Alle berichten door Hilgien en Auke

Nepal – Onder de indruk

Pokhara 20-22 april

We zijn moe. Moe van 15.000 km fietsen, 3 weken en 260 km wandelen en net wat harder reizen dan goed voor ons is. We ploffen neer in ons relaxte luxe hotel, al kost deze maar $10,- per nacht. We hadden veel willen bloggen en polarsteppen en dachten veel te hebben gedaan. Het stelt helaas niets voor. Het kost moeite om op gang te komen en we nemen een Paasweekend vrij. We doen in 3 dagen niet veel meer dan het verlengen van het Nepalese visum (appeltje, eitje) het reorganiseren van onze spullen, een machinewas en focussen ons op de reistoekomst. We kopen een kaart van China, digitale Lonely Planets van China, Japan en Zuid Korea, zetten puntjes op de i voor Tibet en bekijken wat we de komende 3 weken in Nepal willen en kunnen doen. Het nationale park Chitwan staat op ons lijstje en heeft als gevolg 6.000 hoogtemeters in de richting van Kathmandu. We slapen er nog maar een nachtje over.

Pokhara heeft een meer dat we niet erg boeiend vinden, tig winkels met van alles voor wandeltochten en restaurantjes en cafeetjes met happy hour. Aangezien onze tassen van happy hour niet zwaarder worden, ligt onze focus op het laatste.

Het is goed om rust te hebben. Het is fijn om op één plaats te zijn voor een aantal nachten. En het is een luxe geworden om continu werkende wifi te hebben. We reizen best snel. We gaan wat verlangzamen. Slow travelling met de fiets is zo relaxt nog niet. Het is en wordt relaxt als we tijd nemen en hebben om in het hier en nu te zijn, terug te kijken, te schrijven, vooruit te denken en te plannen en ons verplaatsen als we er klaar voor zijn. Morgen wellicht.

Bandipur 23 en 24 april

De wekker gaat om 5 uur. Als vanouds. We moeten weer proberen in een fietsritme te komen en dus om 6 uur op pad te gaan om de koelere uren te gebruiken. Die 6 uur wordt half 7, maar dan stappen we toch, met lichte tegenzin op de fiets. Wat voelt het allemaal raar. Wat zijn de fietsen zwaar met al die extra bagage; twee rugzakken, twee paar wandelschoenen, twee donsjassen, wandelstokken, regenkleding en zo nog wat dingen extra, t.o.v. onze normale fietsuitrusting. Met deze uitdragerij gaan we op pad. Pokhara door en de ‘grote’ weg op die Pokhara met Kathmandu verbindt. Deze weg volgen we 70 kilometer en die kilometers zijn redelijk vlak. Of liever, ze lopen wat af. En met een windje mee en een zonnetje wat zich gedeisd houdt, vlotten we lekker. De 70 km is in 4 fietsuren geslecht. Enige spannende moment is als Hilgien vol in de remmen moet voor een tegemoetkomende motor die bij een inhaalactie volledig op onze weghelft terecht komt. Hij en Hilgien gaan recht op elkaar af en pas op het allerlaatste moment remmen beiden en staat Hilgien met een piepende band stil. Remmentest is geslaagd! De remmen zijn goed gerepareerd in Pokhara.

Na een pauze van 12 tot half 1 volgt het laatste rukje omhoog naar Bandipur. 8 kilometer, appeltje eitje toch? Toch niet! Precies als we de fietsen beklimmen en de temperatuur al aardig was opgelopen, breekt het zonnetje door. Maar belangrijker nog, we moeten 8 km lang gemiddeld 10% stijgen. Of het de overstap is naar het fietsen, of de warmte, of de steilte, we weten het niet. We weten het allemaal niet meer zo, want de klim duurt eindeloos lang. Na een verplichte pauze vanwege wegwerkzaamheden, komen we 3,5 uur geworstel later aan in Bandipur. We zijn 5,5 uur onderweg geweest voor 70 km en 3,5 uur voor de laatste 8 km. Dit voelt echt als de zwaarste beklimming die we gedaan hebben. Waarom niet een hotelletje beneden geboekt en zonder bepakking naar het stadje gefietst?!

Bandipur is een mooi plaatsje. Gelegen hoog boven een rivierdal, was het een belangrijke handelsplaats op de route tussen India en China, vanwege het ontbreken van malaria. Hierdoor kon het stadje uitgroeien tot een welvarende plaats, totdat de aanleg van wegen de plaats overbodig maakte en het stadje in verval raakte. Inmiddels is het mooi opgekalefaterd en heeft het prachtige stenen huizen met veel mooi houtsnijwerk versierd. Het is sfeervol, we eten heerlijk (en goedkoop!). Morgen gaan we de omgeving bekijken. Te voet…

Het vroege opstaan is niet helemaal gelukt en dus zijn we pas om 9 uur aan de wandel. We wandelen naar het dorpje Ramkot. Ramkot is een traditioneel dorp op een kilometer of 5,5 van Bandipur. De route is relatief vlak (Nepalees vlak) en de wandeling is mooi. De route had nog veel mooier kunnen zijn, als we een heldere lucht hadden gehad, met vergezichten. Helaas is dat (in dit deel van Nepal en in deze tijd van het jaar) niet het geval. Ramkot zelf is een schattig plaatsje, met deels lemen huisjes, houten hekwerken, ronde hooibergen en overal drogende maiskolven en loslopende geiten en kippen. Als door het dorpje lopen op weg terug, worden we uitgenodigd door een groep mensen. Kennelijk is er een festiviteit gaande ter ere van één of andere god. Dat betekent offeren en eten. We krijgen eten en rijstwijn aangeboden. Laten we niet teveel nadenken over (gebrek aan) hygiëne en nederig aannemen wat ons aangeboden wordt. Hilgien wordt nog even hardnekkig omarmd om samen met één van de oudere vrouwen op de foto te gaan.

Terug in Bandipur leggen we een 3 kilometer lange tocht over eindeloos veel trappen af, naar de Soddha grotten. Het schijnen de grootste grotten van Nepal te zijn, dus laat maar komen! De tocht gaat gelukkig door het bos, met beschutting tegen de zon. Na ongeveer een uur komen we aan bij de grot en gaan we samen met een verplichte gids naar binnen. De grot is groter dan dat hij mooi is. Qua formaties is hij lang niet zo mooi als de grotten in Slovenië, maar ik vrees dat we wel een beetje verwend zijn geraakt. Of het al die trappen waard is geweest? Ach, onze gids had in elk geval een levendige fantasie om in elke formatie één of ander dier of mens te zien…

We komen uitgehongerd aan in Bandipur en schuiven direct aan in een restaurantje, waar we de meest fantastische yak- en vegetarische burgers eten. Morgen weer bijtijds vertrekken om te proberen de warmte te verslaan. Of dat gaat lukken, valt te bezien. We hebben 90 km voor de boeg en gaan naar Chitwan NP in de jungle van Nepal.

Sauraha 25 en 26 april

We starten om 6.15 uur met de afdaling. Van dezelfde heuvel waar we eergisteren 8 km op gekastijd zijn. Een feest is de afdaling niet, want de afdaling is steil en Hilgien heeft maar één rem. En die ene rem raakt continu oververhit. En doet dan niets meer. Dat betekent regelmatig een afkoel momentje. Als we heelhuids beneden zijn gekomen, wordt al snel duidelijk, dat vandaag niet een topdag gaat worden. We zijn loom en krachteloos. De koffie in de eerste pauze helpt iets, maar de snel oplopende temperatuur doet dat effect weer teniet. Het maakt dat we in een roes de 90 kilometer afleggen. Halverwege de middag komen we in Sauraha aan. We informeren over de prijzen en mogelijkheden om het Chitwan NP te bezoeken en besluiten dat we eerst een rustdag nemen vóórdat we een volledige dag gaan trekken bij een temperatuur van 40 graden.

Een weekend de jungle in 27 en 28 april

In een uitgeholde boomstam functionerend als kano, varen we in het vroege ochtendgloren de Rapti rivier af. De rivier vormt de grens van het Chitwan NP. Het begint goed, we laveren tussen de krokodillen door. We houden afstand van de gevaarlijke moeraskrokodil en de verlegen, visetende gangesgaviaal. We dobberen lekker wat door als een boot voor ons aanmeert. Kennelijk is er wat gespot en we nemen polshoogte. In een poel is het een kabaal van jewelste. Neushoorns! We moeten afstand houden want ze zijn met elkaar in gevecht om het beste plekje. We lopen om de poel heen en dan zien we ze. Ze zijn lekker aan het badderen en hebben ons totaal niet in de gaten. Wel de neushoorn die achter ons staat. We staan volledig tussen de neushoorns in… Wegwezen hier! Als we een stukje verderop terug kijken staat de neushoorn op ónze uitkijkpost ons weg te kijken. Wat een begin! In een uur tijd meerdere krokodillen en 6 neushoorns. De dag kan niet meer stuk.

Kanoën wordt wandelen. 20 km lang. We zoeken tijgers, luipaarden, (lippen)beren, olifanten, wilde zwijnen, herten en nog meer neushoorns. We vinden overal neushoorns en 2 soorten herten. De rest blijft onvindbaar door het hoge gras waar ze zich goed kunnen verstoppen. De neushoorns vinden het net als wij erg warm met 37’C. We vinden ze overal badderend. De ene keer liggen ze wat te snuiven van genot, de andere keer rollebollen ze, waardoor de grote poten boven water uitkomen. Ondertussen gaan hun enorme oren heen en weer van genot. Zo maar een wandeling en we krijgen zo’n 15 neushoorns te zien! Geweldig. Natuurlijk hopen we op nog een ander groot dier, al is het een olifant, maar dan zonder bestuurder. Morgen een nieuwe dag, nieuwe kansen!

Gisteravond én vannacht kwam er een neushoorn op bezoek, langs het restaurantje en langs onze kamer. De laatste keer maakte hij lawaai als een olifant in een glazen kast. Helaas missen we hem of haar beide keren. De voetafdrukken verraden de boel. We vinden het te gek voor woorden, een neushoorn die hier rondscharrelt? Tja de groentetuintjes hier zijn smakelijke kost en dus gebeurt het met regelmaat.

Via de bufferzone wandelen we de volgende dag terug naar Sauhara. Het gebied aan de andere kant van het water. Hier zien we geregeld een neushoorn, nu op grotere afstand. De gewenste andere grote dieren als de tijger, een beer of Ronaldo, de olifant, komen we helaas niet tegen. Ondanks dat de temperatuur een tikkie aangenamer is, valt de dag wat zwaar. De gidsen lijken er niet zoveel zin in te hebben en niet te proberen wildlife te spotten. We sjokken van mogelijke neushoornspot naar neushoornspot. Auke en ik turen het landschap af. We zien meerdere clubjes herten, een jakhals, een prachtige neushoornvogel en makaken. Een aap is in discussie met een stel kraaien, erg grappig om te zien. We zien sporen van beren, tijgers en neushoorns. Als we door een dichter begroeid bos lopen begint de gids voor ons opeens te schreeuwen. Onze eerste reactie: een beer! Want zodra we een beer zien moeten we schreeuwen en anderszins lawaai maken. Het blijkt een ander gevaar te zijn. Eén waarop we niet zijn voorbereid. Het is een levensgevaarlijke slang! De gids staat nog steeds te trillen op zijn benen, hij stond er bijna op…! De slang is gevlogen en wij vliegen ook door.

Na een lange pauze aan de rivier in de schaduw, wandelen we het laatste stuk terug naar Sauraha, via het EBC. Nee, niet Everest Base Camp, maar Elephant Breeding Center. Tot onze teleurstelling heeft het broedprogramma niet tot doel om het aantal wilde olifanten te bevorderen, maar worden hier olifanten gefokt en opgeleid tot (goedkope) arbeidskrachten. Veel is er niet te leren en te zien, behalve wat olifanten vastgeketend aan hun verblijf.

Was het de moeite waard, deze wandeling? Ja, we hebben een onwaarschijnlijke hoeveelheid neushoorns gezien en flink wat krokodillen en daarnaast nog wat kleiner wild. Het park was ook mooi, alhoewel niet de jungle die we verwacht hadden. Het is Jammer dat we het merendeel van het wild gezien op dag één zagen tijdens de kanotocht. En van de gidsen, alhoewel kundig, hadden we wat meer input verwacht. Een actievere en enthousiastere houding om ons dingen te laten zien en te vertellen. We zijn op onderzoek uitgegaan naar de juiste gids en deze werd immers aanbevolen…

We zijn een jaar aan het reizen. Bijna. Zijn we veel te veel verwend met al het moois wat we hebben meegemaakt? Zijn onze verwachtingen te hoog? Hoopten we op compensatie van het gemiste wild in India? Misschien is ons hoofd verzadigd van alle indrukken en worden we niet meer zo snel verrast? Zo zijn we nu al meer dan een maand in Nepal. Langer dan bijna elk ander land en hebben we niet het idee dat we een goed beeld hebben van het land. Dat komt zeker niet door de mensen. Die zijn vriendelijk, hartelijk, open en goed benaderbaar. Misschien stellen wij ons niet voldoende open voor hen? Ik denk dat we even pauze nodig hebben. Een jaar reizen is stiekem meer dan genoeg. Echter onze woning komen we voorlopig niet in en 2 maanden geleden dachten we er anders over; dat er nog zoooooveeeel te zien en te fietsen valt. Bovendien; we gaan voor €15.000,- voor sarcoomkanker onderzoek en daarvoor is blijkbaar meer tijd, meer kilometers en andere inspanningen nodig.

Help jij ook mee?  www.hdkt.nl/acties/fiets-naar-nepal/

Maandag 29 april – Donderdag 2 mei, Fietsen van Chitwan naar Kathmandu

Vanaf Chitwan fietsen we naar Kathmandu. Om 7.00 uur zitten we verbaasd aan de koffie. We hebben al een uur en bijna 18 km gefietst. Het is vlak en gemakkelijk en dus gaat het 70 km soepeltjes. Maar dan is het middag en de temperatuur te hoog. Juist vóór een enorme klim. We checken in in een resort met prijzen van $7 tot $60,- per nacht. We kiezen de goedkoopste wat duidelijk een aftandse kamer is met smerige handdoeken. Dat laatste vinden we gewoonweg onbeschoft. Je hoeft toch niet de afdankers aan te bieden? De rest van de dag gebruiken we om te bloggen en foto’s te sorteren. Zowel het bloggen als het reduceren en selecteren van duizenden foto’s is een last geworden. Niet veel mensen lezen ons geschreven blog en we lopen inmiddels 4 maanden achter. Ermee stoppen vinden we zonde. Al zou dat veel rust geven. Wij hebben ons – als voorbereiding op de reis- ingelezen in fietsblogs van anderen. We hebben zelf ook de behoefte terug te kunnen lezen wat we hebben beleefd. Waren we maar eens bij! Dat is één moment gelukt, in Azerbeidzjan. En toen gingen we Iran in en sindsdien is het nog veel erger geworden… wooooh alweer 5 maanden lopen we achter. Gloepppp. Tussen het bloggen door lopen we even de stad door. We zien drie geitjes aan een lantaarnpaal voor een slager. Als we even links kijken zijn het er twee. Kijken we rechts is het er één. Kijken we even in de slager dan ontdekken we het lot. Nog geen 5 minuten later horen we de laatste ook niet meer blaten naar zijn vriendjes… Hygiëne is misschien niet de enige reden om vegetariër te zijn of te worden in dit soort landen. Met je neus op de feiten eet je met schuldgevoel.

De vroege start (6.15u) in Hetauda loopt direct in het honderd, want we starten met een lekke band, gevolgd door nog een lekke band na een half uurtje fietsen. Dus als we echt beginnen, is de temperatuur al weer behoorlijk opgelopen en dat is vervelend omdat we een lange, zware klim voor de boeg hebben. De langste van onze hele reis. Het eerste stuk naar Bhimpedi, onze lunch stop, is pittig, maar daarna begint het pas echt. Vanaf hier is het alleen maar 12%, 14% en meer omhoog. Het asfalt is weliswaar redelijk goed, echter het is te steil! Als we op 3/4 van de klim zijn, besluiten we dat het niet gaat lukken en proberen we de bagage omhoog te laten liften, of eventueel zelf te liften. Het is eigenlijk nog maar 5 km… echter met deze hitte, de nog meer toenemende steilte, de daarom vele nodige stops, gaat het heeeeeel lang duren. De meeste Jeeps zitten tot aan de nok toe vol. Gelukkig lukt het ons een automobilist te stoppen die het grootste deel van de bagage voor ons naar boven wil nemen. We wisselen telefoonnummers uit en nu maar hopen dat hij te goedertrouw is! Als we nog geen half uur onderweg zijn, krijgen we een telefoontje dat hij boven is. Hij staat er op om op ons te wachten en niet onze bagage onbeheerd achter te laten. Super aardig natuurlijk, maar wij vinden dit a. teveel gevraagd en b. te bezwaarlijk terwijl hij al zoveel voor ons betekent. Bovendien geeft het ons extra druk. Het is weliswaar nog maar 4 kilometer, maar daar gaan we echt nog wel een uur over doen. Zelfs met zoveel bagage minder. En inderdaad zijn we net binnen een uur boven. Meneer staat ons al op te wachten. Samen doen we nog een hapje en een drankje waarna ieder zijn weg vervolgt.

In eerste instantie gaan we naar beneden. Daarna volgt er een geniepig klimmetje van 300 hoogtemeters om in Kulekhani aan te komen. Het plaatsje stelt niet zoveel voor en de beperkte slaapgelegenheden zijn allemaal vol. Dat wordt dus toch wildkamperen. We zochten tevergeefs al een plekje aan het stuwmeer. Hier rijden we wederom heen en weer zonder een plekje te vinden. Iemand raadt een resort aan waar we heen fietsen. Deze ligt onderaan de berg…. We besluiten de tent in het zicht op de afslag van het resort te plaatsen. We worden veelal opgemerkt, maar het bekommert niemand. Een prima eerste keer wildkamperen in Nepal.

We dáchten het ergste te hebben gehad… Echter we zijn nog geen 3 kilometer op weg en de weg is opgebroken. We hebben een omleiding. Het zijn dezelfde stijgingspercentages als gisteren (en erger) en dan onverhard. Fietsend is dit niet te doen. Sterker: het lukt niet eens om de fiets omhoog te duwen. We moeten om en om de fietsen met z’n tweeën duwen. Dus een paar honderd meter de ene fiets omhoog, teruglopen en de andere fiets een paar honderd meter omhoog. Dit wordt het zwaarste stuk van onze reis (tot nu toe). Zo steil en zo slecht is de weg. Bovendien is het heet en stoffig met de vele brommers en motoren die ons passeren. Wat anderen fijnstof noemen, noemen we rotstof. Masker op, longen vol… Na 4 uur zijn we 5 (!)km verder. Wat een k…dag. We stranden in Pharping. Na een lunch om 16 uur en weer een lekke band, melden we onze warmshower host dat we Kathmandu niet gaan halen… Al is het nog geen 20km te gaan.

Pharping is een toeristische plaats. We googlen waarom en zien het om ons heen. Het is een religieuze plaats met enorm veel kloosters. Elk jaar komt er wat bij. We maken gebruik van de gelegenheid hier te zijn gestrand. Voordat we de volgende dag vertrekken wandelen we langs een paar van de vele tempels. Kinderen zijn de kloostertuin aan het onderhouden. Ze kijken niet op of om. Wie kiest ervoor dat een kind in een klooster opgroeit? Wat betekent dat voor de ouders? Wat betekent het voor de kinderen? Het komt over als een kostschool. Ben je als ouder trots dat je kind opgroeit als monnik of is het noodzaak deze afstand te nemen? Vele vragen waar we graag antwoord op krijgen. Misschien lukt dat in Tibet als we continu een verplichte gids om ons heen hebben.

De weg naar Kathmandu is vaak slecht met gaten, onverharde stoffige delen en teveel steile stukken. Het laatste stuk gaat beter en we komen aan bij Pushkar Shah, een legende in Nepal. Hij heeft in 11 jaar 150 landen befietst én de Mount Everest beklommen. We missen het contact met locals. We willen met deze reis de wereld een stukje beter leren kennen. In Nepal is dat tot heden niet gelukt. Pushkar is aanbevolen op de fietsappgroep (inmiddels 250 leden die momenteel in Europa en Azië fietsen). Hij is dan wel een legenda met veel verhalen, hij lijkt ze niet persé te willen delen. De hele communicatie is beperkt tot een vraag, een relatief kort antwoord en stilte. Dit hadden we niet voor ogen. Pushkar host in zijn ‘soort van b&b’ honderden fietsers. Momenteel is er een Canadees en Chinees stel. Ze zijn hier al twee weken en ook verdacht veel op zichzelf. We hebben geen idee wat er speelt en krijgen het gevoel dat hij plichtsmatig host en niet de behoefte voelt contact te hebben. Hij is nu 10 jaar terug van zijn wereldreis, werkt niet en lijkt vooral te teren op die ervaring. De korte flarden die we ervan meekrijgen zijn indrukwekkend. Hij is met 100 rupees van huis gegaan én terug gekomen. Hij at alleen de lunch omdat hij voor eten en slapen afhankelijk was van anderen. Hij heeft 11 jaar afhankelijk geleefd in vrijheid…
De beperkte interesse van zijn kant om ervaringen en tijd te delen geven ons de vrijheid waarvoor we vaak kiezen niet te couchsurfen of bij warmshowers te blijven. We hebben onze eigen grote slaapkamer, een keuken om te kunnen koken en een koelkast voor o.a. onze geliefde mayonaise. We zitten 4 km van het centrum af, wat met de fiets geen enkel probleem is. Het grootste voordeel van de afstand naar de stad is de adembare lucht. De luchtvervuiling in Kathmandu is vreselijk. Vreselijk. Een kwart van de mensen draagt een stofmasker. Wij dragen hem nu vaker wel, dan niet.

Donderdag 2 t/m zaterdag 4 mei Kathmandu

Met gistermiddag erbij hebben we 2,5 dag voor Kathmandu. Tijd voor sightseeing! Nou ja, eerst maar even de lasten, dan de lusten. Sinds India heb ik 0,5 tot 1,5 werkende rem. Er zijn wat reparatie pogingen gedaan, met als gevolg meer schade en sinds een paar dagen één goede rem. Vanuit Pokhara zijn we verwezen naar een MTB-winkel in Kathmandu. Hier hebben ze een tweedehands klein rond dingetje wat in Mysore bij ‘reparatie’ is kapotgegaan. Kosten €4,- en blijvend gebruik van alle goede onderdelen. Het alternatief was €160,-. Dat verschil was de steile afdalingen van Pokhara wel waard. We kopen gelijk een nieuwe fietspomp, omdat de oude met alle lekke banden intensief is gebruikt en kuren vertoond.

Voor de formaliteiten voor de groepsvisa voor China gaan we langs bij het kantoor van Tibet Vista. De naar onze mening dure organisatie. Ze melden per mail; ga gerust voor een goedkopere organisatie,’You get where you pay for’. Met hoge verwachtingen komen we op kantoor, een illusie armer staan we buiten. Communicatie over onze reis lijkt er niet te zijn geweest. Dit plaatselijke kantoor is voor iedereen die vanuit Kathmandu naar Lhasa reist. Doch weten ze niet dat we niet dag 1 maar dag 2 de grens over gaan. En zo zijn er meer dingen. Zucht. Onze grootste zorg is dat het meebrengen van de fietsen op het allerlaatst een discussiepunt gaan worden. Eerst maar eens zien óf we een visum krijgen en óf dat voor 30 dagen China is. Of geen visum dan wel een visum voor een kortere periode.

Tijd voor de lusten! Kathmandu is smogstad en prachtstad! Pokhara is schoner, echter een startpunt voor wandelen en daarop is het volledig ingericht. Kathmandu heeft zoveel te zien, te proeven en te beleven. We zijn onder de indruk van de Durbar Squares in Patan en Kathmandu. Prachtige oude tempels en gebouwen, al is een deel kapot en in de stijgers sinds de aardbeving van 2015. Je betaalt €8,- om over het plein te lopen, hopelijk gebruiken ze dit geld voor de wederopbouw.

Volgens Ymkje moeten we naar Bouddhanath, een enorme stupa aan de buitenzijde van Kathmandu op de handelsroute naar Tibet. Ook voor ons één van de laatste stops voor we die kant op gaan.
Met de fiets ben je lekker snel in deze drukke stad. Onderweg naar Bouddhanath kwamen we per ongeluk eerst bij een andere indrukwekkende bezienswaardigheid terecht: Pashupatinath. Een groot terrein vol shrines, tempels en –net als in Varanassi- burning ghats: de plaats waar mensen openlijk worden verbrand om vervolgens in de heilige rivier te belanden.

Wat is Bouddhanath indrukwekkend! Een enorm wit groot ding met een gezicht. Kloksgewijs lopen er continu mensen om de stupa. Dames en heren in traditionele kleding, monniken en in minderheid toeristen. Daartussen of daaromheen zitten monniken en andere (meestal lichamelijk) minder bedeelden hun hand op te houden. Het is lastig hier niet over te oordelen… We doen er maar gewoon aan mee en geven een paar mensen wat roepies. Een manier om iets wat we niet goed begrijpen in stand te houden.

De meest smakelijke highlight, ondanks de gevonden chaat, is de lassi. Wat een verschrikkelijk lekkere lassi hebben ze hier! Een dagelijks terugkerend hoogtepunt, afsluiter, start of gewoon als tussendoortje op de dag.

Zondag 5 t/m woensdag 8 mei Helambu track

We denken dat het goed is om nog wat hoogtemeters te maken, voordat we Tibet in gaan. De hoogte die we op het Annapurna Circuit hebben gehaald, is allang uit ons bloed. We besluiten de Helambu track te wandelen, een korte wandeling met hoogtes. Gisteravond hebben we dit besloten, vanochtend bussen we naar het startpunt Sundarija. Een afstand van 16 km waar we 2,5 uur over doen. Welkom in Nepal.

We zijn de bus nog niet uit en mogen al steil klimmen. Het is een vooralsnog een groene wandeling. Hogerop valt de schade aan gebouwen op. Het gevolg van de aardbeving van 2015. Soms zijn hele dorpen weggevaagd en zien we louter de resten. Er wordt op de meeste plaatsen gelukkig hard gewerkt aan het herstel. Het herstellen van huizen is afhankelijk van het netwerk van de eigenaar. In Nepal worden vele talen en dialecten gesproken. Als je geen Nepali spreekt lig je al een streep achter. Als je vervolgens ook niet weet welke wegen je dient te bewandelen voor overheidsgeld, komt er van herstel niets. Mensen hebben geen geld of verzekering om de schade te herstellen. Per dorp (en daarmee taal en netwerk) zien we hierdoor grote verschillen.

Net als op het Annapurna circuit zien we veel Boeddhistische invloeden. Overal zien we gompa’s, stoepa’s en gebedsvlaggetjes. De wandeling ervaren we als prettiger omdat we meer op wandelpaden lopen dan stoffige wegen. Alhoewel de vergezichten beperkt zijn door de smog, lopen we veel door (rododendron) bossen. Als we op dag drie halverwege de Thetapati pas zijn, hebben we ineens uitzicht op het hooggebergte met zijn besneeuwde toppen. Weliswaar nog steeds half schuilgaand achter de smog. Dat zal pas beter zijn na de moesson. In één dag klimmen we 1.300 meter naar de pas en dalen we hetzelfde aantal meters weer af. Pittig, vooral omdat het flink steil is, maar we liggen mooi op schema om de wandeling in 5 dagen te doen.

Op wandeldag 4 willen we naar Tarke Ghyang lopen en vandaar naar Timbu in twee dagen. Als we de rivier naderen hebben we een déjà vu, eerst 600m dalen, en weer 600m stijgen. No way. Net als bij de Annapurna besluiten we om de rivier en het dal te blijven volgen richting Timbu waar een bus gaat. We vinden steeds weer een pad de juiste richting op en genieten van de mooie omgeving en de rustige wandelpaden. Vrouwen zijn op het land aan het werk, zeven stenen en wassen af met het koude rivierwater. Een vrouw staat op het dak te dorsen met een dorsvlegel. Als we vragen een foto te maken wordt ze verlegen en stapt van de foto af. Daarna komt ze dichterbij om het resultaat te bekijken, verlegen blijft ze lachen. Overal zijn mensen in hun kleurrijke, nette, schone gewaden bezig op het land voor hun eigen eten. Iedereen lijkt hier zelfvoorzienend. Wij lopen langs in ons wandelkloffie. Soepeltjes bereiken we Timbu en bij het busstation ontmoeten we zowaar een blanke. Een Nederlandse notabene, die 15 jaar in Nepal woont en daar als maatschappelijk werker werkt. De bus komt een uur later dan gepland, waardoor we uitgebreid kunnen kletsen. Nog even 6 uur in de bus terug klotsen met een chauffeur van nog geen 10 jaar oud. Wees gerust, hij reed alleen in de bergen… En we komen een dag eerder dan gepland veilig terug bij Pushkar.

Donderdag en vrijdag 9 en 10 mei, Kathmandu

Het is wel lekker om nog twee hele dagen te hebben in Kathmandu, voordat we vertrekken naar Tibet. We moeten nog onze paspoorten ophalen, wassen (alweer), de fietsen demonteren en inpakken voor de reis en vooral nog wat meer zien van de indrukwekkende stad Kathmandu. Het doet qua sfeer op straat Indiaas aan: het is druk, chaotisch, mensen kleurrijk, een overvloed aan indrukken. Je kan hier gewoon ergens gaan zitten en het schouwspel gadeslaan, zonder je een moment te vervelen. Architectonisch lijkt het daarentegen helemaal niet op India. Vooral de stoepa’s, de tempels en het prachtige houtsnijwerk van kozijnen en balkons zijn uniek. De Swayambhunath stoepa (‘apentempel’) ten westen van de stad, gelegen op een heuvel, heeft veel weg van Bouddhanath. De bonus is hier het uitzicht over de stad en de vele apen die hier rondlopen. Tenminste, als je apen leuk vindt. Eén van de apen is wel heel bijzonder. Hij is verlamd aan zijn achterpoten en verplaatst zich als een circusartiest op zijn voorpoten (dus handstand) voorwaarts. Wel sneu, maar toch ook wel hilarisch. En ach, hij kon op deze manier prima ‘uit de voeten’.

In de stad zelf zijn heel veel, hele oude tempels te vinden. Stuk voor stuk versierd met mooie houten kozijnen en deuren. Maar wat ook opvalt is dat je overal, bijna bij elk huis een plek hebt waar offeringen worden gedaan. Voor de deur, in de muur, maar altijd in de buurt.

Ondanks de smog houden we van Kathmandu. Een stad waar je makkelijk een week kan vertoeven! Wij zijn onder de indruk. Van de vieze, drukke stad vol prachtige mensen en gebouwen. En Nepal heeft naast een volle hoofdstad; natuur, wilde dieren en afwisseling van hoogte, laagland, goede en slechte wegen. Nepal heeft het allemaal. Wij zijn onder de indruk.

Nog even de feiten op een rij voor Nepal: we hebben onszelf 1000km op eigen benen voortgebracht. Dit keer 1/3 wandelend en 2/3 fietsend. We zijn 7 weken in Nepal geweest, wat betekent dat we nog geen 100km per week hebben gefietst… Toch een soort fietsrustpauze 😉 Zal er daarom zo’n laag stof op de fietsen liggen?;)

Annapurna Circuit

Zaterdag 30 maart, Annapurna dag 1: 9 km, Besishahar 820m –Bhulbhule 840m

Er wordt op de deur geklopt. De hoteleigenaar zegt dat we weg moeten. We kijken op de klok en schrikken ons ongans. Het is 6.05 uur. Hoog tijd om naar de bus te lopen. We zijn nog lang niet zo ver! De wekker ging om 5.30 uur en niet om 4.45 uur, zoals gedacht. We hadden totaal niet in de gaten dat we sinds het alarm al 45min achter lopen. Overal in de kamer liggen nog spullen. We hebben natuurlijk de rugtas en de fietstassen grotendeels ingepakt, maar klaar is een heel groot woord. De stoeltjes moeten uit elkaar, de afwas moet gedaan worden, de toiletspullen opgeborgen, tandenpoetsen maar even laten, die laatste spulletjes bij elkaar rapen en zo vliegen we de kamer uit. Als er weer wordt geklopt is het 6.20uur. Jullie moeten nu weg! Gelukkig had de eigenaar gisteren al gemeld dat de achterblijvende bagage in de kamer kon blijven en hij zich erover gaat ontfermen. Tevens staan de fietsen goed opgeborgen, op slot onder de trap. We rennen het stadje door en komen bezweet ietsje over half zeven bij de bus aan. De bus is vol en er wordt geen aanstalten gemaakt te vertrekken. We kunnen op de achterbank plaats nemen. Pas na een half uur komt er beweging in en gaan we klem, krom zittend 4 uur lang hobbelen naar Besishahar.

Wat is dat wennen! Het wegen van de rugtassen is vanochtend om de één of andere reden niet gelukt… Gisteravond woog die van Auke al 10 kg, dus we schatten de tassen rond de 9 en 12 kg wegen. We wandelen van 820m hoogte naar Bhulbule op 840m hoogte. Een afstand van 9 km met netto 20 hoogtemeters. In werkelijkheid lopen we continu op en neer en zijn we 3 uur onderweg. Het is droog, miezert af en toe heerlijk verkoelend en de omgeving is mooi. Overal rijstvelden op terrasjes, dorpen vol kleurrijke Nepali en een groene omgeving. Het uitzicht blijft door de luchtvervuiling enigszins beperkt en is zorgwekkend. Er hangen buien in de lucht. We redden het juist voor de buien en zijn werkelijk waar kapot van dit pokken stukje! Wat moet dat gaan worden….

Zondag 31 maart, wandeldag 2: 13 km Bhulbhule 840m – Ghermu 1.130m

Ondanks de knoeperharde bedden, waar je niet eens comfortabel op je rug kunt liggen, staan we redelijk fit op. En het is mooi weer. Zelfs de zon schijnt! Deels over halfverharde wegen en deels over paden, volgen we de Marsyangdi vallei stroomopwaarts. Het is nog steeds (sub)tropisch, alhoewel regelmatig in de verte een glimp is op te vangen van één of meer van de besneeuwde bergtoppen van het Annapurna massief. We zien veel terrasbouw, vaak met rijst of graan, wat mooie plaatjes oplevert met die grote bergen op de achtergrond. Regelmatig wandelen we door kleine dorpjes en gehuchten. Sommige daarvan zijn sfeervol, met een karaktervol dorpsstraatje, anderen niet meer dan een verzameling huizen. Het wandelen gaat vandaag een stuk beter, waarschijnlijk omdat we regelmatig(er) een korte pauze houden. Vlak na een pauze, staat er een grote graafmachine op het pad. Continu wordt er aan het pad gewerkt om deze te upgraden naar een weg. Zo ook nu. Hoe komen we langs dit apparaat en een berg rotsen die het pad bedelft? “Even geduld, over 2-3 uur kunnen jullie er langs”. Dat meen je niet! Gelukkig is de bestuurder van de machine wat coulanter en schuift hij een deel van de rotsen de berg af, zodat wij er langs kunnen. Aardige geste, echter over een berg losliggende stenen klauteren met een diepe afgrond naast ons, is geen prettige bezigheid. Zeker niet met toch altijd te zware rugzakken. Met wat geklauter, hangend tegen de berg en geduld, lukt het zonder kleerscheuren.

Omdat het vandaag zo lekker gaat, willen we eigenlijk wel wat verder dan we vanochtend hadden bedacht. Maar als we net onze late lunch ergens aan het eten zijn, begint het in de verte te rommelen. Onweer op komst! We besluiten snel op pad te gaan. Aan het eind van het dorp twijfelen we weer. We checken voor de zekerheid een guesthouse, terwijl de bui los barst. Dus checken wordt inchecken en we genieten van de onszelf gegunde vrije tijd en het uitzicht op een prachtige waterval. Te bewonderen vanaf onze kamer!

Maandag 1 april, wandeldag 3: 7 km, Ghermu 1130m – Chamche 1.385m

Vandaag een goede start met een blauwe hemel een zonnetje en een hoogte waar je geen last van hebt. We eten geregeld bij een restaurantje. Zelfs zwarte koffie is verkrijgbaar, met een snickersrol; gefrituurde snickers in een deeglaagje. Klinkt lekker, maar niet voor herhaling vatbaar. Na Ghermu wordt de vallei snel nauwer en wordt het een soort van canyon, met enorme steile rotswanden aan weerszijden van de rivier. In Chamche lunchen we, maar al snel gaat het regenen, hagelen en onweren en dus besluiten we om weer vroegtijdig in te checken. Het beoogde doel Tal halen we niet. We hebben echter opnieuw een overnachting tegenover een prachtige waterval!

Dinsdag 2 april, wandeldag 4: 14 km, Chamche 1.385m – Bagarchap 2.160m

Het is zonnig! Hoog tijd om de afstand te verdubbelen. Op een steil stuk komen we Toni tegen. Toni is een Hong Kong Chinees die sinds zijn 18e in Los Angeles woont. Een korte ontmoeting wordt een dag wandelen met deze spraakwaterval, wat uiteraard gezellig is. De route, die oorspronkelijk een pad was, wordt steeds meer geüpdatet naar een (zand)weg. Zo hier en daar wordt er een nieuw stuk pad aangelegd om te voorkomen dat je continu op de weg loopt. Zo wisselen pad en weg elkaar af. Maar is het vaak zoeken naar de markeringen die het pad aangeven. We vermijden de weg het liefst te allen tijde. Het verkeer maakt het een stoffige bende én geeft niet het gevoel dat we in de natuur voor ons plezier aan de wandel zijn.

Onderweg zien we steeds meer uitingen van het Boeddhisme: chortens, gebedsmuren en gebedsvlaggetjes. En de eerste blaren hebben we te pakken. Niet bij Auke, zoals te verwachten was met zijn nieuwe schoenen, maar bij Hilgien.

Woensdag 3 april, wandeldag 5: 14 km, Bagarchap 2.160m – Chame 2.710m

Het is weer een prachtdag! Met de zon brandend op ons hoofd wandelen we langs resten van een lawine: een dik pak sneeuw, ijs, rotsen en bomen. We zien de eerste bloeiende rododendrons die kleurrijk afsteken tegen de omgeving. Chame is een heel leuke, levendige plaats. Uiteraard zijn er veel hotels, maar ook meerdere winkels, er wordt gevolleybald en er is een heus café met koffie. Dus als een vrouw van een winkeltje bereid is eieren voor ons te koken, doden wij de tijd met een echte filterkoffie. De eigenaar is een kunstenaar en heeft net zijn winkel geopend. Hij belooft dat hij de volgende dag om half 8 een thermos koffie voor ons heeft. Mits hij zich niet verslaapt…

Donderdag 4 april, wandeldag 6: 14 km, Chame 2.710 – Upper Pisang 3.310m

Staan we dus wel mooi voor niks 20 minuten op onze koffie te wachten, want om 8 uur nog steeds geen zicht op de eigenaar. Helaas op pad zonder koffie en nog altijd met Tony op deze wederom zonnige dag. Het is een wandeldag van netto een uur of 5, door mooie naaldbossen, langs appelboomgaarden en een zeer indrukwekkende rotswand van 1.500 meter hoog. Regelmatig wandelen door sneeuwresten. Upper Pisang is onze eindbestemming. Een plaatsje dat voornamelijk uit hotels bestaat en een mooi klooster dat we aan het eind van de dag bezoeken.

Vrijdag 5 april, wandeldag 7: 19km, Upper Pisang 3.310m – Manang 3.540m

De dag begint met een kilometer of 3 vlak, dat loopt lekker door. Maar dan mogen we flink aan de bak. Na een hangbrug gaat het over haarspeldbochten naar Ghyaru, ongeveer 400 meter hoger. Hilgien heeft wel wat hoofdpijn, dus we moeten goed in de gaten houden of dat niet verergerd. De hoogte begint een rol te spelen. De second skin op de hielen helpt in elk geval geweldig tegen de drie blaren. Na Ghyaru, appeltaart en een fantastisch uitzicht over de Annapurna’s gaat de route een kilometer of 5 wat op en neer naar Ngawal, waar we, na een tussenstop met chocoladebroodjes, besluiten een lunch te nemen. Het is nog een kilometer of 9 naar Manang, waar 3 uur voor staat en het is al een of twee. Na Ngawal kunnen we twee routes kiezen. De mooiste route gaat via een klooster en een school, wat een half uur langer is en één directere route. We kiezen gezien de tijd toch maar voor het laatste, kopen onderweg een heerlijk stuk yak kaas en komen om een uur of 5 aan in Manang. Het was een lange dag, de langste die we hebben gehad. Vandaag 7 uur netto gewandeld en dat is net als 7 uur netto fietsen toch wel de max. Manang is een lang lint van winkeltjes, restaurants, hotels, koffietentjes en bakkers waar de croissants, appeltaarten, chocoladebroodjes en wat al niet meer, pronken. Wij gaan hier morgen een lekkere acclimatisatie- annex rust- annex snackdag van maken! Tony past zich aan ons aan en doet hetzelfde.

Zaterdag 6 en zondag 7 april: acclimatisatiedagen, resp. 4.000m (3km) en 4.600m (16km)

Zaterdag maken we een eerste acclimatisatieklim naar ongeveer 4.000m. We bezoeken een klooster, via een gompa en een aantal chortens. Een gompa is een soort boeddhistisch klooster en een chorten is een boeddhistisch bouwwerk. Bij het klooster krijgen we in ruil voor een donatie thee en een zegening, van de enige bewoonster, voor onze verdere wandeling.

Zondag maken we een soort van rondwandeling naar Ice Lake. We starten vanaf Manang over een onduidelijk, vaak afwezig pad in de richting die ons is aangewezen door de hoteleigenaar. Hier houdt Tony het voor gezien en kiest voor de bekende weg, via Braka. Het is een pittige wandeling over veel sneeuw en af en toe valt er verse sneeuw. Het zijn geen grote hoeveelheden al kunnen we er flink in wegzakken. Ice Lake is prachtig gelegen in een amfitheater van bergen. Het meer zelf is (logischerwijs) bevroren en bedekt met sneeuw. De route terug is een stuk eenvoudiger, het pad is beter herkenbaar. Via een theehuisje en Braka zijn we in een uur of 2 terug in Manang. De rondtrip van een km of 16 heeft maar liefst 9 uur – in plaats van 3 uur over vlak terrein – geduurd.

Maandag 8 april: wandeldag 10: 9km, Manang 3.540 m – Yak Kharka 4.050 m

Relaxed dagje, van een uur of 3 wandelen, met een niet al te vroege start. Niet al te steil en een makkelijk pad. Prima bij deze hoogte. We slapen goed. Hilgien heeft wel wat hoofdpijn af en toe. Wat vooral een vervelend verschijnsel is van de hoogte is, is dat we allebei opgezwollen ogen hebben. Bij Hilgien is haar hele gezicht opgezwollen (neus, lippen, wangen, oren). Tijd voor diamox (hoogtetabletten).

Bij Yak Kharka doen we nog even een korte wandeling en zien we lammergieren en nog wat andere gieren (Himalayan griffons). Verder vooral wat relaxen, foto’s, kletsen en opgezwollen zijn. Zucht.

Hoogteziekte en de risico’s hierop nemen we heel serieus. We hebben samen Mt. Meru (Tanzania) en Mt. Kenya (Kenia) beklommen en Hilgien had toen veel hoofdpijn en kortademigheidsklachten. Buiten dat is iemand die kerstavond op het pad dood neergevallen, zomaar. Nou ja zomaar, het had naar alle waarschijnlijkheid alles met de hoogte te maken. Wij zijn daar vanzelfsprekend enorm van geschrokken en het heeft een aardige impact gehad op iedereen die daarbij aanwezig was en de reanimatie mocht aanschouwen..

Hoogteziekte ontstaat door de hoogte, waardoor de hoeveelheid zuurstof daalt, in combinatie met onvoldoende aanpassing van het lichaam. Er zijn 3 soorten hoogteziektes:
1. Acute hoogteziekte. (Acute Mountain Sickness, AMS)
2. Vochtophoping in de hersenen: hoogtehersenoedeem.
3. Vochtophoping in de longen: hoogtelongoedeem.
Vanaf 2.500m hoogte heeft 1 op de 4 mensen klachten van de hoogte (AMS) en boven de 5.000m de helft van de mensen, afhankelijk van de snelheid van stijgen. In principe past het lichaam zich in 7-10 dagen aan, aan de verminderde beschikbare zuurstof. Dat lukt tot 6.000m hoogte. Daarboven kan het lichaam zich niet meer volledig aanpassen. En boven de 7.000m nauwelijks meer. Een paar weken boven de 7.000m hoogte overleef je meestal niet en dat heet dan ook de ‘death zone’ .

De hoogteklachten waar we op huidige tocht mee te maken kunnen krijgen is: hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid, braken, duizeligheid, slapeloosheid, verminderde eetlust, traagheid en minder plassen. Om hoogteklachten te voorkomen moet je veel drinken, niet teveel stijgen en hoger wandelen, dan de nacht doorbrengen. Eventueel kan je daarbij plastabletten (Diamox) gebruiken. Wij hebben er tevens voor gekozen ijzertabletten te slikken. Puur om de aanmaak van rode bloedcellen voor het zuurstoftransport een handje te helpen.

Hersenoedeem komt bij 1-3% van de mensen voor op een hoogte van 2.500m of hoger. Hoe sneller en hoe hoger je stijgt, hoe groter de kans. Er treedt dan vochtophoping in de hersenen op. Een ernstige ziekte waar je aan kan overlijden. Hetzelfde geldt voor Longoedeem (HAPE). Dit is een dodelijke ziekte ten gevolge van te snelle stijging naar de hoogte. HAPE ontstaat door het lekken van bloedvaatjes in de longen, waardoor er te weinig zuurstof naar het bloed kan worden getransporteerd. Hierbij verdrink je in je eigen lichaamsvocht… Gruwelijke mogelijke vooruitzichten als je de hoogte niet serieus neemt…

Niet alleen nu moeten we de hoogte serieus nemen, ook als we naar Tibet gaan wordt dat een serieuze aangelegenheid. Overal zien we er waarschuwingen voor, al wordt dit gebagatelliseerd door de reisorganisatie waarmee we in gesprek zijn… We zullen met regelmaat boven de 4000m en zelfs 5000m uit komen en met de auto gaat dat vrij vlotjes. De meeste reisorganisaties bieden een Tibet reis om die reden ook alleen vanuit Lhasa aan. In Lhasa (3700m) dien je voldoende tijd te nemen om te acclimatiseren alvorens je verder de hoogte in gaat.

Wij hopen voor nu en voor straks voldoende te acclimatiseren, al hoewel een aantal aanpassingssystemen van het lichaam na een week weer verloren zullen gegaan. Vlak voor vertrek nog maar eens de bergen in wandelen dan!

Tibet komt nieuw uit de lucht vallen? Tja we zijn nog niet uitgefietst, of nou ja… toch wel even. Nog niet uitgereisd dan. En als we over land verder willen reizen dan kunnen we 2 kanten op. We komen vanuit het westen en het zuiden. Dus kunnen nu –om verder te gaan- alleen naar het noorden of het oosten. In het Oosten komt de moesson onze kant op en die zullen we binnen de kortste keren in zijn volle glorie tegen komen. Ondanks goede regenjassen zien we dat niet zitten. In het Noorden ligt China met Tibet als prachtig, maar groot struikelblok om door heen te komen. Dat kan. Dat mag zelfs op de fiets. Maar wel georganiseerd. Georganiseerd in een jeep/bus gaat 3x zo snel en is daarmee 3x betaalbaarder dan de dagelijkse kosten die 6-8x hoger ligger dan we nu gewend zijn….
Wij gebruiken deze wandeltocht niet alleen om de fietsen rust te geven en de natuur van Nepal te bekijken, tevens om hier een ei over te leggen en de verdere reis wat te plannen.

Dinsdag 9 april: Dag 11: 11km, Yak Kharka 4.050 m – Thorang Phedi 4.450 m (high camp, 4.935m)

Gisteren was het 9 km wandelen, vandaag zelfs maar 6 km van de route (een uur of drie volgens het schema). Echter pittig genoeg en Hilgien heeft nog altijd last van hoofdpijn en misselijkheid. Later zakken beiden gelukkig, met hulp van de plastabletten Diamox en Paracetamol. We bereiken redelijk fit Thorang Phedi. Onderweg zien we wat hertachtigen. Dit blijken blue sheep te zijn, al zien wij er niets blauws aan… We noemen ze herten.

In de middag zoeken we het ten behoeve van de acclimatisatie wat hogerop. We richten ons op High Camp, zo’n 400 meter hoger. Onderweg sneeuwt het licht. Met de nodige stops halen we de bestemming en zelfs de top die daar vlak naast ligt op, volgens Ozzie, 4935 m. De klim naar High Camp doen we in 1 uur en 10 minuten, de afdaling in een half uur. Bij High Camp zitten we een sneeuwbuitje uit. Al met al kunnen we met deze extra klim niet beter voorbereid op pad morgen. Wat natuurlijk niet inhoudt dat het een eitje gaat worden…

Woensdag 10 april: wandeldag 12: 16km, Thorang Pedi 4.450m – Thorang La 5.416 – Ranipauwa 3.750m

Hilgien heeft het op het eerste veel te vroege uur zwaar. Het is -10’C om 5.30 uur als we met een slecht hoofdlampje op omhoog lopen. (De volgende keer toch maar de batterijen eruit halen voor de nieuwe leeg lopen….) Hilgien is erg misselijk, steenkoud en ervaart de tocht als te zwaar. Na anderhalf uur komen we opnieuw aan bij High Camp, 400m hoger. Hier nemen we een goede pauze om op te warmen, met warme drank en wat eten. Dat helpt enorm, want een stuk minder koud, rust en warme koffie geven Hilgien gelukkig voldoende energie om op weg te gaan naar de Thorung La. En dat is maar goed ook, want na High Camp lopen we bijna uitsluitend over en door de sneeuw. Het is soms akelig glad op de steile hellingen. Het is zoeken naar de voetstappen van voorgangers en we zijn blij met de nieuwe wandelstokken. (Echte van Hilgien en bamboestokken van Auke). Na een aantal ‘valse’ toppen, komen we om 10 uur aan op de pas. Het is prachtig weer en dat levert dan ook fantastische plaatjes op. Links en rechts van de pas zijn indrukwekkende bergtoppen en ijzige gletsjers. We zijn boven! Alle tijd voor een fotosessie, opluchting en genieten.

De afdaling is lastig vanwege de sneeuw en de steilte. Het is zo nu en dan spekglad en sommigen zien er meer heil in om zittend naar beneden te ‘rodelen’. Het warmt snel op in de zon en Auke heeft nu last van hoofdpijn. Mogelijk vanwege de warmte en de zon. Wellicht drinken we toch nog wat te weinig en dat in combinatie met de inspanning. De sneeuw lost langzaamaan op en opeens zien we ver in de diepte wat bebouwing liggen. Wat een gruwelijk eind nog! Om een uur of twee bereiken we Charabu, helaas is het nog niet de eindbestemming. Wel de locatie voor een welverdiende, lange lunchpauze die net op tijd komt, we waren aardig uitgehongerd.

Het laatste stuk naar de pelgrimsplaats Muktinath en het nabijgelegen Ranipauwa kunnen we weer aan! Voor de knieën is deze enorm lange afdaling van 1.700m pittiger dan de beklimming. De wandelstokken breken de stappen nog wat, maar zittend de helling af was wellicht prettiger… We passeren Muktinath, een uitgebreid ommuurd tempelcomplex, en bewaren de plaats voor morgen. Muktinah is de aandacht zeker waard! En laten we die aandacht nou net niet meer hebben…

Donderdag 11 april: wandeldag 13: ‘rust’dag

We doen eerst een hoognodige was en bezoeken daarna Muktinath. Veel Indiërs en Nepali komen van heinde en ver naar de heilige plaats Muktinath. Het is overigens voor zowel hindoes als boeddhisten een heilige plaats. Van Muktinath wandelen we door naar Jhong een wandeling van 3 uur, aan de andere kant van de vallei. We volgen de markeringen. Als we door blijven stijgen, hebben we het bange vermoeden dat we toch niet helemaal goed gaan. Met wat hulp van onze Ozzie komen we weer op de juiste route, gelukkig. Jhong is een leuk plaatsje met een vervallen kasteel, prachtige uitzichten en omringd door boomgaarden en terrassen met allerlei graansoorten en groente. We lunchen er, tegen veel lagere prijzen dan we sinds lang gewend zijn en lopen via het plaatsje Purang weer terug naar Ranipauwa. We hadden een echte rustdag gepland en verdiend, vinden we. Echter het is hier zo anders en indrukwekkend, dat we erg blij zijn dat we de omgeving hebben verkend!

Vrijdag 12 april: wandeldag 14: 20km, Ranipauwa 3.750m – Oud-Jomsom 2.720m

De gewone route gaat via een asfaltweg, ondanks dat we de wandelroute Anna Purna circuit lopen. We kiezen en wandelen de alternatieve route via Lupra. Dit blijkt een hele mooie wandeling door een dor gebied, met verrassend groene stukken en uitzichten op hoge bergen om ons heen. De valleien zijn hier veel wijder dan aan de andere kant van de pas. Het is wel vaak pittig, vanwege steile paadjes op en neer. Ondanks de enorme daling die we vanaf nu maken is het aantal meters stijgen niet mals.

Lupra is een schattig dorpje waar we lunchen met een gepensioneerde Nieuw Zeelandse fysiotherapeut. Hij heeft een studie gedaan naar hoogteziekte. Hij begint over het eetgedrag van terugkerende wandelaars die het niet hebben gered. Hilgien vult in: ijzergebrek. En inderdaad dat is ook zijn conclusie. Wij slikken sinds de wandeling ijzertabletten, maar kunnen er geen info over vinden of het nuttig is. Zowel de fysio als Hilgien vinden het logisch dat er extra ijzer nodig is bij het aanmaken van rode bloedcellen. Vlees, volkoren graanproducten, peulvruchten en donkergroene groenten eten we hier zelden, dus de voeding is ijzerarm. Met onze portie eieren, noten en gedroogde vruchtenmix en suppletie proberen wij de hoogte aan te kunnen. En met succes.
Het eerste stuk is nog steeds heel mooi, maar zodra we op de weg komen is het nog een uur tegen keiharde wind en stof opbeuken naar Jomsom. Jomsom zelf valt vies tegen. In plaats van een levendige groter dorp/ stadje, is het is een zielloos plaatsje, dus morgen weer weg hier en aan de wandel!

Zaterdag 13 april: wandeldag 15: 18km, Oud-Jomsom 2.720m – Tukuche 2.590m

Het lukt om vroeg op pad te gaan, om 7.30 uur staan we op straat. We houden de pas er flink in en bereiken het Dumbameer, een prachtig helder blauwgroen meer. Er staan borden die ons verwarren en dus checken we Ossie, de kaart en de hoogtekaart met alle plaatsnamen. We hebben 1,5 uur gelopen dus we kunnen er net zo goed bij gaan zitten. Met banaan en koffie achter de kiezen besluiten we de detour van 15 min naar het klooster te nemen en daarna de andere weg in te slaan. Ondertussen komen twee Tsjechen aangelopen die melden dat hun 3e maatje het vliegtuig naar huis heeft genomen vanaf Jomson. Hij kon met zijn knie niet verder. De snelle en sportieve Tsjechen zijn we al vaker tegen gekomen en hadden we niet meer verwacht. Ze hebben 2 nachten in Jomson doorgebracht en vonden het er ook vreselijk. Ze brengen ons op ideeën om de Annapurna Track wat door te trekken richting Pokhara. Wie weet! Eerst het klooster bezoeken wat 3x 15 min is in plaats van één maal, dus 15 min omhoog, 15 min naar beneden en tussendoor halverwege nogmaals omhoog omdat die wandelstokken weer eens eigenwijs zijn blijven staan.

Als we het bordje volgen de andere kant op, raken we het pad vrij snel kwijt. Op den duur vinden we de markering gelukkig weer. Echter dit gebeurt vandaag de hele dag. Misschien zijn we afgeleid door alle klimmetjes (400-500m in totaal) of door de mooie omgeving. Het is weer zo anders! We lopen door appelgaarden met uienveldjes, schattige dorpen met lagen hout en mensen op hun platte daken en zien gelukkig weinig verkeer. In Chhairo vinden we het enige restaurantje waarbij ze lijken te twijfelen of ze voor ons willen koken. Ze proberen alleen thee aan te bieden, echter wij zijn uitgehongerd! Wachtend op het eten komen 4 andere wandelaars binnen die we ook al geregeld hebben ontmoet. De Israëlische, Britse, Fransoos en Duitser hebben elkaar in India ontmoet en lopen gezamenlijk het Annapurna circuit. Gisteravond verrasten ze ons door laat in hetzelfde guesthouse aan te komen; ze hadden een uur door het donker moeten lopen. Vanochtend spraken we ze en besloten dezelfde route te volgen, echter tot de lunch waren ze in geen velden of wegen te bekennen. Bij de lunch maken we wederom dezelfde keuze om Kokhethanti te proberen te bereiken. Zodra wij uitgeluncht zijn gaan we op pad met dreigende luchten. We zitten aan de natte kant van de bergketen, extra opletten dus. Om 16.00 uur komen we een bord tegen dat het nog 3,5 uur lopen is. We schrikken en checken en zien dat het nog 10 km is en we 14km hebben gehad. Onmogelijke missie! We keren om en gaan alsnog de rivier over en de stofweg op die we steeds proberen te vermijden. De wind is elke middag heftig in de smalle kloof. Met (zonne)bril op, bandana voor de mond en petje af voor die wegwaait bikkelen we drie kwartier naar Tukuche. Het is even zoeken naar Cola, Snickers, zoutjes en een guesthouse, echter om 17.00 uur hebben we alles en kunnen het stof afspoelen. Voor morgen weer een nieuwe zoektocht; hoe komen we de rivier over zonder terug te hoeven en zonder de jeepdrukke stofweg af te banjeren?

Met beperkte stroomvoorziening en dus beperkte WiFi is het tevens een (lastige) zoektocht naar onze iets verdere bestemmingen: Tibet en China. We moeten aan dollars komen, formulieren invullen en terug mailen, een treinbestemming bedenken, de trein (laten) boeken, weten waar en wanneer de veerboten naar Japan gaan en weten wat we in 3 weken van China willen en kunnen zien en vooral kunnen fietsen. Een grote puzzel die opeens haast heeft, ondanks dat we de Tibetreis 2 weken vooruit hebben geschoven en we pas 11 mei verwachten te gaan. Alle tijd zou je zeggen, echter het is China en ze moeten nu al weten en bewijs hebben wanneer wij Tibet verlaten. De permit en visa zijn lastige drempels die we over moeten… Al heeft een groepsreis het voordeel dat we makkelijker het land in komen, we moeten er ook binnen een maand weer uit. Verlengen kan niet.

Zondag 14 april; wandeldag 16: 20km, Tukuche 2.590m – Ghasa 2.010m

We starten de dag met een valse start. We hebben maar genoeg geld voor maximaal 6 dagen. Dat is genoeg als we het circuit aflopen, maar onvoldoende als we een zijstap naar Annapurna Basecamp willen maken. Dus moeten we terug naar Jomsom. Auke gaat op weg die kant op, terwijl Hilgien inleest op Tibet. De 12 km liften, geld pinnen, simkaart opwaarderen en 12 km terug liften duurt 2,5 uur. Niet dat het liften zo traag gaat, de weg is te slecht om op te schieten!! We starten pas om kwart over tien met lopen. We lopen zuidwaarts langs de rivier, in de hoop een brug naar de andere kant te vinden. Weg van de stofweg. Bruggen zijn er echter niet, dus we happen veel meer in het stof dan ons lief is. We proberen de rivier over te steken, maar er staat teveel water in de rivier en de rivier stroomt te hard. We ontmoeten een jongen uit Myanmar die een bedevaartstocht met zijn grootouders heeft gemaakt naar Mukhtinath. Hij heeft besloten om van Mukhtinath terug te lopen naar Beni. Alleen maar om op zichzelf te zijn en weg te zijn van zijn grootouders. We lopen de rest van de dag samen op. Het blijft zoeken naar leuke stukken pad. De aanleg van de weg en misschien ook wel regen en aardbevingen hebben stukken van het pad weggeslagen, waardoor het nauwelijks lukt om een mooie en leuke route te vinden.

Bij een zijriviertje waar weer hele stukken pad weggeslagen zijn, proberen we op een steil stuk met losliggend zand en stenen een route naar het pad te vinden. Het is een flinke klauterpartij, waarmee we het pad bereiken, maar wel tegen een prijs; onze Myanmarese vriend maakt een kleine lawine van stenen los en één van die stenen raakt Hilgien haar knie. De knie is flink beurs en geschaafd en het lopen doet pijn. We zetten door en checken in in Ghasa. Het guesthouse ziet er wat gedateerd uit, maar de gastvrijheid aan ons als enige gasten en het eten is voortreffelijk. Nu maar hopen dat de knie van Hilgien morgen beter is.

Maandag 15 april; wandeldag 17: 13km, Ghasa 2.010m – Tatopani 1.200m

De knie valt alleszins mee, dus we kunnen weer op tijd op pad. Tatopani met zijn heet waterbronnen is ons einddoel. Na een kort stuk over de weg, die niet meer zo stoffig is vanwege een bui de avond daarvoor, steken we dan eindelijk de rivier over. Hier loopt het veel leuker. Over paden. Niet over wegen. We zijn inmiddels een heel stuk lager. Alles verandert ineens. We zien palmbomen en bananenbomen, horen cicaden, zien apen, varens, bemoste bomen en er zijn veel meer vogels met hun vrolijk gekwetter. Kortom we zijn terug in subtropisch Nepal. En dat merken we goed aan de temperatuur. Het is warm en benauwd. Aan het eind van de dag mondt het uit in een flinke (onweers)bui.
Halverwege de dag komt Hilgien erachter dat ze haar zonnebril heeft vergeten. Gezien we niet meer langs de weg lopen en bruggen zeer schaars zijn, is terug liften niet eenvoudig. Het vinden van internetverbinding met onze Ncell simkaart of wifi is zoals dagelijks een heikel punt. Zonder internet geen telefoonnummer van het guesthouse. We laten het gaan tot Tatopani. Zodra we ingecheckt zijn vragen we de hoteleigenaar om een telefoonnummer van het guesthouse in Ghasa, waar we gelukkig de naam nog van weten. Er worden wat telefoontjes gepleegd en beloofd dat de zonnebril de volgende middag hier zal aankomen. Super!

Dinsdag 16 april; (rust)dag 18.

Het ontbijt wordt geserveerd met mijn zonnebril! Wat een heerlijke traktatie om de rustdag mee te starten. Rustdag hè? Een echte rustdag. Dit keer geen wandelingetjes voor acclimatisatie. Alleen naar de hotsprings lopen, die 500m verderop zijn. De hotsprings zijn HOT. Er zijn er twee. Ze worden om en om schoongemaakt. Het is duidelijk welke aan de beurt is, diegene met de enigszins acceptabele warmte… Het badderen is met name voor de voeten een luxe…

We besteden de dag aan internet proberen te vangen en besluiten over onze volgende stap: Tibet. We hebben allang besloten dat we via Tibet, China naar Japan willen, echter met welke organisatie? Eén organisatie vraagt $650,- en de ander $1.050,- voor 8 dagen, nou ja 7. Want op dag 8 word je op de trein of vliegtuig gezet. De duurste organisatie komt professioneel over en heeft de prijs voor ons verlaagd naar $880,-. Wij dus gelijk enthousiaster. Echter alle toegemailde documenten en reviews lezend brengt ons van ons stuk. De negatieve reviews liegen er niet om, de documenten zijn voor de helft overkoepelende info, deels bevat het klinkklare onzin (om hoogteziekte te voorkomen moet je niet douchen bv) en een deel tegenstrijdig met wat we eerder per mail aan info hebben gehad. Vervolgens verwachten ze pér reiziger nog een –naar ons idee- buitensporige fooi van $50 voor de chauffeur en $50 voor de gids…

De andere goedkopere organisatie heeft vooral nepreviews wat weinig vertrouwen geeft. Ach ja, wat willen we eigenlijk; vooral Tibet doorreizen om verder te komen zonder de moesson door te fietsen… Niet ten nadele van Tibet, echter we hebben ons er nauwelijks in verdiept, en het staat daardoor niet hoog op ons lijstje… Bovendien komen we tijdens deze Annapurna trek door Tibetaans ogende regio. Hierdoor krijgen we al een redelijke dosis Tibet cadeau.
Wat zullen we doen..?

Woensdag 17 april; wandeldag 19: 15km, Totapani (1.200m) – Ghorepani (2.850m)

We komen van hoog, zijn vooral aan het dalen en mogen vandaag weer 1.650m hoger uitkomen. We denken eindelijk van de zandweg af te komen en via een paadje oostwaarts te wandelen. Het paadje is ook hier helaas deels weg geworden. De hele dag klimmen we, stukjes over het zandpad met werkzaamheden, een hele stukken een trap omhoog. We zijn om 7.15 uur de deur uitgegaan om de regen in de vroege middag voor te zijn. Dat lukt niet. We schuilen een uurtje voor Ghorepani in een guesthouse waar we soort van droog aankomen en lunchen. Hier ontmoeten we een Italiaans stel dat al 4 jaar op reis is en onderweg terug naar huis de boel probeert te rekken. We ontmoeten een Amerikaanse moeder en volwassen zoon die beide op reis zijn en elkaar geregeld treffen. Moeders is ergens in de 50, diëtist en met pensioen gegaan omdat ze nu nog gezond en wel kan reizen en dit in haar 25 jaar diëtistenleven en de beperkte vakantiedagen in Amerika niet heeft kunnen doen. Ook de Kiwi, fysiotherapeut en nutripeut is hier aan het schuilen en zien we opnieuw. We kletsen met iedereen een uurtje of 3 vol tot het droog genoeg is voor het laatste stuk de berg op. Met bloeiende rododendrons, dreigende luchten en prachtige uitzichten bereiken we Ghorepani. Ghorepani blijkt een hotspot te zijn voor toeristen, wat hele gezinnen aantrekt. Gek hoor, dagen met nauwelijks toeristen gewandeld na Jomsom en nu hebben we te maken met hordes toeristen. De keuze van een luxe guesthouse lijkt niet verkeerd; we hebben het allerlekkerste eten van onze trekking!

Donderdag 18 april; wandeldag 20: 16km, Ghorepani (2.850m) – Poonhill (3.200m) – Ghandruk (2.050m)

De dag start vroeg met een beklimming voor zonsopkomst van de Poonhill (3.200m). Het is een mega toeristische bestemming, dus lopen we in kolonne over eindeloze trappen naar de heuveltop. Toegegeven; het uitzicht is redelijk de moeite waard. Het is wel jammer van de enorme menigte die zich verzamelt. Het uitzicht op o.a. Daulagiri, Nilgiri, Annapurna I, Annapurna South en de spectaculaire ‘vissenstaart’top van Machhapuchhre is indrukwekkend. Als we na terugkomst in Ghorepani ons ontbijt hebben genuttigd en doorlopen richting Ghandruk, blijkt dat je Ghorepani uit stijgend dezelfde uitzichten hebt. Maar dan met veel minder mensen en te midden van weelderig bloeiende rododendrons. De wandeling van vandaag is pittig maar mooi. Mooi vanwege de groene bossen en de vele vogels om ons heen. Pittig omdat het veel over trappen, steil op en neer gaat. Als we Ghandruk bereiken, barst precies het onweer en hagel los. We checken in en gelukkig hebben we bereik met de telefoon. Zo kunnen we eindelijk wat dingen regelen voor Tibet, zoals de betaling en een treinticket van Lhasa naar Xi’an boeken. Het besluit is genomen. De betaling is gedaan. We gaan naar Tibet!

Vrijdag 19 april; wandeldag 21: 14km, Ghandruk (2.050m) – Nayapul (1.070m)/Pokhara (820m)

We hinken nog steeds op twee gedachten: door naar het Annapurna BaseCamp (ABC) of naar Pokhara. Dat laatste kunnen we nog (deels) lopend doen of (deels) met de bus. Vanwege het feit dat ons visum voor Nepal verlengd moet worden en omdat we 3 weken wandelen toch eigenlijk wel genoeg vinden, besluiten we op het allerlaatst naar Pokhara te gaan. Maar dan wel wandelend naar de grote weg en vandaar met vervoer. We starten weer met eindeloze trappen totdat we aankomen bij de rivier Modi Khola, wat het dal is naar ABC. We zien een enorm steil pad voor ons opdoemen naar Landruk, wat nog verder doorstijgt naar weer ruim boven de 2.000 meter. Dus al het afdalen is ‘voor niets’ geweest? En weer op en weer neer? We geloven het wel. Het is mooi geweest, we gaan langs de rivier naar de grote weg zonder al te veel klimmen of dalen. De wandeling is daarmee zijn charme definitief kwijt, want we wandelen hoofdzakelijk over wegen en brede paden.

In Nayapul aangekomen, persen we onszelf in een overvolle bus waar we nauwelijks in kunnen staan. Als we nog geen 2 minuten onderweg zijn, stoppen we alweer om een band te verwisselen. Dit gaat waarschijnlijk een lange en oncomfortabele rit worden. De verwachting is dat we zeker 2 (3?) uur onderweg zijn voor deze 40km. We hebben reeds gruwelverhalen gehoord over Jomson naar Pokhara (155km) waar Toni 13,5 uur over deed… We bedenken ons niet, vragen ons geld en bagage terug om verder te gaan liften. Met frisse tegenzin geeft de conducteur het geld terug en nadat we zelf onze tassen van het dak hebben gehaald, hebben we in no-time een lift te pakken. Onze chauffeur houdt wel van doorkachelen over de vreselijke wegen van Nepal en dus zijn we in 5 kwartier tijd in Pokhara, waar de bus minstens het dubbele over zou hebben gedaan. We slaan goed in aan groente, kaas en al het andere wat we zo gemist hebben en checken in in het vertrouwde hotel. Hier worden we weer verenigd met de rest van onze spullen en onze fietsen die inmiddels twee lekke banden blijken te hebben…

Doel bereikt: Nepal (25 maart – 11 mei)

Maandag 25 maart – de grens over!

We slapen 7 km van de grens, net als vele chauffeurs. Voor ons staat een file van vrachtwagens richting de grens. Waarom ze massaal en langdurig stil staan wordt ons niet duidelijk. Iedereen is er rustig onder, dus het zal wel gewoon zijn. Van de verwachte grensdrukte en –gekte is hier verder niets te merken. In tegendeel, het blijkt een slaperig stadje en de mensen zijn allesbehalve op uit om toeristen te bedonderen. In tegenstelling tot de waarschuwingen in de Lonely Planet. Bij ons hotel kunnen we onze Indische roepies inwisselen voor Nepalese roepies, voor een keurige omrekenkoers. Met de dollars die we onlangs in Lucknow hebben kunnen wisselen, zijn we klaar om de grens over te gaan.

Nog even van de laatste Indiase roepies een chai drinken en wat klein grut kopen. Bijna de immigratiedienst van India gemist. Deze zit niet aan de grens, maar midden in het dorp, zonder noemenswaardige aankondiging. De formaliteiten gaan vlot, dus op naar de grens van Nepal! Ook hier is de immigratiedienst weer makkelijk te missen, maar eenmaal binnen en wat formulieren later, gaat het hier tevens voorspoedig. Wat en waar precies de grens is, weten we niet. In elk geval is er geen slagboom of vlaggen te vinden. Teleurgesteld, zonder bevredigende foto, fietsen we Nepal in. Toch een beetje anti climax dat we hier geen mooie foto van hebben kunnen maken. Nepal, onze vooraf bedachte eindbestemming…

Nepal is hier nog steeds zo plat als een dubbeltje. De luchtvervuiling is enorm en veel mensen, waaronder Hilgien, hebben dan ook stofmaskers op. Erg veel verschillen zien we (nog) niet. Alhoewel… er heerst een bizarre rust. Er mist iets. En dan valt het kwartje: er wordt niet tot nauwelijks getoeterd hier! En… er wordt niet cooooontinu gehengeld naar selfies! Wat een rust geeft dat. Je fietst hier op je gemakje, kijkt ondertussen rustig om je heen, terwijl het verkeer zich stil om je heen voortbeweegt, af en toe vriendelijke mensen en enthousiaste kinderen begroetend.

In de stad Bhutwal regelen we een simkaart en direct na Bhutwal zien we de eerste heuvels/bergen. Als we wat omhoog fietsen richting Tansen begint de lucht langzaamaan helderder te worden. Dat is maar goed ook, want we kwamen naar Nepal voor een kraakheldere, frisse berglucht!

Dinsdag 26 maart

Mijn gezondheid wordt er niet beter op. Na 9 uur slaap word ik met dikke ogen van de allergie wakker, zit ik op de pot omdat ik leegloop en hoest ik erger dan gisteren. Ondanks de fantastisch lange nacht. Het mocht niet baten. Het ontbijt bestaat uit bruin brood (yes!), ventolin voor lucht, probiotica voor de darmen en een dubbele multivitamine. Als toetje mogen we mijn band plakken. 2e dag in Nepal, nog geen feestelijke start. Auke blijkt later op de dag tevens een lekke band te hebben. De 10 lekke banden in 2 maanden India worden overtroffen door 2 lekke banden in 2 dagen Nepal…

Iedereen roept ‘namasté!’ Het enthousiasme is weer uitbundig. Kinderen zwaaien hard en roepen ‘bye’! Volwassenen kijken, groeten en laten een prachtige lach zien. We voelen ons welkom! Nepalezen lijken niet op Indiërs, maar op mongolen of Eskimo’s zoals wij denken dat zij eruit zien. Mooie ronde gezichten, waarbij de ouderen een glimmende bruine huid mét rimpels hebben.

Als we een band plakken komen er wat mensen kijken. Ze vragen zich af of het een fiets met motor is. Die Rohloff naaf geeft vaker deze verwarring. Het levert gespreksstof op en je ziet iedereen altijd twijfelen. Als we naar een winkeltje gaan, wat drinken of pauze houden, komt er niemand op ons af. Ze laten ons onszelf zijn en dus ervaren we veel meer rust. Zonder het onnodige getoeter ervaren we überhaupt al meer rust. Je weet pas wat je niet mist, als het er niet meer is….!

We zien pittoreske valleien, iets heldere luchten en prachtige terrassen op de berghellingen aangelegd. Wat is het weer anders, wat is het prachtig!!!

De dag begon met druppels en een slechte weersvoorspelling. We moeten ver terug in ons geheugen om regen te vinden. Shiraz, Iran. Dat is 3 maanden geleden. Heerlijk, we houden niet van regen. Al hoewel de lucht er van zal opklaren. We horen beangstigend gedonder als we pauze houden en maken dat we in actie komen. Nog 19 km te gaan, dat wordt een uitdaging. We wisselen klimmen met afdalen af, echter het klimmen overheerst. Het gedonder gaat door, we zien zwarte wolken tegen de bergen aan en krijgen forse wind mee. En dan vallen er grotere druppels. We zoeken onder in de fietstassen naar de regenkleding. Een bus die vanuit een dorp de bergen in reed, keert om en vertrouwt het blijkbaar niet. Het regent al hard en we racen naar beneden. Ik schreeuw het uit, de regen is hagel en klettert hard op onze hoofden. Nog geen kilometer later is er een huis met een afdakje en we fietsen bijna het huis in. We plaatsen de fietsen droog en bibberen van de kou. Bijna direct worden we binnen uitgenodigd. Onze regenkleding is waardeloos. Deze paar minuten was genoeg om door de regenjassen heen doorweekt te zijn. Ik tril en mijn vingers zijn wit weggetrokken. Tijd voor een regenbroek en trui om op te warmen. Als het droog is vertrekken we weer en aan het begin van de volgende stortbui checken we in, op de beoogde bestemming. Op voorwaarde van een warme douche. Die hebben ze! ….Om 6.00 uur ’s ochtends…. ;( Het lukt me om een emmer warm water te krijgen en met onze eigen douchezak hebben we alsnog een warme douche. Dat we –zoals meestal- een eigen wc hebben is geen overbodige luxe. De darmen zijn behoorlijk van streek, zo erg is het zelden geweest!

Woensdag 27 maart, we did it!!!

De dag start met het plakken van een lekke band. Die band was eigenlijk gisteren al lek, maar met wat tussendoor pompen hebben we Waling kunnen halen. Terwijl ik de band plak, verzamelt Hilgien de tassen alvast beneden. Nét op tijd kan ze voorkomen dat de tassen een prooi worden van een Nepalese schoonmaak actie: gewoon de kraan open zetten en de vloer laten schoonspoelen naar de straat.
Vandaag is het weer goed opgeklaard en vervolgen wij onze weg door rijstvelden, over overwegend goede wegen, naar Pokhara. Maar vandaag is het niet zomaar een dag. Het is vandaag de dag dat we de 15.000 km gaan halen. 15.000 km zou het tot Nepal zijn. Dit hebben we eens op een blauwe maandag grofweg met natte vinger werk berekend. En nu na 321 dagen, waarvan 198 fietsdagen is het dan zover. Het klinkt zo ongelooflijk. Als we aan het aftellen zijn en een bocht om gaan, zien we bij kilometer 14.999 ineens de witte toppen van het Annapurna massief opdoemen. De timing is perfect. Hoe krijgen we dit voor mekaar? Na een uitgebreide fotosessie met een strakblauwe lucht, witte bergen en groene heuvels, gaan we verder richting Pokhara. Voor nu de eindbestemming. Fietsen aan de kant en wandelen voor de verandering. Of dit nou een goede beloning is…?

Trouwens heb jij al gedoneerd? www.hdkt.nl/acties/fiets-naar-nepal/

Donderdag 28 en vrijdag 29 maart: Pokhara

Een bekende stad voor de bergwandelaar. Naast Kathmandu is dit de uitvalsbasis voor diverse trekkings door de prachtige bergen van Nepal. De plek to be om je voor te bereiden. Voorbereiden op het onbekende met vooral onverwachtse en wispelturige weersomstandigheden. Wij zijn hier voor het Annapurna circuit, één van de meest bekende lange afstandswandelingen ter wereld. Een hele populaire trek. Hopelijk niet te druk. Het is een wandeling van 240 km en 12-18 dagen, met als hoogste punt de besneeuwde pas: Thorang La op 5.416m. Een wandeling die zonder gids en dragers is te lopen en met overal theehuizen om te overnachten. Geen tent en kookgerei nodig. Dat lijkt ons wel wat!
Conditioneel gezien zou je zeggen dat we zijn voorbereid. Wandelen is echter niet hetzelfde als fietsen. Wandelen en bergwandelen zijn ook nog eens twee. We gaan met bepakking op de rug de bergen in. Terwijl we überhaupt al minimaal een jaar niet meer dan 10 km achtereen (zonder rugtas) hebben gewandeld…. Dit realiseren we wel een beetje (te) laat…

Qua bepakking zijn we voorbereid op fietsen met doorgaans warm en zonnig weer. Dus geen wandelschoenen geschikt voor sneeuw en slechte weersomstandigheden. Geen geschikte backpack. Geen warme winterkleding, laat staan de benodigde jassen. En dan heb ik onlangs ook nog mijn dikste zomerjas ergens verloren… Dat wordt shoppen!!! Mijn winterschoenen zijn door mijn ouders mee naar Oman genomen en vanuit Trivandrum naar Agra gestuurd. Dus in bezit, met de minimale sjouwtijd. Auke heeft geen geschikte schoenen dus het lijkt hem goed deze te huren of te kopen en on-ingelopen mee op pad te gaan. Het wordt kopen en in plaats van een onbekend (nep)merk toch maar een echt goed merk om de kans op klachten te minimaliseren. Die kans is al groot genoeg 😉

Pokhara zit vol met outdoorzaken, o.a. een paar kwaliteits outdoorzaken zoals Colombia, Marmot en The North Face. Daarnaast zijn er een 100tal winkels die hetzelfde verkopen voor 10-25% van de prijs. Allemaal The North Fake en andere namaak en daar zijn ze eerlijk over. Voor rugtassen kiezen we voor namaak à €25,- voor een 45-50 liter tas. Voor de schoenen gaan we naar The North Face, voor een donsjas voor Auke naar Colombia en voor een donsjas voor mij gaan we voor nep. Ik ben hartstikke allergisch voor dons en durf die prachtige dure donsjas niet aan. Synthetisch ademt weer niet, dus lijkt niet beter. Voor €60,- (toch nog een bak geld) heb ik een 900FP (hoogste score voor dons naar warmte) jas, dat zou goed warm en ademend moeten zijn. Kou lijden wil ik zeker niet! Marmot is de allerduurste zaak, net 5 dagen open en met personeel die weet waar ze over praten. Daar kopen we –na er een extra nachtje over te slapen- een megadure regenjas met de belofte levenslang droog te blijven en daarop levenslange garantie. Dat hebben we nodig! We herinneren de bui van eergisteren te goed. Voor maar liefst €250,-pp hebben we ieder een lichtgewicht beschermingsproduct in de handen. We gaan het niet wéér riskeren en we zullen na deze tocht her en der vast wel een stukje moesson meemaken, als het niet 100% moesson zal zijn. Met deze jassen durven wij zowel de Annapurna als nog een jaartje fietsen aan! Een cadeau aan onszelf voor de 15.000km. Een smak geld waar we een hoop zorgen en ellende mee af hopen te kopen. We zullen ze snel gaan testen, het weerbericht voor de komende 2 weken is regen, regen en sneeuw…

NB: de verhalen van Iran, VAE, Oman en India volgen.

NIET welkom in Iran

Een visum aanvragen voor Iran, een formaliteit waar je even voor moet zitten, waarna je er niet over hoeft te bekommeren. Zou je zeggen. Hoop je. Verwacht je. Maar soms loopt het helemaal anders.

Het begint met het advies in je thuisland het visum bij de Iraanse ambassade aan te vragen. Daar zijn we ook geweest, met de nodige vragen hoe en wat en vooral waar. Een aangevraagd visum is nog 3 maanden geldig. Binnen deze 3 maanden dien je de grens over te zijn. Voor ons dus echt geen optie. Maar we zijn heel erg welkom en kunnen óveral het visum aanvragen, aldus de Iraanse ambassade in Nederland.
Het aanvragen van het visum gaat óf via het nieuwe (sinds 2017) e-visa systeem online óf een reisbureau. Het eerste klinkt simpel; online vul je wat gegevens in, voeg je een digitale pasfoto toe (reeds in Griekenland laten maken) en upload je je gescande paspoort (paraat!). Over de pasfoto gaan diverse geruchten, want moet je als vrouw daar al wel of geen hoofddoek dragen?

De meeste mensen hebben grote problemen met de afmetingen van de foto en scan, want indien te groot dan loopt alles vast. Dit proces kostte bij ons niet zo heel veel tijd. Alhoewel we aan het eind toch nog van Puckie, onze windows-tablet naar de telefoon moesten switchen, want de browser versie van Puckie bleek te oud, waardoor we de applicatie niet konden afronden….

Bij de aanvraag voor het e-visum moet je goed weten waar je het visum wilt ophalen en vooral waar je een paar dagen wil blijven. En dit dien je een paar weken van tevoren te weten. Want je weet nooit hoe lang het duurt voor je antwoord krijgt en je het visum klaar ligt.

3 oktober 2018 vragen we het e-visum aan met het idee deze t.z.t. in Tbilisi, Georgië op te halen. Na 5-10 werkdagen zouden we een verificatie-code krijgen waarmee je bij de ambassade het visum kan ophalen, mits je geen Brit, Canadees of Amerikaan bent, want die worden bij voorbaat geweigerd. Bijna 4 weken lang gebeurt er niets, We gaan er achteraan en bellen de 3 telefoonnummers die vermeld staan als contacten voor e-visa vragen. Zowel het nummer in Oman, Frankrijk als in de Emiraten werkt niet of er wordt niet opgenomen. De ambassade in Tbilisi beantwoordt de telefoon ook niet en de mensen bij de ambassade in Den Haag luisteren helaas niet en zeggen alleen maar “Kom maar langs, we regelen het allemaal”.

Screenshot_20181003-211110
Het is onzeker, spannend en irritant, want we hebben geen idee wat ons nu te wachten staat…. Op 28 oktober gaan we maar eens naar de ambassade in Tbilisi om te zien hoe we ervoor staan. We parkeren de fietsen voor de deur waar rijen Iraniërs staan te drukken om binnen te komen. Maar een enkele vrouw draagt hier een hoofddoekje, terwijl de ambassade Iraans grondgebied is. Auke staat nog niet in de rij of hij wordt eruit gepikt door de bewaking. We worden naar binnen gemanoeuvreerd terwijl ik mijn sjaal nog nauwelijks over mijn hoofd heb gedrapeerd. Zonder er meer woorden aan vuil te maken worden we gemaand de paspoorten en telefoons in te leveren. Met het paspoort wordt iets in de computer gecheckt en de telefoon is uit veiligheidsoverwegingen ingenomen. 2 minuten later zitten we in de ‘ondervraagkamer’. Of we met de fiets zijn. “Huh??” Oké camera’s en ach ja, dat zal wel doorgefluisterd zijn. We moeten lachen, alhoewel dit niet zo prettig is, want ze zijn niet zo dol op toeristen die per fiets het land binnen komen. Of we het proces van aanvragen willen opstarten. Kost 5-10 dagen. “Wat???” Een voorzichtige discussie wordt gestart, we hebben immers de aanvraag allang gedaan. Het relatief nieuwe e-visa systeem blijkt volgens verhalen op internet wel vaker vast te lopen. Daar kunnen wij niets aan doen en hoeven wij toch geen slachtoffer van te worden? De aanvraag is goed verstuurd, daar hebben we de bevestiging van ontvangen. Na wat doorpraten waarbij de sfeer iets minder luchtig wordt, blijkt de oplossing heel simpel. We starten het proces opnieuw en halen het visum in Yerevan, Armenië op. Dat kost ons nog zeker een week voor we daar zijn. Meneer meldt nog even dat het visum in 80% van de gevallen wordt toegekend en 20% afgewezen. Afwijzen? Dat is nog niet bij ons opgekomen. Wij hebben nog niet van iemand gehoord dat die is afgewezen, ons paspoort is nog jaren geldig, hebben geen stempels van Amerika of Israël en de ‘juiste’ nationaliteit. Dus wij hoeven ons geen zorgen te maken. Of toch…..?

4 dagen later, op zaterdagmiddag hebben we de uitslag in de mailbox zitten. We slaan stijl achterover. We hebben 4 weken voor niets gewacht. Een bezoekje aan de ambassade en we krijgen het antwoord in het weekend. Een antwoord dat we niet zagen aankomen. “Your visa application has been rejected. Reason for rejection: Please apply via host in Iran”. Wat??????

Screenshot_20181103-233802
Wij hebben nog geen simkaart voor Armenië en dus geen mogelijkheden tot acties buiten de wifi om. We moeten even bijkomen van dit bericht en bedenken zondag op de fiets wat we moeten doen. Opnieuw het visum aanvragen is een zekerheid. Want wij WILLEN naar Iran. En we willen OVER LAND VERDER fietsen.

Ondertussen hebben we contact met Annie, een Iraanse lifter die we eerder tegen kwamen. We hebben contact met Hadi, een Iraanse couchsurfer die bij ons een keer stamppot kwam eten en Delft bekijken. En we doen een aanvraag via een reisbureau. Want een aanvraag via een reisbureau wordt doorgaans wel toegekend. Wat het reisbureau meer of anders doet, geen idee. Je betaalt ze commissie en hebt daarmee een grotere kans dat je een visum krijgt. We versturen het verzoek en ondertussen zegt Hadi. “Ik ben jullie host. Ze zeggen dat je via een host moet aanvragen, dus ik ga dat doen”. Zo gezegd zo gedaan.

Na een kleine 2 weken (‘10 werkdagen’) hebben we nog altijd geen bevestiging oftewel code binnen waarmee we het visum kunnen ophalen. We checken meerdere keren per dag en het blijft hetzelfde bericht ‘Waiting for verification’. Hadi gaat de ambassade bellen, wat wij vanuit Georgië ook tevergeefs hebben geprobeerd. Maar we zijn in Yerevan en de ambassade is open (3 dagen per week). We gaan met de taxi, want we hebben een lekke band en nemen liever geen risico’s. We komen aan en worden per direct geholpen. Nou ja, zijn aan de beurt. Ons wordt (wederom) niets meer gevraagd dan “paspoort”. Later komt een dame in het Engels uitleggen dat het visum niet klaar is en dat we maandag terug moeten komen. Als we vragen naar het e-visum zegt ze alleen maar: “Neeeee geen e-visum, toeristenvisum….” “Ja, dat is wat we hebben aangevraagd…?” Maar ze kan niets met die info. Of we maandag terug willen komen. “Misschien wel, misschien niet klaar… Maak je geen zorgen.”

We fietsen vanuit Yerevan het weekend maar alvast door richting Iraanse grens, want het wordt kouder en met 1 doorgaande weg kunnen we prima heen en weer liften. Het is maandag 12 november. We liften terug, staan ruim voor openingstijd voor de deur en gaan ervanuit dat het allemaal goed komt. Om 14.00 uur gaat de ambassade open en als je visum is goedgekeurd, is het tijd om te betalen. Cash breng je €75,- naar de bank, een paar kilometer verderop. Dan kom je terug met het bonnetje en word je de gelukkige eigenaar van de code waarmee je het land binnenkomt.Maar nee ons visum is weer afgewezen!!! Dit zien wij niet terug aan de status van ons e-visum, dat we zelf op internet kunnen checken. De afwijzing is wat we op de ambassade te horen krijgen.

Screenshot_20181127-151648_Chrome
Zonder enige opgave van reden en zonder te vertellen wat nog de opties zijn. Simpelweg “computer says no”. We stellen vragen, maar worden gemaand te gaan, want er is niets wat we kunnen doen. Als we afdruipen, zien we meerdere teleurgestelde, verbijsterde en verontwaardigde gezichten. Niemand lijkt vandaag een visum te hebben gekregen. Ellende bindt en dus praten we al snel met elkaar over het hoe en wat. Onder genot van een biertje kijken we naar mogelijkheden en delen contactgegevens. Ook gaan we langs het reisbureau die de ambassade aanbeveelt om onze aanvraag opnieuw in te dienen. Vanaf dat moment hebben we geregeld contact over het trage niets vooruitgaande proces. Het reisbureau kan echter NIETS doen, zolang onze ‘status’ niet is aangepast naar ‘rejected’. Tot dat moment zit je vast in het systeem. Wie je eruit kan halen is onduidelijk.
Hadi belt tevergeefs de Iraanse ambassade in Teheran. Een andere Iraniër die we bij de ambassade hebben ontmoet belt tig keer met de ambassade in Yerevan. Wij bellen de ambassade in Den Haag. Iedereen mailt een ambassade. Wij mailen nog een paar reminders naar het e-visa systeem en we krijgen geen of een nietszeggend antwoord. We checken geregeld of onze status aangepast wordt online, maar die blijft staan op ‘waiting for verificiation’. We benaderen opnieuw het reisbureau waar we eerder contact mee hadden, maar die reageert niet meer. Uren scrollen we op internet voor antwoorden en oplossingen. We plaatsen op fora onze vragen. We hebben contact met een belangrijke informatiebron en blogsite caravanistan, en ondanks dat ze enorm meedenken, kunnen ze niets voor ons doen.

Het lijkt erop dat je als eenmaal afgewezen bent, altijd wordt afgewezen. Het lijkt erop dat het e-visa systeem totaal faalt en de Iraanse overheid te trots is hier aan toe te geven of extra hulp te bieden. En het lijkt erop dat we niets kunnen zolang we met een ‘open status’ vast zitten in het systeem…

We weten niet meer wat we moeten doen. Iran zou één van onze hoogtepunten worden en visumtechnisch geen enkel probleem. Wij willen er nog dolgraag heen, al zou je denken dat het allemaal niet meer hoeft. We zitten in een ‘wereldfietsapp-groep’ en iedereen is super enthousiast over Iran. We zitten sowieso een beetje vast, want we kunnen nauwelijks om Iran heen, anders dan vliegen.

De enige kans lijkt een ‘visa on arrival’. Een VOA lijkt makkelijk te worden uitgebracht. Dus als je vliegend binnen komt ben je blijkbaar wel welkom. Als je een ‘letter of invitation’ hebt; een brief met een uitnodiging geschreven door een reisbureau, heb je nog bonuspunten ook.

We gaan dan wel vliegen en regelen die (nep)brief zelf wel!!!
Vliegen kost geld, vliegen kost veel moeite en vliegen past niet in onze milieuvriendelijke manier van reizen. Vanuit Yerevan en Tbilisi kosten vluchten €175-350,- exclusief de fietsen en met minimaal één overstap. Met de dure fietsen is een overstap niet prettig, want het risico is nog groter dat er iets beschadigd raakt. We vinden een vlucht van Baku, Azerbeidzjan voor nog geen €100,- INCL. de fietsen. We boeken gelijk voor over 2 weken! Dat betekent wel dat we terug moeten, in plaats van Armenië door te steken, rijden we een rondjes.

Screenshot_20181118-203013_Polarsteps
Maar dan begint het pas. We hebben óók een visum voor Azerbeidzjan nodig, wat 3 werkdagen duurt. (Gelukkig is het visum er met de ‘expres service’ binnen een uur). We hebben dozen nodig om de fiets in te vervoeren. Maar er worden in de herfst in Baku geen fietsen verkocht, dus hoe kom je eraan…. En dan heb je nog nodig:
– De ‘letter of invitation’, met dank aan Hadi
– Een geprinte bevestiging van je hotel (maar booking.com is geblokkeerd)
– Informatie over de vereiste verpakking en afmetingen van de vliegmaatschappij.
– Zekerheid dat we het vliegtuig in mogen zonder visum (dat scheelt per land en vliegmaatschappij)
– De fietsdozen, tape, voorvork beschermer en andere beschermingsmaterialen
– Een flightbag voor al onze tassen.
– VPN (virtual private network), want alle belangrijke communicatiesites zijn in Iran geblokkeerd
– Cash geld voor 4-6 weken, want pinnen kan niet (gelukkig hebben we daar al rekening mee gehouden)
– Informatie over wisselkoersen, want de zwarte markt levert 3x meer op dan de wisselkoers bij de bank.
– Een hoofddoekje, een shirt die de kont afdekt, niet tekenende kleding, want dit is allemaal verplicht!
– Een uitvlucht. Een uitvlucht? We willen OF met de boot naar de Emiraten óf vliegen naar India. Dit hele gebeuren kost zeeën van tijd en we hadden een kleine 1.000 km naar Baku te fietsen. Waar halen we de tijd vandaan om naar India te kijken??
– En heel veel geduld. Dit alles bij elkaar kostte zeker 4 volle dagen met z’n tweeën en vergeet niet al die anderen die meegedacht en meegebeld hebben…..

Wij zijn niet welkom in Iran. Niet welkom volgens de overheid. Maar wel volgens de bevolking. Wij zijn nieuwsgierig naar het land, de mensen, de cultuur en het eten. Dus wij komen eraan! We gaan het proberen. Als linksom niet lukt, maar rechtsom.
Wat er gebeurt als we niet worden toegelaten? Dan worden we het land uitgezet. Misschien krijgen we nog een transit visum. Geen idee. We gaan het zien. Niet geschoten is immers altijd mis. We zijn niet voor één gat te vangen.
Tja Een heel lang verhaal, maar dat is helaas de realiteit…..!
Wordt vervolgd. Vandaag stappen we het vliegtuig in…. Met goede moed, die ver in onze schoenen gezonken is 😉

Armenië deel 2: Van Yerevan naar Georgië (10-18 november 2018)

Zaterdag 10 november gaan we dan toch maar richting Iran. Als we Yerevan uit fietsen, loopt Knorretjes rem aan bij de remklauwen. Dit kan veroorzaakt zijn doordat de voorwiel eruit is geweest bij het vervangen van de binnenband. Op zich niet zo ingewikkeld om te verhelpen, maar het lukt ons niet. Google vertelt ons dat we min of meer voor de deur van een fietsenmaker staan. Hij lijkt dicht te zijn, maar net als we verder willen fietsen, opent de fietsenmaker zijn winkel. Hij vindt het prachtig dat we er zijn. Het is een echte vakman en pakt meteen wat andere onvolkomenheden aan. 20 minuten later heeft hij Knorretjes rem afgesteld, wat kleine slagen uit voor- en achterwiel gehaald en Iejoors trappers geolied. Dat was nog eens praktisch en efficiënt! De service was vervolgens nog gratis ook! Gelukkig hebben we weer een voorraad klompjes voor dit soort behulpzame en lieve mensen 😉

Het gebied ten zuidwesten van Yerevan is niet zo heel spannend. Het is zo plat als een pannenkoek en het ontbeert bezienswaardigheden. Maar het is heerlijk herfstweer (graadje of 10) met een dapper zonnetje, dus we genieten van het makkelijke fietsen. We fietsen een kleine 70 kilometer met een korte omweg naar één van de grootste bezienswaardigheden van Armenië: Khor Virap. Dit kloostercomplex vlakbij de Turkse grens ligt heel mooi, met de gigantische Ararat berg (5.000+ meter) op de achtergrond. Je moet alleen wel geluk hebben met het zicht, want vaak gaat de berg schuil achter wolken of smog. Wij zien de berg wel, maar het tegenlicht en de smog maken het plaatje een stuk minder idyllisch dan het kan zijn. Maar het is en blijft een heerlijke fietsdag en min of meer langs de Turkse grens fietsen wij verder tot de plaats Ararat. De volgende dag mogen we weer klimmen, dus we genieten nog maar even van de laatste meters vlak.

Van Ararat gaat we de bergen in naar hét wijnstadje van Armenië: Areni. Als we onderweg een pauze houden, stopt er onder luid kabel een stokoude Lada. Uit de Lada stappen 4 mannen en een jongetje. De mannen zijn flink aangeschoten en allemaal zijn ze beschilderd met een kruis van bloed op hun voorhoofd. Toch een tikje ongemakkelijk dat ze ons gezelschap komen houden, laat het jongetje vol trots twee onthoofde spreeuwen zien. Vervolgens opent één van de mannen de achterbak. Hier blijkt een (levend) schaap in te liggen, waarvan de oren zijn afgesneden. De mannen maken duidelijk dat ze onderweg zijn naar een feest. Het lot van het schaap laat zich dan ook raden. Wij bedanken vriendelijk voor de aangeboden wodka en zijn vooral blij dat zij een andere kant op rijden, dan wij op fietsen…

20181111_140459
Als we Areni binnenfietsen wordt direct duidelijk dat dit de wijnregio is. Overal wordt langs de weg wijn aangeboden, voornamelijk in colaflessen. Colaflessen, omdat de Iraanse truckchauffeurs dan stiekem alcohol Iran in kunnen smokkelen. Ja hoor, dat zullen die douanebeambten niet weten! Areni ligt mooi tussen hoge rotsen en diepe kloven. Hoog op één van die rotsen staat een kerk. Dat is een mooie opmaat voor het klooster dat we in één van deze kloven willen gaan bezoeken: het Noravank klooster. Maar het klooster moet nog even wachten, want onze visum beslommeringen maakt dat we morgen (maandag) eerst terug naar Yerevan gaan om te kijken of we alsnog het visum kunnen bemachtigen. Terug naar Yerevan gaan we overigens liftend doen. Knorretje en Iejoor vertrouwen we toe aan de B&B in Areni.

Zo succesvol als het liften is, -binnen 5 uur hebben we de 2×120 kilometer met 3 auto’s heen en weer gelift-, zo teleurstellend is het bereikte resultaat in Yerevan. Ons Iraans visum is weer afgewezen. Zonder opgave van reden en zonder te vertellen wat nog de opties zijn. Simpelweg “computer says no”. Het helpt een heel klein beetje dat niemand een visum lijkt te krijgen vandaag. Allemaal (Duitsers, Fransen en een Deen) zitten we in hetzelfde schuitje. Gezamenlijk belanden we vervolgens in een biertentje om een bierproeverij te houden. Wijzer worden we niet van elkaar, want iedereen behoud dezelfde vraagtekens. “Waarom zijn we afgewezen? Wat kunnen we nu doen?” Gefrustreerd en uit het lood geslagen keren we terug naar Areni. We weten eigenlijk niet zo goed wat te doen. Iran zou één van onze hoogtepunten worden en visumtechnisch geen enkel probleem. Het hele visum gedoe begint een beetje een schaduw te werpen, ook op ons verblijf in Armenië.

We besluiten in elk geval nog naar Yeghegnadzor te fietsen en het Noravank klooster te bezoeken. Dat is niet heel ambitieus, want het is maar een kilometer of 30 fietsen. En de 8 kilometer en 500 hoogtemeters naar Noravank, willen we liften. Dat de ambities niet zo hoog liggen, komt ook -naast een stuk demotivatie- doordat Hilgien zwaar verkouden is. En met weinig lucht, klim je niet zo lekker. Dinsdag is het wederom een fantastisch lekkere dag, met een mooi zonnetje. De eerste de beste auto (een Lada!) stopt zodra we een duim opsteken en zo zijn we binnen de kortste keren bij het klooster. Het kloostercomplex ligt werkelijk heel mooi; hoog boven een kloof uittorenend en vol in het mooie herfstzonnetje. Terugliften lukt niet, dus het wordt een lekkere wandeling naar de fietsen.

Aangekomen in Yeghegnadzor besluiten we een extra dagje te blijven zodat Hilgien wat kan herstellen en om even een goed, nieuw plan te maken. We hadden het idee om met een rondje terug naar Yerevan te fietsen, maar Hilgien komt met het creatieve plan om het roer flink om te gooien. We gaan naar Azerbeidzjan! We gaan vanaf Baku naar Teheran vliegen. Bij binnenkomst op een aantal luchthavens van Iran, kan je namelijk een visa on arrival krijgen. Wat niet helemaal duidelijk is, is wat het betekent als je al twee keer een visum ontzegd is. Maar we gaan ervoor! Het betekent overigens dat we ook nog even snel een visum moeten regelen voor Azerbeidzjan. Via, jawel, een e-visum systeem. Gelukkig werkt dat hier goed en snel en binnen een paar uur is dat geregeld. Met een visum voor Azerbeidzjan en een vlucht op zak, gaan we richting Baku. Langs het Sevan meer, eerst helemaal terug naar Georgië en dan door naar Azerbeidzjan. Armenië is namelijk een fuik. Zonder visum voor Iran kunnen we niet naar het zuiden. Naar het westen gaat ook niet. De grenzen met Turkije zijn gesloten, omdat de Armeense genocide door Turkije niet erkend is. Naar het oosten is tevens geen optie, gezien de oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan over Nagorno Karabach. We moeten terug. Totaal tegen onze principes in.


Donderdag 15 november op pad naar Martuni. Maar inmiddels zijn we beiden niet zo heel erg fit. Om bij het meer van Sevan te komen, moeten we een pas van 2.438m over. Hiervoor dienen we ruim 1.400 hoogtemeters te maken. Bij het vertrek uit ons hostel wordt ons duidelijk gemaakt dat er op de pas sneeuw ligt, dus dat belooft wat! Het eerste stuk gaat best lekker, met een lekker temperatuurtje en een rustige hellingsgraad tot aan de voet van de pas. Daarna gaat het met haarspeldbochten en een flink stijgingspercentage snel omhoog. Het wordt kouder en tot onze verontrusting zien we buien aan komen. We houden het tempo er goed in en de pauzes kort, maar vlak voor de top begint er toch wat sneeuw te dwarrelen. Gelukkig valt de hoeveelheid verse sneeuw mee, maar het is kil en de zon is volledig verdwenen. Eenmaal over de pas komen we op een hoogvlakte uit, die volledig besneeuwd is. Het waait hard en tot onze geluk hebben we de wind in de rug. Dat geldt niet voor een stel Russische fietsers die we op de vlakte treffen, nog voor de pas. Lopend met de fiets aan de hand, vanwege het hellingspercentage en de harde wind. Het is inmiddels bijna 17 uur. Wij hebben nog 20 kilometer te gaan tot Martuni, maar met 500 meter afdalen voor de boeg en wind mee, moet dat net lukken voor het donker. De Russen zijn notabene van plan om hun tentje op te zetten. Wellicht zijn wij wat luxe paarden geworden, maar in deze winterse omstandigheden zien wij het echt niet zitten om te kamperen! In Martuni checken we in in een onooglijk lelijk hotel dat vol zit met luidruchtig, wodkadrinkend en in ochtendjas rondlopend volk. Maar na een dag door de kou fietsen, slapen wij heerlijk.

P1060541
Na Martuni fietsen we in twee dagen via Sevan aan het Sevan meer en Dilijan naar Vanadzor. Naar hetzelfde gloednieuwe, goedkope tophostel als waar we op dag drie van ons verblijf in Armenië verbleven. Het Sevanmeer ligt op 1.900m hoogte. Het is er dan ook fris, maar niet al te koud. De uitzichten zijn vaak prachtig, met besneeuwde bergen op de achtergrond. Tussen Sevan en Dilijan gaat de weg eerst iets omhoog, om daarna via een tunnel en een hoop haarspeldbochten af te dalen naar Dilijan. We zijn erg verbaasd als we de tunnel uitkomen. We zijn afgedaald en toch is het hier veel kouder en volledig besneeuwd. Oké het is de noordkant van de berg, maar dit hadden we totaal niet verwacht. Bovendien schijnt er een heerlijk zonnetje bij, dus we wanen ons op wintersport en genieten van de spectaculaire afdaling. Van Dilijan volgt nog een pittige klim, voor een tweede afdaling ons bij Vanadzor brengt. De klim valt vies tegen en we moeten weer eens knokken tegen de tijd. Na de klim komen we niet echt op een top, maar wederom op een soort van hoogvlakte. Het is koud, maar ondanks dat staan (Russische?) mensen hun zelfverbouwde producten te verkopen (kolen, ingemaakte groente, aardappels). Wat moet dat koud zijn om de hele dag aan de weg te staan bij een temperatuur van rond het vriespunt! Met de verlichting aan, storten we ons naar beneden, zoveel mogelijk gebruik makend van het allerlaatste daglicht. Het lukt om min of meer voor het donker de eerste verlichte straten te bereiken. En alhoewel Vanadzor net zo onooglijk lelijk is als de meeste Armeense steden, voelt het toch een beetje thuiskomen in ons vertrouwde hostel met de heerlijke bedden.

P1060660
Vrijdag fietsen we dezelfde route terug naar de grens. We hebben een nieuwe regel verzonnen; “als het dezelfde route is als reeds gefietst, mogen we liften”. (Onze fietsreis heeft regels die naar gelang de reis bijgesteld kunnen worden ;). Maar als blijkt dat we 1.500m gaan afdalen, vinden we liften zonde vanwege onze eerste principe “we fietsen alles wat veilig en mogelijk is” en afdalen is leuk! Dus we besluiten er een, voor ons doen, monstertocht van te gaan maken. We willen van Vanadzor in één dag naar de grens van Azerbeidzjan fietsen. Een afstand van ruim 130 kilometer, met 500 hoogtemeters én 1.500 ‘laagtemeters’. Dit moet haalbaar zijn met de wind mee. Foto’s maken is niet nodig, want het is een herhaling van zetten. Bovendien hebben we geen dubbeltje Armeens of Georgisch geld meer. Het is -4 graden als we vertrekken. Vanadzor wordt in Armenië ook wel klein Siberië genoemd en om een reden! Echter het is heerlijk zonnig en al snel kunnen we wat laagjes afpellen.

De beide grensovergangen van Georgië gaan vlekkeloos. We betalen tot onze opluchting nog steeds geen belasting over het in Tbilisi ontvangen pakketje én nog belangrijker: worden in en uitgelaten 😉 Bij de grens van Azerbeidzjan gaat het allemaal totaal anders. Er staat zoals gewoonlijk een file, maar dit maal voor een gesloten hek. Wij hebben de gewoonte aangenomen iedereen voorbij te fietsen, dat schiet tenminste op. En nee, dat is niet asociaal, de auto’s halen ons de hele dag al in. We kijken verbaasd naar het grote hek. Waarom het hek dicht is, is onduidelijk, mondjesmaat worden er wat mensen doorgelaten, zo ook wij. Daarna is het allemaal chaotisch, krijgen we een kaartje met een nummer, wat niet lijkt te corresponderen met de verschillende loketten. Een douanebeambte ontfermt zich over ons, maakt grapjes, stuurt ons naar verschillende loketten en gooit de boel nog meer in de war. We moeten geregeld wachten, terwijl we onze paspoorten zien liggen en niemand er iets mee doet. Uiteindelijk blijkt ons Armenië-stempel het grootste struikelblok. Ze willen weten wat we daar in godsnaam hebben gedaan (de toerist uitgehangen) en of we in Nagorno-Karabach (Artsakh) zijn geweest. Dankzij Polarsteps kunnen we de afgelegde route precies tonen en zijn ze relatief snel gerustgesteld. Na nog wat onduidelijk bureaucratisch gedoe zijn we dan toch echt in Azerbeidzjan. Een onverwacht land #20! De afgelegde afstand vandaag is uiteindelijk 133,5 km geworden met een gemiddelde van maar liefst 21,5 km/u. Beiden een nieuwe topscore van onze reis en een mooie afsluiting van Armenië!

P1060627

Terugblik:
Het is ontzettend jammer dat ons verblijf in Armenië zo is overschaduwd, door het gedoe met ons visum voor Iran. Armenië is echt een mooi land, rijk aan geschiedenis en de Armeniërs zijn een warm, welkom volk. De mensen zijn onmiskenbaar anders dan de Georgiërs en de Turken met hun zware wenkbrauwen en gitzwart haar. Ze zijn opener dan de Georgiërs en reageren vaak heel enthousiast als we langs komen fietsen. De vrijgevigheid daarentegen is een stuk minder, maar het land oogt ontzettend arm en sober, dus we vermoeden dat de meeste Armeniërs erg weinig te delen hebben. Bizar hoe we zo snel aan die vrijgevigheid gewend zijn geraakt, al hoewel het zo bijzonder is.
Waar Armenië vooral bekend om staat, zijn de oude kloosters en kerken. Google maar en je komt fantastische foto’s tegen. De kloosters zijn mooi, alhoewel de binnen- als buitenkant sober te noemen zijn. Het mooie zit vooral in de ligging en de omgeving. Wellicht komen ze nog beter tot zijn recht tijdens de lente en de zomer als de zon schijnt en het groen is. Ons viel het vaak wat tegen op de regenachtige novemberdag. Maar ja wat niet?;)

Het verkeer is rustig, de wegen redelijk (de hoofdroute vreemd genoeg vaak minder goed dan de wat kleinere routes), wat het een goed fietsland maakt. Althans, als je houdt van klimmen (nog steeds niet onze hobby), want overal zijn bergen met een pittig reliëf. En er zijn nauwelijks tunnels of bruggen om de boel af te vlakken.

Als je houdt van oude Sovjet auto’s is Armenië écht je land. De Lada’s rijden er bij bosjes rond in een keur aan kleuren. Groen, blauw, geel, wit en rood maar ook ‘frisse’ kleuren als aubergine, beige en mokka. Het lakwerk is echter vaak zo verkleurd dat nauwelijks te zien is, wat de originele kleur is. En dan de vrachtwagens. Wij houden -ook als fietsers- van de Armeense, mooie, lieve, knalblauwe vrachtwagentjes die kennelijk niet kapot te krijgen zijn.

P1060324

Wij fietsen voor HDKT. Heb jij al gesponsord? Klik hier.
We zijn je super dankbaar!

Voor meer foto’s en onze route zie Polarsteps.

Armenië deel 1: Van Georgië naar Yerevan (3-9 november 2018)

Vanuit Georgië fietsen we bij Bagratashen de grens over. Armenië is alweer land #19! Per direct geen mooi land te noemen. We zien veel vergane Sovjetglorie. Overal fabrieken, gebouwen, auto’s en bussen die staan weg te roesten. Geen inspirerende binnenkomst. Het mooie hiervan, is dat het vanaf nu alleen maar beter kan worden.

Het vinden van een geldautomaat die wel ergens bij de grens was, maar we niet zagen, is een lastige. De dorpjes hebben geen geldautomaten. En wij hebben nog geen Armeense drammen. Wisselen lukt nog net ergens. Gelukkig maar, want het duurt nog zeker 2 dagen voor we weer aan lokaal geld kunnen komen. Tegen onze zin in, fietsen we een stuk in het donker. Niet erg handig, want het wegdek is een lappendeken van gerepareerde stukken weg tussen de gaten. Er is weinig accommodatie onderweg en we hebben een motel op booking.com geboekt. We merken dat vooraf boeken verstandig is, juist omdat het seizoen voorbij is en er anders niet op gasten gerekend wordt. Bij beperkte mogelijkheden willen we graag zekerheid. Kamperen is nu echt van de baan. De temperatuur daalt ’s nachts richting het vriespunt.

Bij aankomst wisten ze bij dit motel alsnog van niets, maar via een Engelssprekende dame aan de telefoon is alles zo geregeld. Fijn! De overnachtingen blijken in Armenië helaas een stukje duurder te zijn dan in Turkije en Georgië en daarvoor krijg je minder kwaliteit en minder schone ruimtes…

We hebben 2,5e dag nodig om vanaf de grens naar Yerevan, de hoofdstad van Armenië, te fietsen. Onderweg willen we wat kloosters bekijken. Natuurlijk staan ze boven op een berg wat nog meer klimmen betekent. Armenië is überhaupt een land met veel bergen en vooral veel korte klimmetjes, waardoor elke afdaling gelijk beloond of beter gezegd bestraft wordt met een klim. (Hadden we dan toch voor het platte Azerbeidzjan moeten kiezen?). We slaan het klooster Hagpat over, omdat deze véél te hoog ligt. Het klooster Sanahin heeft tenminste een gondel 😉 Een gondel is echter vooral zinvol als die werkt en dat doet hij al 2 jaar niet meer… We besluiten niet nog eens 300 hoogtemeters te maken maar omhoog te liften. Liften ‘mag’ hier volgens onze principes. We gaan namelijk een zijweg in en snijden er niets mee af. We plaatsen de fietsen met de gehele bagage bij een winkeltje, vragen om toestemming en vragen daarmee impliciet een oogje in het zeil te houden. 😉 We krijgen van de eerste de beste auto een lift. De auto is een taxi met 2 missionarissen uit Amerika. We vinden dat bijzonder in dit Christelijke land. 1.700 jaar geleden, in 301 was Armenië het eerste land die het Christendom als staatsgodsdienst aannam… Van de bevolking is 98% Christelijk, waarbij 94% Armeens-Orthodox. Wat deze Amerikanen hier doen is ons onduidelijk. Ze hebben zich zelfs de ingewikkelde taal eigen moeten maken. Ze vermaken zich in ieder geval erg goed. En voor ons doen ze een goede daad. Ze nemen ons mee in hun taxi en betalen de taxi. Wij komen daarmee snel boven en weten naar mate we verder stijgen dat fietsen echt niet grappig zou zijn geweest. Het klooster is wel mooi, maar zou al die inspanning net niet waard zijn.

P1060070
Het volgende klooster is Kobayr. Vanaf de doorgaande route een stevige wandeling van 10-15 minuten omhoog. Ze zijn de hele boel aan het herstellen en is daardoor een zooitje. Onderweg naar boven krijgen we van een dame wat besjes waarvan ze laat zien dat je ze kan eten. Zoals altijd nemen we aan dat het goed is en eten de besjes op. Misschien erg naïef en het is de vraag wanneer we daar een keer nadelige effecten van ervaren 😉 Deze besjes vol zaden zijn lekker zoet! Maar de nasmaak is wat wrang en doet ons denken aan de kaki’s die we net zo vaak rijp als onrijp hebben gegeten.

Als je ooit een kaki onrijp hebt gegeten weet je wat we bedoelen…! Onrijpe kaki’s bevatten veel looizuur of hydrolyseerbare tannine. Dit zorgt voor een enorm wrange smaak. Auke en ik gooien niet snel eten weg (we zijn natuurlijk tegen verspilling) en een aangesneden kaki gaat dus op. Zowel Georgië als Armenië hangt vol met kaki’s en de tijd is rijp… nu de kaki nog. Elke keer dat de kaki toch niet rijp was ervaren we de flauwe smaak (in plaats van heerlijk zoet) en daarna een ongelooflijk onprettig gevoel dat het niet zakt. Niet door de keel, de slokdarm of de maag. Een kwartje kaki geeft gelijk een vol gevoel. Ik zeg een “nieuw dieetmiddel voor de doorzetter”!
We zien op internet waarschuwingen dat je (onrijpe?) kaki’s niet aan dieren mag voeren vanwege spijsverteringsproblemen die daardoor kunnen ontstaan. Nou dat geldt niet alleen voor dieren. Wat blijkt; tannines hebben een samentrekkende effect. Tannine bindt zich aan eiwitten met als gevolg dat de eiwitten gefixeerd worden. Je mond voelt na een hap stroever en trekt samen, fixeert licht. “De mond?!” En slokdarm. En maag en misschien zelfs de darmen. “Licht?!” Dat is een understatement. [Deze info komt van wikipedia, hebben we niet bij het Voedingscentrum gecontroleerd maar proefondervindelijk helaas wel vastgesteld…] Je bent gewaarschuwd.

P1070034.JPG

Het is zaterdagmiddag, 4 dagen na de aanvraag van het Iraans visum in Tbilisi. We hebben de uitslag. We slaan stijl achterover. We hebben 4 weken voor niets gewacht. Een bezoekje aan de ambassade en we krijgen het antwoord in het weekend. Een antwoord dat we niet zagen aankomen. “Your visa application has been rejected. Reason for rejection: Please apply via host in Iran”. Wat??????
Wij hebben nog geen simkaart dus geen mogelijkheden tot acties (buiten Wifi om). We moeten even bijkomen van dit bericht en bedenken zondag op de fiets wat we moeten doen. Opnieuw het visum aanvragen is een zekerheid. We doet dit diezelfde avond gelijk via ‘onze host’ en Iraniër Hadi. Wordt vervolgd.*

* Meer over het Iraanse visum, lees hiervoor het aparte verhaal over Iran.
Aangekomen in Yerevan blijkt dit een grijze stad. Al is het omdat de zon zich weinig laat zien in de 3 dagen dat we hier zijn. Yerevan heeft een bruisend uitgaansleven en straatleven, maar wellicht is dat meer aan de zomer gekoppeld. De straten en parken zijn versierd met klassieke en moderne kunstwerken. Er zijn ongelooflijk veel fonteinen. De beroemdste is van het cascade complex, waar je over de stad kan kijken. Het ziet er echt wat minder boeiend uit als er geen water uitkomt. Een week geleden zijn vanwege de winter de kranen gesloten. Geen idee of dat overal in de stad geldt, in ieder geval hebben we geen enkele fontein in werking gezien en dat geeft een treurige aanblik.

P10601723 dagen hier is wat teveel voor de herfst/winterdag en dus fietsen we 1 van deze dagen een kleine 80km en maar liefst 1.500 hoogtemeters naar de tempel Garni en het klooster Geghard. Deze toeristische trekpleisters liggen ten oosten van Yerevan en dus niet erg op de route naar het zuiden. Door de bagage achter te laten, komen we beduidend makkelijker de bergen op. Het grappige is dat we hierdoor veel harder stuiteren op de slechtere stukken. Het gewicht van de bagage doet de banden normaliter beter als vering functioneren.

Garni is een tempel die je voor €3,- kan bezichtigen en al menigmaal is herbouwd. Het is de enige heidense tempel in Armenië en stamt uit de eerste eeuw. Het ziet er door het vele herbouwen echter niet meer zo authentiek uit. De omgeving en het regenachtige weer en daarmee wat wolken maken het alsnog een mooi plaatje.
We zijn wat meer onder de indruk van de ‘symphony of stones’. Een prachtig natuurfenomeen waar weinig aandacht aan wordt gegeven en zelfs de Lonely Planet niets over vermeldt. In de Garni kloof bevinden zich rotswanden met goed bewaard gebleven basaltkolommen. We bekijken ze van een afstandje, want het is flink afdalen op een slechte, onverharde weg met veel stenen. Dit bleek met de fietsen niet zo handig en qua tijd te ver om te lopen. We keren daarom halverwege om en maken ons op voor de klim naar Geghard. Het is in totaal 80 km fietsen om vooral dat klooster te zien… nu maar hopen dat het de moeite waard is.

Geghard is half een kathedraal en half een grot. Al merk je binnen niet wat wat is. Het is groot en indrukwekkend. Niet alleen vanaf een afstandje waarbij de wolken er mysterieus omheen hangen, ook binnen. Er zijn ongelooflijk veel “Khatshkars”; de typisch Armeens gebeeldhouwde stenen kruizen die we regelmatig zien. En enorm veel in de muren gegraveerde kruizen en tekeningen. Op een plaats komt er water uit de muren naar binnen en dit wordt door veel bezoekers als heilig water gedronken. Achter het klooster is een aantal grotwoningen die door monniken zijn uitgehouwen. In het grotgedeelte van het klooster is de akoestiek erg mooi. Dit horen we in het andere gedeelte; een prachtig gezang klinkt tot daar door. We zoeken de oorsprong op, wat even zoeken is, en vinden 5 dames hun spirituele liederen zingen. Het klinkt geweldig, indrukwekkend en is emotioneel te noemen. We zijn niet zo snel onder de indruk van gezang in een kerk, maar dit dringt echt door. Wat een timing, wat is dit mooi. Garni viel tegen maar Geghard is een must-see in Armenië!
Trouwens, alle kloosters en kerken zijn gratis te bezichtigen in Armenië. En wij vinden ze meestal veel meer de moeite waard dan de betaalde bezienswaardigheden.

P1060263

P1060289
Het is om 18.15 uur behoorlijk donker en we redden het wederom niet om bijtijds terug te zijn. Afdalen in het donker is niet prettig, maar het wegdek is redelijk acceptabel. Als we vlakbij Yerevan zijn, komen we op de zesbaans snelweg uit en komen we redelijk mee met het verkeer. Afdalend fietsen we 40-50 km/u. Gelukkig hebben we beide achterlicht zodat we gezien worden. ‘Thuis’ kunnen de restjes van afgelopen dagen opgewarmd worden (burrito’s gemaakt met Armeens brood: ‘lavash’, een gróót succes en wat pasta), wat erg prettig is als je een paar dagen op één plek verblijft.

We starten de vrijdag met een paar hoognodige dingen: kleding wassen en fietsverzorging. We vervangen de olie van de Rohloff naaf, verzetten de krans van Auke zijn fiets, zodat deze wat gelijkmatiger slijt en we vervangen een band van Auke’s fiets die langzaam leeg loopt. Echter blijkt ook de voorband van Hilgien opeens lek. En de gloednieuwe (?) binnenband die in Auke’s fiets is beland ook! 3 lekke banden op één dag zonder een kilometer te fietsen, hoe is het mogelijk…

Het is vrijdag, dus de ambassade van Iran in Yerevan is open! We hoopten woensdag al langs te kunnen met de code in de handen, maar helaas. Ook nu hebben we geen code. We checken meerdere keren per dag en het blijft hetzelfde bericht ‘Waiting for verification’. Hadi gaat de ambassade bellen, wat wij vanuit Georgië ook tevergeefs hebben geprobeerd. In de ambassade heb ik netjes weer mijn sjaal over mijn hoofd gedrapeerd en we kunnen gelijk terecht. Ons wordt (wederom) niets gevraagd dan “paspoort”. En dat was de gehele communicatie vanaf de overkant. Later komt een dame in het Engels uitleggen dat het visum niet klaar is en dat we maandag terug moeten komen. Als we vragen naar het e-visum zegt ze alleen maar: “Nee geen e-visa, toeristenvisum….” “Ja dat is wat we hebben aangevraagd…?” Maar ze kan niets met die info. Of we maandag terug willen komen. “Misschien wel, misschien niet klaar… Maak je geen zorgen.”

Na deze grote teleurstelling gaan we langs bij de ambassade van Artsakh. Pardon? Artsakh is sinds 2017 de naam van de zelfuitgeroepen republiek Nagorno-Karabach, die door niemand erkent wordt. Vanuit Armenië zijn er twee plekken waar je deze republiek in kan, maar aangezien het officieel onderdeel is van de republiek Azerbeidzjan willen we niet te lichtzinnig zijn in het besluit Artsakh al dan niet te bezoeken. Het is tenslotte een gebied waar een dispuut over bestaat en feitelijk een oorlogsgebied, alhoewel er al meer dan 20 jaar, dankzij een bestand, niet meer gevochten is. Goed te weten dat het een optie is, maar voor nu blijven we bij het originele plan om vanuit Armenië, Iran in te fietsen. Maandag gaan we weer terug naar de ambassade om te zien of het gelukt is met ons Iraanse visum.

Er is nog een stuk dag over, dus we besluiten naar het Genocide museum te gaan. Het museum gaat over de genocide die door het Ottomaanse rijk gepleegd is, ten tijde van de WWI, op Armeniërs. Het museum is heel indrukwekkend. Al in 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw werden er regelmatig misstanden gepleegd op Armeniërs, maar in de WWI kreeg dit een systematisch, georganiseerd karakter. Armeniërs werden op grote schaal naar concentratiekampen gebracht in het huidige Syrië. Waar ze te werk werden gesteld, waar vrouwen werden verkracht, de mensen gebruikt werden voor medische experimenten, en al dan niet actief vermoord werden. Klinkt als een gruwel verhaal uit de WWII, maar kennelijk is de genocide op de Armeniërs een grote ‘inspiratiebron’ geweest voor Hitler en zijn regime… Naar schatting zijn er rond 600.000 Armeniërs vermoord en dat terwijl de bevolking van Armenië op dit moment slechts 3 miljoen bedraagt.

Zwaar onder de indruk nemen we een taxi terug. Bij een taxi moet je altijd goed opletten dat je niet bedonderd wordt. Waar dan ook in de wereld. In Tbilisi waren we al bedonderd met een handvol waardeloze, niet-Georgische muntjes en op de heenweg naar het Genocidemuseum kregen we te weinig wisselgeld terug. En dus vragen we bij het instappen nadrukkelijk naar de prijs en het tarief. Volgens de taxi chauffeur is het een ‘spits’tarief, wat inhoudt dat het instaptarief 400 dram hoger is dan normaal; namelijk 1.000 dram (bijna 2 euro). Maar als de meter dan vervolgens veel harder op loopt dan normaal is (heen kostte de rit 600 dram), manen we de taxi chauffeur te stoppen. We stappen uit en bieden aan 600 dram te betalen, maar zeker niet de 2.700 waar de teller nu op staat. Een fikse discussie volgt, maar wij zijn echt niet bereid om dik 5 euro te betalen voor een ritje van 2 km die ons bovendien nog niets dichter bij huis heeft gebracht. De sfeer is grimmig en de taxichauffeur neemt een foto van ons om ons op een zwarte lijst te zetten bij zijn collega’s. We zijn niet echt onder de indruk en lopen weg om om de hoek een andere taxi te pakken. Een omstander die het hele gebeuren heeft aangezien, vraagt wat er is. Zij bevestigt vervolgens dat het bedrag absoluut buitenproportioneel is. De volgende taxi brengt ons netjes waar we moeten zijn voor de 600 dram die we vooraf hebben afgesproken. Het lijkt wél een grijze taxi, want bij het naderen van het centrum haalt hij ijlings het bordje ‘taxi’ van zijn dak…
Wij zullen als fietsers gelukkig weinig met dit taxi-gedoe te maken hebben. Lang leve de fiets.

20181106_143124

Georgië, deel 2: Via Tbilisi het land uit (27 oktober t/m 3 november 2018)

Als we zaterdag weer op de fiets stappen komt Auke helemaal niet meer vooruit. Sinds de modderige heftige Ushguli afdaling werken zijn remmen niet meer en ook bij mij is de achterrem ‘uit’ gevallen. Niet kunnen remmen en wel op de rem staan klinkt gek, maar als de remblokjes helemaal versleten zijn, kan dit een gevolg zijn. De plaats Tskaltubo, waar we slapen, is erg klein. Kutaisi 16km verderop heeft een goede fietsenmaker. Helaas zit er niets anders op dan erheen fietsen. Wetend hoe slecht dat is voor de remmen… In Kutaisi vinden we Zura, een echte professionele fietsenmaker. Hij laat in 2 uur zien hoe je de remmen verwisselt, hoe vreselijk het metaal van de remmen weggesleten is en hoeveel eerder we de volgende keer de blokjes moeten vervangen én hij zorgt dat onze standaards weer werken….! (Knorretje en Iejoor willen niet meer zelfstandig staan). Helaas heeft hij geen blokjes op voorraad en kan alleen Auke zijn fiets volledig werkzaam worden gemaakt met onze reserve remblokjes. Hij heeft wel een naam en adres van iemand in Tbilisi waar mijn fiets onder handen kan worden genomen. Als die komende 250 km maar goed gaan…. Hetzelfde slepende geluid is te horen en met één rem in dit verkeer….

P1050904

Het is drie uur geweest als we die 16 km tot Kutaisi op de teller hebben en nog een sprong willen maken. De kortste route met de minste weerstand is via de snelweg. Heel normaal om die te nemen. De fietsenmaker geeft ook dit advies en Ivan appt dat de andere mogelijkheden geen opties zijn, weet hij uit ervaring. Dus de snelweg op. Helaas geen vluchtstroken zoals in Griekenland en Turkije. En dat met verkeer wat dolgraag inhalende auto’s inhaalt ondanks de politie ervoor of erachter… De route is zoals verwacht vreselijk. Om je heen kijken is er niet bij. Het verkeer raast, je kijkt voor je of in je achteruitkijkspiegel. Op- en afritten steek je met heel veel voorzichtigheid over. Gatver. Dit is ook Georgië, echter niet zoals wij het graag zien.

Eerst is de snelweg -bestaande uit betonplaten- 2baans, voor deze 4baans wordt. Als we op de nog smalle snelweg een oprit oversteken – ik zoals gewoonlijk in het wiel van Auke- houdt opeens een betonplaat op. Ik zie dat niet, donder eraf en slinger de snelweg op, midden op de rijstrook. In paniek gooi ik het stuur weer om en zit de volgende seconde tegen de vangrail aan. Boem. Ho. De snelheid stelde niets voor (15kmpu?) en dus de knal ook niet. De vangrails is veilig, nou ja veiliger dan midden op de snelweg. Het verkeer toetert en een vrachtwagen raast langs. Dit is ternauwernood goed afgelopen. Ik moet er niet aan denken dat het verkeer dichter op me had gezeten. Ze rijden hier 80-90 km/u. Dat had ik niet overleefd. Enorm geschrokken fietsen we gauw verder. Kutweg. Gelukkig wordt het niet veel later een 4-baans weg mét vluchtstrook. Dat de vluchtstrook door meer verkeer wordt gebruikt, geeft niet. Nu zit er 99% van de tijd tenminste 2 meter tussen ons en het verkeer. En niet 20 cm zoals daarvoor….

In Zestafoni houden we het voor gezien, de dag was intensief en met een kleine 60km op de teller genoeg. Voor morgen eens kijken of er andere wegen naar Tbilisi leiden…. Dit voorval zit ons niet in de koude kleren en het zal ook nog wel een paar dagen duren voor we hier overheen zijn.

Zondag 28 oktober willen we Surami bereiken. Een klein plaatsje, maar met een guesthouse aan de route. Er zijn twee opties, de snelweg of een andere route die op googlemaps even geel en groot staat aangegeven. We hebben begrepen dat een deel mogelijk onverhard is, maar het ziet er op papier en googlemaps goed uit. De eerste 25 km tot Kharagauli gaan vlekkeloos, prachtig asfalt, mooie omgeving, lekker tempo (gemiddeld 18 km/u). Maar dan wordt het onverhard, modderig, zijn er veel plassen, kleine diepe en grote weg-brede plassen en heel veel keien. Het tempo zakt per direct in. We halen weleens 10km/u, maar lang niet altijd. Als er een zijweg is, staan er grote blauwe borden, zoals op doorgaande wegen. Bovendien zijn de zijwegen én in de dorpen de wegen prachtig geasfalteerd. Maar niet op deze relatief drukke hoofdroute. De weg is echt vreselijk slecht. We hebben 3 uur nodig om 22 km af te leggen. We zijn wat laat vertrokken, hebben lange pauzes genomen en het gaat laat worden. Het zal in totaal zo’n 50km onverhard worden…. We zijn het zat. De weg van Usghuli naar beneden is vergelijkbaar geweest, maar met een prachtige omgeving. Nu moeten we klimmen, de omgeving leidt niet voldoende af en er is echt geen slaapplaats onderweg te vinden.

We hebben principes; we fietsen álles en aangezien we geen waterfietsen hebben mogen we ook boten nemen (ook als we daarmee wat afsnijden ;). Maar geen bussen, treinen of liften. Toch zijn we het zo zat dat we –tevergeefs- met een goederentrein proberen mee te liften, daarna met een vrachtwagen en een busje. Uiteindelijk hebben we raak; een vrachtwagen neemt ons mee achterin als vee; past goed voor Knorretje, het varkentje en Iejoor, de pakezel.. en bij ons…? We leggen 7km af in een half uur i.p.v. een uur zwoegen. Daarna fietsen we weer een stuk, maar het wordt donker. Gaan we de tent ergens pitchen? Bellen we ergens aan? Gaan we verder fietsen? De Georgiërs komen wat ons betreft wat nors over. Aanbellen durven we niet goed. We fietsen verder terwijl het 18u is geweest en donker is. Met een slechte hoofdlamp en Auke’s goede koplamp gaat het nog net. Maar dit is een crime! En dan komen er een paar busjes aan. Onze duimen gaan omhoog en de auto wordt voor ons geopend. Binnen no time staan, en even later liggen, Knorretje en Iejoor tussen de benzinevaten. Wij voorin met z’n 4en en geen telefoon, dus geen Google translate. Eén van de mannen belt zijn dochter. Zij spreekt vloeiend Engels. Als ze vraagt waar we heen willen (de snelweg is super, Surami of Khashuri ook prima), krijgen we het aanbod bij haar ouders te blijven overnachten. Eh..nou… eh.. graag! En zo gebeurde het dat we 25 km liften, onze principes overboord hebben gegooid en de ultieme Georgische gastvrijheid ervaren! Toch weer een mooie ervaring 😉

20181028_172656

Bij Eke (de vrouw van) en Gilles (de chauffeur) thuis aangekomen, staat de buurvrouw al klaar. Zij is docent Engels en vertaalt de hele avond. Ook regelt zij water, want er is al een paar uur geen stromend water (helaas geen douche en behelpen met toilet, tandenpoetsen, handen wassen). Iedereen heeft al gegeten maar de tafel wordt gedekt met voor iedereen een bordje. Maar wij eten als enigen… Wijn van de buurvrouw wordt ingeschonken en we hebben een heerlijke avond met open gesprekken over van alles en nog wat. Er wordt een kamer met bed voor ons klaar gemaakt en we slapen fantastisch. Het is en blijft wennen dat we voor een wasbak en wc bijna altijd naar buiten moeten – de kou in-, maar tegen de ochtend is er in ieder geval stromend water. Nog een uitgebreid fruitontbijt en koffie en we kunnen vrolijk napratend weer op pad. Dus toch. Ook Georgië kent de onvoorstelbare gastvrijheid die we in de Balkan en Turkije hebben leren kennen….

We zijn wat laat op pad, hebben na niet te lange tijd meer ontbijt nodig en komen na een uur fietsen Ivan bij een kiosk tegen. Ivan hebben we sinds Zugdidi niet meer gezien, al fietsen we steeds een km of 50 achter elkaar. Ivan heeft een voedselinfectie opgelopen en is sindsdien extreem traag. We zitten 2 uur lang bij een kiosk en dan staat Maarten voor ons. Maarten komt uit Haarlem, fietst ook op een Avaghon (net als wij) en komt vanuit Pakistan gefietst en is onderweg naar huis. We kletsen een end weg, adviseren hem niet dezelfde fout als ons te maken met die ene hobbeldebobbel modderplassen route en bespreken of we toch via Pakistan kunnen fietsen. Dat is echter niet mogelijk, anders dan via de Pamir highway waar het nu veel te koud en besneeuwd is… We horen wel over Duitsers die met een cargoschip vanaf Muscat naar Mumbai varen. Een optie waar we naar zochten, maar niet vonden. We gaan weer googlen…!

We fietsen weer een stuk tot het opnieuw tijd is voor pauze (ongeveer elke 60-75 minuten). We nemen plaats op een bankje tegen een schutting. In Georgië hebben de doorgaans vrijstaande huizen in de dorpen een enorm hek om hun tuin heen. Wellicht om de loslopende dieren (koeien, varkens, honden, kippen en soms paarden) van hun erf te houden. Vanachter hun hek is het zicht op het openbare leven beperkt. Aan de straatkant heeft bijna elk huis een ‘socialize’bankje. Hier hangt half het dorp uit. Voor ons hele prettige pauzeplekken, want er is altijd wel een bankje te vinden als we willen zitten. Vandaag zitten we nog niet of de eigenaren komen een kijkje nemen. Ze vinden het prachtig dat we hier zitten, praten Georgisch tegen ons en wij Engels tegen hun en zo begrijpen we 2% van elkaar. Socializen komt met wijn. Georgië is een wijnland en zelfs het oudste wijnland ter wereld met al 8000 jaar wijnproductie. En proosten is wijn atten. Allemaal 2 glazen verder komen er druiven bij als toetje van de lunch, maar ook een emmer appels voor onderweg en koffie om op weg te kunnen komen… Wat een heerlijke Georgische gastvrijheid! We bieden voor de zekerheid geld aan en na 3x aanbieden neemt de vrouw des huizes zichtbaar dankbaar het geld aan. Zij blij, wij nog blijer.

20181029_152658

In Georgië lopen veel dieren op straat, waarbij zwerfhonden de overhand hebben. Ze worden in de steden weleens gechipt, het teken dat ze zijn ingeënt en gesteriliseerd. Vandaag zigzaggen we weer eens om de honden heen. Een ferme schreeuw of stil staan helpt voldoende om afstand te creëren. Er is een hond die een paar kilometer met zijn baasje op een brommer mee rent. De hond hebben we een paar keer met succes tot orde geroepen tot hij ons negeert. Deze hond moet onderweg echter regelmatig van zich afbijten als andere honden hun territorium bewaken. Als wij hem vervolgens nog eens inhalen is hij zo agressief dat hij achter me aan zit en flinke zijn tanden in mijn tas zet. Gelukkig is het de tas, maar deze fietstas is duidelijk niet meer waterdicht… De eigenaar van de hond komt een kijkje nemen. Maar wat kan hij en wat kunnen we van hem verwachten… tijd om door te fietsen.

Met heel veel vertraging komen we in een leuk guesthouse in Gori aan, waar we net wat te laat zijn voor het Stalin museum. En dat terwijl we maar 55km en nauwelijks hoogtemeters in de benen hebben. Te gezellig geweest onderweg. Stalin is geboren in Gori en daar is dus een museum over zijn leven. De gidsen in het museum blijken uber positief over Stalin te vertellen, terwijl zijn gruweldaden ergens in de kelder worden tentoongesteld. De Georgiërs zijn overall negatief over Stalin, terwijl er her en der wel standbeelden te vinden zijn.

Dinsdag 30 oktober hebben we meer dan 90km te fietsen van Gori naar Tbilisi en we verkiezen een vroege start boven het museum. We hebben een parallel route gevonden die NIET over de snelweg gaat, géén modderpad is, echter wel prachtig asfalt heeft. De omgeving is niet heel boeiend en zo vlotten we goed. We hebben ruimte om Mtskheta te bekijken. Deze onuitspreekbare stad is de voormalige hoofdstad van Georgië en heeft een kathedraal en een aantal kloosters. Een toeristisch stadje om een uurtje te vermaken. Dat we vervolgens via de drukke snelweg zonder vluchtstrook de weg kunnen vervolgen is wel minder. Als we een parallelweg vinden en denken dat we er zijn, blijkt dat we nog 15 km door de drukke stad mogen fietsen voor we echt op bestemming zijn. De hoofdstad Tbilisi heeft 1,4 miljoen inwoners en is dan ook erg groot. Het verkeer raast, het is een drukte van belang, doch heerlijk om hier tussen te fietsen!! Wij zijn zoooooo enorm blij met onze spiegels aan het stuur, we zouden ze voor geen goud willen missen. (Beide hebben het boek van Marika van der Meer gelezen over haar fietstocht naar Australië. Na duizenden kilometers en een ernstig ongeval van haar medefietser heeft ze op aandringen van anderen pas een spiegeltje op haar stuur geplaatst….). In dit drukke verkeer is over je schouder kijken echt te gevaarlijk, daarvoor is er te weinig ruimte. Kijken betekent een beetje verplaatsen en het kost tijd om dat te corrigeren met de zwaarbeladen fiets (46 en 52 kg).

We blijven 4 nachten in Tbilisi. We zoeken vaak vooraf op booking.com een geschikte, goedkope kamer met een goede beoordeling. Heel regelmatig zijn we verbaasd over het hoge cijfer. Misschien zegt het iets over ons? In Gori had het guesthouse een 9,6. Die was zeker prettig, al is een toilet bereikbaar via de tuin niet zo prettig (doch vrij gebruikelijk in Georgië) en was het ontbijt simpel. Bij vertrek werd op ons hart gedrukt wel een goede referentie achter te laten, want het cijfer mocht echt niet dalen… Tja dan durf je bijna niet meer je echte mening te geven, liegen doen we niet en dus neig je een referentie achterwege te laten. Op die manier kan een cijfer makkelijk hoog blijven…
Onze eerste guesthouse is recent geopend en ondanks de nieuwigheid valt zowat alles uit elkaar. Er woont een kat binnen en geen eigenaar. De kat zeurt continu om aandacht en eten, terwijl ik er alleen maar van ga niezen. Dus helaas toch verhuizen naar een veel prettigere guesthouse, 4 nachten op 1 plek was zo’n luxe geweest…!

3 hele dagen Tbilisi, wat een tijd en wat vliegt die om. Sinds de afdaling in Svaneti zijn alle remmen versleten en heeft Auke een nieuwe set, maar moet er voor mij gezocht worden naar nieuwe geschikte remblokjes. Dat kost tijd. De fietsenwinkel aan de andere kant van de stad heeft een fietsenmaker die uren later start met werken, dus 2x op en neer. Dat we mijn achterrem er helemaal afgekoppeld hebben om verdere slijtage en ‘aanslepen’ te voorkomen, was niet zo handig voor de olie, want die is gaan lekken. Bij het vervangen van de olie ontstond ook lekkage, waardoor de remblokjes geolied zijn.. Met ethanol schoonmaken en flink de stad doorremmend fietsen (het is hier behoorlijk glooiend, dus dat lukt wel) maakt dat de achterrem het inmiddels ook weer doet.

Behalve de fiets onderhouden, zijn we hier om het visum voor Iran te regelen. Het is 4 weken geleden dat we een e-visa hebben aangevraagd. Na 5-10 dagen zouden we een verificatie-code krijgen waarmee je bij de ambassade het visum kan ophalen, mits je geen Brit of Amerikaan bent, want die worden bij voorbaat geweigerd. Wij hebben nooit een code gekregen en alle telefoonnummers die vermeld staan voor informatie blijken niet te werken. Het is dus erg spannend wat ons nu te wachten staat…. We parkeren de fietsen voor de ambassade waar rijen Iraniërs staan te drukken om binnen te komen. Maar een enkele vrouw draagt hier een hoofddoekje, terwijl de ambassade Iraans grondgebied is. Auke staat nog niet in de rij of hij wordt eruit gepikt door de bewaking. We worden naar binnen gemanoeuvreerd terwijl ik mijn sjaal nog nauwelijks over mijn hoofd heb gedrapeerd. Zonder er meer woorden aan vuil te maken worden we gemaand de paspoorten en telefoons in te leveren. Met het paspoort wordt iets in de computer gecheckt en de telefoon is uit veiligheidsoverwegingen ingenomen. 2 minuten later zitten we in de ‘ondervraagkamer’. Of we met de fiets zijn. Huh?? Oké camera’s en ach ja, dat zal wel doorgefluisterd zijn. We moeten lachen, al hoewel dit niet zo prettig is, want ze zijn niet zo dol op toeristen die per fiets het land binnen komen. Of we het proces van aanvragen willen opstarten. Kost 5-10 dagen. Wat??? Een lichte voorzichtige discussie wordt gestart, we hebben immers de aanvraag allang gedaan. Het relatief nieuwe e-visa systeem blijkt volgens verhalen op internet wel vaker vast te lopen. Daar kunnen wij toch niets aan doen en hoeven wij toch geen slachtoffer van te worden. Na wat doorpraten waarbij de sfeer iets minder luchtig wordt, blijkt de oplossing heel simpel. We starten het proces opnieuw en halen het visum in Yerevan op. Dat kost ons nog wel een week voor we daar zijn. Het visum wordt voor 80% toegekend, 20% afgewezen. Wij hebben nog niet van iemand gehoord dat die is afgewezen, hebben geen stempels van Amerika of Israël en de ‘juiste’ nationaliteit. Dus wij hoeven ons geen zorgen te maken. Of toch…..? wordt vervolgd.

Ons pakket winterspullen (muts, handschoenen), klompjes voor al die gastvriendelijke mensen, medicatie en lenzen zijn aangekomen! Hiervoor hebben we wederom een lange adem nodig…. Op 19 oktober heeft Sandra een pakket van 1998g samengesteld (topper!) die een berzorgtijd heeft van 5-12 (werk!)dagen. Tbilisi zal als hoofdstad vast wel sneller gaan dan een dorp en dus sneller dan die 12 dagen. Echter op 30 oktober (11 dagen na aanleveren bij PostNL) blijkt het pakketje pas uit Nederland te zijn verzonden….!!! Vervolgens wordt het pas 2 dagen daarna aangemeld als aangekomen en moet het nog door de douane. Vrijdag 2 november ligt het op het postkantoor, en wij willen 3 november naar Armenië fietsen, dus perfecte timing.

Dan ben je er echter nog niet. Ophalen kost 3 uur. De fietstijd en wachttijd zijn niet de grootste boosdoeners. Als je aan de beurt bent om het pakket te incasseren begint het pas. Op het pakket stond een waarde vermeld van €125,- (er moest wat worden ingevuld). Dat is meer dan de grens van 100,- waaronder geen importbelasting hoeft te worden betaald. “Hoezo importbelasting???” Dat is 18% over alles en wel 83 Lari (27 euro). Of we even bij het belastingkantoor langs willen gaan voor een invoice-nummer. Grrr.. Okay. Daar gaat het vliegensvlug en gelukkig ben je overal met de fiets ook lekker vlot. De dame in kwestie gaat mee in ons verhaal dat de waarde een wilde gok van de verzender is en dat het maximaal de helft van de waarde is. Met de foto van de inhoud als bewijs gaat ze akkoord en geeft aan de waarde in het systeem te veranderen. Opgelucht dat we deze belachelijke extra kosten niet hoeven te betalen, keren we terug naar het postkantoor. Bij de balie nemen ze onze papieren in, maar gaan niet met dit verhaal mee dat we geen importbelasting hoeven te betalen. Discussie werkt niet. De enige oplossing is de douanebeambte het pakket te laten beoordelen… Echter dan ziet de douane ook het geld wat erin is verstopt wat voor Iran bedoeld is… en dit kost een aantal dagen en is voor ons nu geen optie. We gaan schoorvoetend akkoord, wat kunnen we anders. Op de vraag wat er zou gebeuren als we niet betalen en morgen het land verlaten, wordt aangegeven dat dat niet kan. Nou dat zien we dan wel weer 😉

Of we eerst 20 Lari (7 euro) kunnen betalen voor administratieve kosten….Wat???? En daarna naar de naast gelegen bank kunnen gaan voor de betaling van 83 Lari + 4 Lari administratie kosten. Wat is dit allemaal? In Athene en in Turkije (bril Auke) haalde je gewoon het pakketje op en klaar….
Buiten gekomen en nog altijd ontzet over dit gebeuren komt een man naar ons toe die alles heeft gehoord. Hij geeft aan dat Georgiërs om genoemde redenen hier altijd over liegen en hoe hij hier mee omgaat. Tevens verwacht hij dat we best een poging kunnen wagen de grens over te gaan zonder te betalen. Hmmm… laten we dat gewoon doen. We hebben al 21% belasting betaald, het zijn deels gebruikte spullen en we zijn het hier gewoon niet mee eens. Punt. Of komma? We gaan het zien. Hier zijn we zeker 3 uur mee zoet geweest. Tijd om Tbilisi te bekijken, daarvoor hebben we exact 1 dag….

Tbilisi is een moderne stad, niets vergeleken met het platteland wat we eerder hebben gezien. We hebben zelfs centrale verwarming in onze tweede guesthouse ;). We bekijken de stad met een 3 uur durende wandeltour, waarbij veel geschiedenis en de oude stad voorbij komen. Zo bekijken we de prachtige ‘peace-bridge’, liberty square en zien in de tunnels onder de drukke straten prachtige graffiti. We zien diverse aanmoedigingen om aan de alcohol te gaan, iets wat toch wel erg typisch Georgisch genoemd kan worden. Waar we in Turkije zelden tot nooit in de verleiding werden gebracht, komt alcohol hier steeds weer aan de orde. In de supermarkten vind je eerst de flessen bier in 1,5 liter petflessen en daarna het fris. Proosten met wodka of wijn doe je om een nieuwe ontmoeting in te klinken, om een maaltijd te starten, om op te warmen, om een zere keel of problemen kwijt te raken…

P1060024

P1050995

Wat tevens opvalt is de deels mooi opgeknapte huizen en deels vervallen huizen. De huizen zijn doorgaans eigendom en geen huurwoningen en de overheid bepaalt en betaalt (wellicht via belasting natuurlijk) dat hier en daar onderhoud moet plaatsvinden. Halverwege de tour gaat de gids op klassieke muziek een deuntje meefluiten. We zien niet helemaal het nut ervan in, maar even zitten tijdens de 3u durende slentertocht is erg prettig en wat hij bij elkaar fluit is indrukwekkend te noemen. De gids legt ook wat uit wat we al vaker hebben gezien en zelfs al eens hebben gegeten. Een lekkernij van een slinger noten met druivensapdrap. Gedroogde druivensapdrap hebben we in de bergen als toetje gegeten nadat de eigenaresse de slingers aan het maken was. Ideaal voer om lang te bewaren. De onze was echter in 3 minuten op.

P1050959

We eindigen de tour bij de badhuizen. Tbilis betekent warm. De naam is aan de stad gegeven na het ontdekken van warmwaterbronnen. Dat wetende kunnen we niet anders dan een badhuis bezoeken als we Tbilisi echt willen meemaken. Als het ook nog regent is het extra heerlijk om een uurtje in het zwavelbad te liggen en te zien of de (‘Turkse’) scrub weer zoden aan de dijk zet. En natuurlijk doet dat het.

Mijn oorbellen zijn allemaal pikzwart geworden door de zwavel. Ik had het kunnen weten. Met (keuken)soda is het zilver weer zilverkleurig te maken. We zien heel vaak in de supermarkt soda staan, soda is natriumwaterstofcarbonaat wat gebruikt wordt als bakpoeder. Dit is wat anders dan schoonmaaksoda 😉

Deze wereldstad is zo hypermodern dat ze meerdere carrefours hebben. Deze Franse supermarktketen heeft met name ‘exotische’ producten. Denk aan b.v. speculoos. We vinden er melkpoeder wat we in heel Turkije en op het Georgische platteland niet konden vinden. Melkpoeder is voor ons ideaal als lichte (alles draait om gewicht) en houdbare melkvervanger voor b.v. ontbijt. Ook als we eens zonder eten zitten kunnen we op die manier een voedzame maaltijd maken. Hoe lastig het ook is om muesli te vinden, meestal hebben we wel zoiets bij ons. Oh en yoghurt is erg lastig te vinden. Die maken ze zelf en aan toetjes doen ze niet. We gooien potjes matsone (zure yoghurt) en zure room (daar hebben ze hier 20 soorten van) door elkaar om een romige stevige ‘Griekse’ yoghurt van te brouwen. Samen met muesli een prima combi om een fietsdag mee te starten.

De winter komt eraan en dus moeten we er nu aan geloven dat we een dikkere en zwaardere slaapzak nodig hebben. Niet dat we willen kamperen, liever niet. Sinds Cappadocië hebben we nog eenmaal (wild) gekampeerd, omdat de afstand te groot was. Dat was qua temperatuur nog precies te doen. Echter de overnachtingen zijn erg betaalbaar en de nacht temperaturen voor ons wat te laag om het aangenaam te vinden. We hebben echter een tent mee en wellicht moeten we die inzetten als we een accommodatie niet kunnen bereiken. We kopen een slaapzak die tot 0’C aangenaam is en isolatie-aluminium om onder de matrasjes te leggen. Met nog een opblaaskussen erbij zijn we compleet. 2 dunne slaapzakken moeten samen 1 betere kunnen vormen… Met onze lakenzakken hogen we de temperatuur ook nog 5 ‘C op. Gelukkig is Tbilisi een echte stad waar we dit soort dingen kunnen kopen.

In een echte stad en véél betaalbaarder dan in Turkije kan je ook naar een beautysalon. Misschien niet iets wat je zou verwachten op fietsreis, maar zeer praktisch is het wel. Voor Euro 3,- krijg ik ‘permanente’ mascara aangebracht, zodat ik 2-4 weken verder kan zonder er al te moe uit te zien 😉
Roggebrood heeft in Georgië een andere betekenis gekregen. Het witbrood komt hier in de vorm van een rog uit de stenen ovens. Later in Armenië zien we eindelijk hoe gaaf het gemaakt wordt. Daarover later meer.

dav

Als het regent is het niet handig over straat te fietsen. Nooit natuurlijk, want daar word je vies en nat van en als het tegenvalt smelt je. Hier zijn ze niet gewend te fietsen en de regenpijpen zijn gebouwd voor autoverkeer. De meeste regenpijpen eindigen ergens midden boven de straat. Als je niet oplet fiets je niet één keer maar continu onder deze stralen door…

Het verkeer is sowieso erg druk. Veel auto’s, bussen en taxi’s. De meeste auto’s houden enigszins rekening met die zeldzame fietsers en zwaaien of toeteren uitbundig. De bussen en taxi’s neigen je over de voeten te rijden, dus als je daar oplet, kom je goed door het verkeer heen. Voorrang krijg je niet altijd, die neem je. Het is er vaak zo druk dat je met de fiets veel sneller bent. En zo sjezen we met veel plezier op en neer in de 3 dagen 55 km bij elkaar. Lang leve de fiets.

De fiets is overigens een prettige manier om bij te komen van de appartementen. Bijna overal waar we slapen krijgen we donsdekbedden en kussens. Iets waar ik niet tegen kan. In de 2 guesthouses waar we hier blijven is dat niet het geval maar hebben ze een hond en een kat. In de gezamenlijke ruimtes is het dan niet al te lang prettig vertoeven. Uitwaaien op de fiets helpt dan goed.

Gezien we niet op visum hoeven te wachten, gaan we volgens de planning zaterdag op pad en maken een kleine 100km om Georgië te verlaten voor een nieuw land. Onderweg ervaren nog eenmaal de ultieme Georgische gastvrijheid; we krijgen een flinke zak met ruim 30 mandarijnen van een man. Mijn fiets is met zeker 3kg in een voortas erbij totaal uit balans, maar onze vitamine C niveau weer in balans;). Een grensovergang is voor ons elke keer een highlight, een high five en met een beetje geluk een stempel waard. Dit keer is het extra spannend, want we willen de ‘belasting onderduiken’. Ons is verzekerd dat we het land niet uit kunnen zonder onze schulden af te betalen. We zijn nog altijd gechoqueerd van de verplichte betaling van 18% BTW over een pakket (deels gebruikte) spullen, deels medicatie en waar we al eens belasting over hebben betaald. Die ‘import’belasting slaat al helemaal nergens op als we binnen 24u het land verlaten. Dus we proberen onder deze verplichting uit te komen. Auke zijn paspoort is aan het pakket gekoppeld en met de bon met ‘invoice’nummer moesten we voor 3 december de rekening betalen. Dat hebben we nog niet bij de bank gedaan en weten dat er ook een bank bij de douane is. Maar als de douanebeamte er niets van zegt, doen wij dat al helemaal niet…! We mogen warempel doorfietsen! Met een dubbele high five maken we ons klaar voor….. Armenië!

Een korte terugblik:

We kijken terug op een land met een hypermoderne, heerlijke hoofdstad, het afgelegen prachtige Svaneti, de heftigste en mooiste afdaling van onze reis (of was dat de Splügenpas?) en 4 versleten remmen als gevolg. De Sovjettijd is in de gebouwen nog erg zichtbaar en de vele oude auto’s hebben lang niet altijd hun bumper(s) nog en in de autoramen zijn veel barsten te zien. De bevolking is trots op hun geschiedenis en zelfvoornienendheid, is afwachtend, lijkt wat norser en geslotener dan we gewend zijn. Maar een Georgische groet (Gamardjoba!) deed vele gezichten openen en lachen. En ook hier is gastvrijheid absoluut te vinden, mits de mensen de kans krijgen je te benaderen en andersom. Wat hebben we veel mooie blije gezichten gezien en duimen omhoog zien gaan!

Qua eten wordt hier goed en stevig gegeten met meel en kaas als basis, dus veel broodproducten met daarin of daarbij kaas. Wij zijn hier aangekomen in plaats van afgevallen, ondanks de kleine 1.000km die we hier in 2,5 week fietsten. We vinden het niet persé een fietsland, vanwege de vele snelwegen zonder vluchtstrook en als alternatief slechte, onverharde wegen. Hier hebben we de engste momenten op de fiets gehad, die niet in de koude kleren gingen zitten. Voor een veiligere fietsvakantie met nog meer mooie mensen en omgeving raden we Turkije aan, maar op doorreis naar het Oosten is een ommetje Georgië zeker geen straf. Wandelend komt het land ook goed tot zijn recht. Wij komen graag nog eens terug in de lente of zomer om wandelend Georgië verder te ontdekken, de Kaukasus heeft meer te bieden! Wacht niet te lang, het land wordt steeds toeristischer en verliest daarmee helaas wat authenticiteit.

P1050558

Wij fietsen voor HDKT. Heb jij al gesponsord? We zijn je super dankbaar!
We hebben 10% van het beoogde einddoel binnen. Help jij mee? Klik hier.

Voor meer foto’s en onze route zie Polarsteps.