we langs bij het kantoor van Tibet Vista. De naar onze mening dure organisatie. Ze melden per mail; ga gerust voor een goedkopere organisatie,’You get where you pay for’. Met hoge verwachtingen komen we op kantoor, een illusie armer staan we buiten. Communicatie over onze reis lijkt er niet te zijn geweest. Dit plaatselijke kantoor is voor iedereen die vanuit Kathmandu naar Lhasa reist. Doch weten ze niet dat we niet dag 1 maar dag 2 de grens over gaan. En zo zijn er meer dingen. Zucht. Onze grootste zorg is dat het meebrengen van de fietsen op het allerlaatst een discussiepunt gaan worden. Eerst maar eens zien óf we een visum krijgen en óf dat voor 30 dagen China is. Of geen visum dan wel een visum voor een kortere periode.

Tijd voor de lusten! Kathmandu is smogstad en prachtstad! Pokhara is schoner, echter een startpunt voor wandelen en daarop is het volledig ingericht. Kathmandu heeft zoveel te zien, te proeven en te beleven. We zijn onder de indruk van de Durbar Squares in Patan en Kathmandu. Prachtige oude tempels en gebouwen, al is een deel kapot en in de stijgers sinds de aardbeving van 2015. Je betaalt €8,- om over het plein te lopen, hopelijk gebruiken ze dit geld voor de wederopbouw.

Volgens Ymkje moeten we naar Bouddhanath, een enorme stupa aan de buitenzijde van Kathmandu op de handelsroute naar Tibet. Ook voor ons één van de laatste stops voor we die kant op gaan.
Met de fiets ben je lekker snel in deze drukke stad. Onderweg naar Bouddhanath kwamen we per ongeluk eerst bij een andere indrukwekkende bezienswaardigheid terecht: Pashupatinath. Een groot terrein vol shrines, tempels en –net als in Varanassi- burning ghats: de plaats waar mensen openlijk worden verbrand om vervolgens in de heilige rivier te belanden.

Wat is Bouddhanath indrukwekkend! Een enorm wit groot ding met een gezicht. Kloksgewijs lopen er continu mensen om de stupa. Dames en heren in traditionele kleding, monniken en in minderheid toeristen. Daartussen of daaromheen zitten monniken en andere (meestal lichamelijk) minder bedeelden hun hand op te houden. Het is lastig hier niet over te oordelen… We doen er maar gewoon aan mee en geven een paar mensen wat roepies. Een manier om iets wat we niet goed begrijpen in stand te houden.

De meest smakelijke highlight, ondanks de gevonden chaat, is de lassi. Wat een verschrikkelijk lekkere lassi hebben ze hier! Een dagelijks terugkerend hoogtepunt, afsluiter, start of gewoon als tussendoortje op de dag.

Zondag 5 t/m woensdag 8 mei Helambu track

We denken dat het goed is om nog wat hoogtemeters te maken, voordat we Tibet in gaan. De hoogte die we op het Annapurna Circuit hebben gehaald, is allang uit ons bloed. We besluiten de Helambu track te wandelen, een korte wandeling met hoogtes. Gisteravond hebben we dit besloten, vanochtend bussen we naar het startpunt Sundarija. Een afstand van 16 km waar we 2,5 uur over doen. Welkom in Nepal.

We zijn de bus nog niet uit en mogen al steil klimmen. Het is een vooralsnog een groene wandeling. Hogerop valt de schade aan gebouwen op. Het gevolg van de aardbeving van 2015. Soms zijn hele dorpen weggevaagd en zien we louter de resten. Er wordt op de meeste plaatsen gelukkig hard gewerkt aan het herstel. Het herstellen van huizen is afhankelijk van het netwerk van de eigenaar. In Nepal worden vele talen en dialecten gesproken. Als je geen Nepali spreekt lig je al een streep achter. Als je vervolgens ook niet weet welke wegen je dient te bewandelen voor overheidsgeld, komt er van herstel niets. Mensen hebben geen geld of verzekering om de schade te herstellen. Per dorp (en daarmee taal en netwerk) zien we hierdoor grote verschillen.

Net als op het Annapurna circuit zien we veel Boeddhistische invloeden. Overal zien we gompa’s, stoepa’s en gebedsvlaggetjes. De wandeling ervaren we als prettiger omdat we meer op wandelpaden lopen dan stoffige wegen. Alhoewel de vergezichten beperkt zijn door de smog, lopen we veel door (rododendron) bossen. Als we op dag drie halverwege de Thetapati pas zijn, hebben we ineens uitzicht op het hooggebergte met zijn besneeuwde toppen. Weliswaar nog steeds half schuilgaand achter de smog. Dat zal pas beter zijn na de moesson. In één dag klimmen we 1.300 meter naar de pas en dalen we hetzelfde aantal meters weer af. Pittig, vooral omdat het flink steil is, maar we liggen mooi op schema om de wandeling in 5 dagen te doen.

Op wandeldag 4 willen we naar Tarke Ghyang lopen en vandaar naar Timbu in twee dagen. Als we de rivier naderen hebben we een déjà vu, eerst 600m dalen, en weer 600m stijgen. No way. Net als bij de Annapurna besluiten we om de rivier en het dal te blijven volgen richting Timbu waar een bus gaat. We vinden steeds weer een pad de juiste richting op en genieten van de mooie omgeving en de rustige wandelpaden. Vrouwen zijn op het land aan het werk, zeven stenen en wassen af met het koude rivierwater. Een vrouw staat op het dak te dorsen met een dorsvlegel. Als we vragen een foto te maken wordt ze verlegen en stapt van de foto af. Daarna komt ze dichterbij om het resultaat te bekijken, verlegen blijft ze lachen. Overal zijn mensen in hun kleurrijke, nette, schone gewaden bezig op het land voor hun eigen eten. Iedereen lijkt hier zelfvoorzienend. Wij lopen langs in ons wandelkloffie. Soepeltjes bereiken we Timbu en bij het busstation ontmoeten we zowaar een blanke. Een Nederlandse notabene, die 15 jaar in Nepal woont en daar als maatschappelijk werker werkt. De bus komt een uur later dan gepland, waardoor we uitgebreid kunnen kletsen. Nog even 6 uur in de bus terug klotsen met een chauffeur van nog geen 10 jaar oud. Wees gerust, hij reed alleen in de bergen… En we komen een dag eerder dan gepland veilig terug bij Pushkar.

Donderdag en vrijdag 9 en 10 mei, Kathmandu

Het is wel lekker om nog twee hele dagen te hebben in Kathmandu, voordat we vertrekken naar Tibet. We moeten nog onze paspoorten ophalen, wassen (alweer), de fietsen demonteren en inpakken voor de reis en vooral nog wat meer zien van de indrukwekkende stad Kathmandu. Het doet qua sfeer op straat Indiaas aan: het is druk, chaotisch, mensen kleurrijk, een overvloed aan indrukken. Je kan hier gewoon ergens gaan zitten en het schouwspel gadeslaan, zonder je een moment te vervelen. Architectonisch lijkt het daarentegen helemaal niet op India. Vooral de stoepa’s, de tempels en het prachtige houtsnijwerk van kozijnen en balkons zijn uniek. De Swayambhunath stoepa (‘apentempel’) ten westen van de stad, gelegen op een heuvel, heeft veel weg van Bouddhanath. De bonus is hier het uitzicht over de stad en de vele apen die hier rondlopen. Tenminste, als je apen leuk vindt. Eén van de apen is wel heel bijzonder. Hij is verlamd aan zijn achterpoten en verplaatst zich als een circusartiest op zijn voorpoten (dus handstand) voorwaarts. Wel sneu, maar toch ook wel hilarisch. En ach, hij kon op deze manier prima ‘uit de voeten’.

In de stad zelf zijn heel veel, hele oude tempels te vinden. Stuk voor stuk versierd met mooie houten kozijnen en deuren. Maar wat ook opvalt is dat je overal, bijna bij elk huis een plek hebt waar offeringen worden gedaan. Voor de deur, in de muur, maar altijd in de buurt.

Ondanks de smog houden we van Kathmandu. Een stad waar je makkelijk een week kan vertoeven! Wij zijn onder de indruk. Van de vieze, drukke stad vol prachtige mensen en gebouwen. En Nepal heeft naast een volle hoofdstad; natuur, wilde dieren en afwisseling van hoogte, laagland, goede en slechte wegen. Nepal heeft het allemaal. Wij zijn onder de indruk.

Nog even de feiten op een rij voor Nepal: we hebben onszelf 1000km op eigen benen voortgebracht. Dit keer 1/3 wandelend en 2/3 fietsend. We zijn 7 weken in Nepal geweest, wat betekent dat we nog geen 100km per week hebben gefietst… Toch een soort fietsrustpauze 😉 Zal er daarom zo’n laag stof op de fietsen liggen?;)

Een gedachte over “Nepal – Onder de indruk

  1. Bloggen moet zeker geen last worden, maar ik vind het wel heel leuk om te lezen en jullie zo te kunnen volgen 🙂

    Wat een leuke foto van Hilgien met die dames! Bijzonder om die wilde dieren te zien 🙂 .

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s