Japan deel 2: Hokkaido – Op naar Wakkanai! 30 juni t/m 18 juli 2019

Hokkaido

We zijn in Hokkaido! Het meest noordelijk gelegen hoofdeiland van Japan. Het eiland wat zo overzichtelijk klein en befietsbaar lijkt. We zullen 5 weken op ‘remote’ Hokkaido zijn (30 juni t/m 7 augustus). De koudste regio van Japan. Het eiland met zelfs de landelijk laagst gemeten temperatuur: – 40 ‘C en de beste poedersneeuw, maar niet nu. Het eiland waar je moet zijn als de moesson de rest van Japan raakt. En vooral tijdens de hete zomermaanden, vanwege de lagere temperaturen en lage luchtvochtigheid. Het eiland van de hotsprings, vulkanen, melkproductie, uni, kraanvogels en bruine beren. Het eiland dat twee keer zo groot is als Nederland en toch maar ruim 5 miljoen inwoners heeft. Het stukje Japan waar we in 5 weken 50% van de Japanse kilometers zullen afleggen, terwijl het er zo Europees uitziet… Het rondje van 2.000 km wat er op de kaart ontzettend nietig uitziet…

30 juni t/m 7 juli: Van Hakodate naar Sapporo

We komen aan in Hakodate. Een stad die in eerste instantie een saaie havenstad lijkt, met verlaten straten en roestende industrie. Dit beeld verandert in de twee dagen dat we hier zijn niet. Al zijn er bezienswaardigheden. Eén van de grootste trekpleisters is de ochtendmarkt, waar vis en zeedieren worden verhandeld. Leuk om een keer te zien. Je ziet er enorme krabben, inktvissen (die je zelf mag ‘vangen’ voordat ze levend gefileerd worden en nog spartelend aan je worden geserveerd), schelpdieren, zee-egels en eindeloos veel soorten vis. Hakodate is één van de eerste steden die werd opengesteld voor buitenlanders na de eeuwenlange blokkade die de keizer had ingesteld. Het gevolg is dat buitenlandse handelaren zich er begonnen te vestigen en je tot op de dag van vandaag de huizen en kerken ziet van o.a. Engelsen, Fransen en Russen. Nog een Nederlands tintje ook, want er werd een scheepvaartschool opgericht, waar de lessen werden gegeven in het… Nederlands. Hoe bizar! Eén van deze oud leerlingen heeft vervolgens een fort gebouwd in een typische Nederlandse/Europese stervorm, compleet met grachten en wallen.

Ondanks ons moessonvermijdend gedrag en het moesson-vriendelijke Hokkaido, regent het veel in Hakodate. Tijd om ons in een fijn hotel op te sluiten en nuttig blog/foto werk te doen. Alleen de supermarkt trekt ons naar buiten. We ontdekken daar een typische(?) Japanse vinding. Of in elk geval iets dat wij nergens eerder hebben gezien. Kom je met je druipende paraplu bij de supermarkt aan, dan word je geacht deze in een speciaal apparaat te drukken om te plastificeren.…! Zo voorkom je dat de hele winkel onder druipt. Mocht je dan toch nog de vloer bevuilen, dan word je door dweilend personeel met een brede glimlach en een hartelijk welkom begroet. In hoeverre deze begroeting gemeend is, is van het gezicht niet af te lezen… Oh en wil je de plu bij de ingang achterlaten, dan zijn hiervoor in een aantal supermarkten paraplu-kluisjes met een slotje erop… Alsof dat in braaf Japan nodig is…!

Zodra de regen stopt gaan we vanaf Hakodate oostwaarts. Het is prachtig weer, we hebben wind mee, de weg is rustig. Op de route zien we overal borden met waarschuwingen voor tsunami’s. Daarbij staan er borden die de vluchtroutes markeren naar hoger gelegen delen. Jeeh, dit is kennelijk een tsunamigevoelig gebied! Hoe meer borden, hoe meer het tot je doordringt hoe onzeker je leven en je huis zijn, als je hier woont.

De meeste bewoners hier zijn daarentegen afhankelijk van die soms overweldigende zee. Hier draait het om wat groeit en bloeit in zee. Overal zien we visopslagruimtes en vooral zeewier en kelp, overal kelp. Enorme grote bladeren die worden gedroogd op de warme stenen onder de brandende zon. Een prachtig gezicht en voor ons wederom iets typisch Japans…

De eerste bestemming is een zee onsen. Dit is een natuurlijk heet waterbad in zee. Super gaaf. Het hete bronwater wat uit de grond omhoog komt, wordt d.m.v. muren van de zee afgescheiden. Althans bij laag water. Alleen bij laag water kan je zodoende badderen in het hete water en de nodige afkoeling vinden in de zee. Bij vloed stroomt het bad meer en meer vol met koud en zout zeewater. We zijn er op het juiste tijdstip en ervaren beide. Heerlijk verfrist, zetten wij onze tocht voort. We passeren de 18.000 km en slapen achter een Michi-no-Eki, waar je overdag kunt koken op een natuurlijke geiser. Helaas zijn wij daarvoor juist te laat en helaas blijkt tevens dat je niet op iedere plek zomaar kunt kamperen, want om 6 uur de volgende ochtend worden we gemaand te vertrekken omdat we op privé terrein staan. Sorry!! Gelukkig was meneer zo vriendelijk te wachten tot onze wekker juist is afgegaan.

Onderweg zien we tot onze ontsteltenis veel ‘ingepakte’ rotswanden. Bergen ingepakt met beton. Dat doet meteen denken aan een mooi verhaal over het na-oorlogse Japan. Om het land te herbouwen is er in korte tijd een enorme betonindustrie uit de grond gestampt. Om huizen en infrastructuur te bouwen. Toen dat gerealiseerd was, werd een hele industrie in één klap grotendeels overbodig. Maar wat doe je met al die beton en werkgelegenheid? Er werd gezocht naar alternatieven en die werden gevonden. Door de rivieren van mooie betonoevers en betonbodems te voorzien… Wat niet zo handig is, is dat alle vruchtbare grond en kostbaar water linearecta de zee in verdwijnt… De absurde hoeveelheid met beton ingepakte rotswanden, doet vermoeden dat niet alleen rivieren doelwit zijn geworden van de Japanse betondrift.

Op onze -niet bepaald rechtstreekse- route naar Sapporo doen we 3 meren aan: Toya, Kuttara en Shikotsu. De meren zijn prachtige kratermeren. Het weer werkt echter niet zo goed mee. De uitzichten zijn niet zo fantastisch, als ze ongetwijfeld kunnen zijn. De meren zijn ontstaan door vulkanisme en het hele gebied is nog steeds vulkanisch. Zo kunnen wij wel ruimschoots genieten van natuurlijke bubbels, rookpluimen en heetwaterbronnen; de onsens. De mooiste (en populairste en dus duurste) is in Hell Valley bij Lake Kuttara. Hell Valley is een soort Rotorua in Nieuw Zeeland, met stoom dat uit de grond komt, bubbelend water en stenen in allerlei kleuren. En dat alles natuurlijk afgemaakt met een snufje zwavel. Een geweldig natuurlijk spektakel wat we een paar uur aanschouwen. Dit is voor ons de highlight van Japan!

Alvorens we kunnen slapen gaan we voor een schoonmaaksessie. Dat kan bij de onsen naast Hell Valley. Deze onsen heeft een keur aan baden en sauna’s waarvan het merendeel uitkijkt over dit schouwspel. En ach 12 euro p.p. geef je niet dagelijks voor je bad uit, maar valt in het niet bij een Nederlands sauna-complex!!

De laatste nacht voordat we Sapporo bereiken, slapen we bij Lake Shikotsu in een Rider’s House. Dit is een goedkope overnachtingsplek voor riders; motorrijders en gelukkig ook fietsers. Voor ons ideaal voor de momenten dat het weer tegen zit, we het wildkamperen beu zijn, goedkoop willen wassen en/of onze elektrische apparaten willen opladen. Deze is relatief duur; 12 euro p.p., maar er zijn goedkopere en zelfs gratis Rider’s Houses. Hier slapen we traditioneel op opvouwbare futonbedden op tatamimatten. Eigenlijk lig je op de grond in een praktisch lege kamer. Beetje onder dak kamperen dus. De route verder naar Sapporo gaat 30 km lang over een prachtig fietspad met af en toe een vos in beeld. Om vervolgens heeeel lang door een niet inspirerende (voor)stad heen te buffelen. Zelfs Hokkaido heeft niet alleen maar natuur!

8-12 juli: Sapporo

Als we bijna op bestemming zijn, staan we even stil en raken in gesprek met een Japanse dame. Ze overhandigt nog geen vijf minuten later haar zojuist van de bakker gehaalde zak warme broodjes. Cadeautje! Omdat ze het zo leuk vindt ons te spreken! Huh?! Wat gaaf!!! De vrouw is supervriendelijk en ontzettend toegankelijk. Dit zien we helaas weinig in Japan! We ervaren de mensen gereserveerd en afstandelijk, dus het is heel leuk om eens die uitzondering op de regel tegen te komen. Wat is gereserveerd en afstandelijk eigenlijk? In Nederland gaat ook niemand opeens enthousiast zwaaien of toeteren als er een (buitenlandse) fietser voorbij komt. In veel Aziatische landen wel en daar worden we keer op keer blij van. Ook na 14 maanden fietsen. En die broodjes van die vriendelijke dame? Die waren goddelijk!! Echt goede croissants en echt knapperig brood.

Helaas hebben we zelf die bakker nooit gevonden… Wel komen we de volgende dag de vrouw weer tegen. Als wij over straat wandelen, staat zij in de auto voor het stoplicht, dat net op groen springt. Van enthousiasme springt ze bijna uit haar auto, maar ze weet zich nog net in te houden. Dat scheelt ergernissen van automobilisten achter haar…. Alhoewel…? Die mede weggebruikers zullen die ergernissen ongetwijfeld niet tonen. Het is en blijft tenslotte Japan.

Sapporo is waarschijnlijk een fijne stad om te wonen. Het heeft alle voorzieningen, het heeft ruimte en groen en mooie huizen. Het heeft veel natuur en parken in de nabijheid en geregeld festivals. Maar het mist een sfeervol (oud) centrum. Alhoewel, misschien zien wij gewoon even niet meer de beauty van steden en plaatsen. Zijn we even verzadigd van al het moois dat we hebben mogen zien en meemaken. Kijken we met minder open en vrolijke blikken om ons heen. De wereld wordt immers ingekleurd door je eigen gedachten en ervaringen. Hoe het ook zij, we hebben het meest prachtige, gloednieuwe, ieniemienie appartement die we hebben gehad en in de komende maanden zullen hebben. Het is te bijzonder! Met nog geen 25m2 hebben we een slaap- en woonkamer, toilet, douche en bad, wasmachine en keuken. En het is van alle gemakken voorzien; een haardroger, stofzuiger, magnetron, oven, waterkoker, walk-in-closet, etc., etc., etc. Prachtig, super praktisch en we zijn de allereerste gasten in het smetteloze appartement!

Binnen is het mooi, desondanks worden we buiten niet geïnspireerd door de dingen om ons heen. Samen is het ook even wat minder gezellig. Het zal de wisselwerking zijn. Japan is weer een totaal nieuw land en normaal genieten we er enorm van. Toch valt het wat tegen. Misschien is het gemis van vrolijkheid om ons heen, enthousiaste mensen die een lach op ons gezicht toveren door een simpele groet. De verzadiging na 14 maanden onafgebroken reizen. Het gewoon even zat zijn om 24 uur per dag, 7 dagen in de week elke minuut samen te delen. We fietsen samen, we koken samen, eten samen, slapen samen in kleine hotelkamers tot dat kleine 2 persoons tentje… Eigen ruimte hebben we niet. Maken we niet. In een stad als Sapporo zou je rustig kunnen opsplitsen en kan ieder even zijn eigen gang gaan. Echter je wilt toch beide die hotspots bekijken, je selecteert samen de foto’s en tja eten doe je ook niet alleen. We ruziën wat af deze dagen. Kunnen we beter fietsen? Hebben we niet gewoon vakantie nodig? Vakantie van het reizen? Stil staan, stil zitten, en rust en regelmaat op één plek creëren? Zodat we misschien wel een boek kunnen lezen wat we zo graag willen? We hebben veel gehaast, zeker de laatste tijd en rust is wat ons enorm goed zou doen. Iets waar we beide naar hunkeren. Op naar de eilanden Rebun en Rishiri! Daar moet het gebeuren, daagjes rust, vakantie en gezelligheid.

Sapporo is de stad waar we naast ons appartementje weer eens bij warmshowers zitten. We worden er twee dagen verwend met heerlijk eten, zelfgebakken brood, zelfgemaakte jam en zelfgemaakte wijn. Wat heerlijk om zo in de watten gelegd te worden! Bedankt Kenichi en Kasumi. Fijn om in een Japans-Taiwanees huis te kunnen zijn. Zo leren we beetje bij beetje Japan kennen. Zo horen we dat deze mensen nog nooit bij buren zijn binnen geweest of andersom. En dat terwijl ze in een rustige buitenwijk wonen, waarvan je zou verwachten dat men de deur bij elkaar plat loopt. Maar niet in Japan. Privé is privé. Afstand is de norm.

We hebben een rendez-vous met Irina en Luke. In India zijn wij dit Engels/Oostenrijkse stel vluchtig tegen gekomen, terwijl zij zojuist waren gestart met hun fietsreis. Zij fietsten in tegenovergestelde richting en bezochten wat andere landen alvorens ook in Nepal en Japan te fietsen. Sinds dat ene moment hebben we app-contact gehouden. We ontmoeten hen vandaag op hun laatste avond alvorens zij terug gaan naar Europa. Wat is het ontzettend leuk om ze weer te zien en bij te kletsen. We eten wat en drinken elders een biertje en krijgen daar een hapje te eten bij. Het stelt niet zoveel voor; een mini hoeveelheid mie met een flinter ham. Dan komt de rekening: 4.500 Yen. Voor 4 biertjes? Dat is 36 euro! Voor elk bakje mie blijkt 4 euro te worden gerekend. Stom misschien dat we de mie opgegeten hebben… Voor een biertje van 5 euro, dachten wij dat zo’n snackje wel bij de prijs inbegrepen was. Dit leidt tot een flinke discussie. Iets wat in Japan eigenlijk niet kan en je dus nooit ziet. Onderaan de menukaart staat blijkbaar wel iets over een verplicht hapje geschreven. In het Japans. Wellicht is de café cultuur een andere in Japan en mag je niet uitsluitend alcohol schenken, zonder daarbij te eten? Wie weet. Maar als wij geen woord Japans spreken, zou het wel zo netjes zijn ons van te voren te vertellen hoe het bij hun werkt! We zijn het alle vier unaniem eens, betalen alleen de biertjes en vertrekken. We zijn blijkbaar nog niet aangepast…

13-18 juli: Van Sapporo naar Wakkanai

Vanaf ons warmshowers-adres zijn we snel Sapporo uit. Ze wonen namelijk zo’n 15 km buiten het centrum in de richting die wij op willen; het noordoosten, richting het hart van Hokkaido. En vandaar naar de noordwestelijke punt van het eiland: Wakkanai.

Het hart van Hokkaido bestaat o.a. uit de plaatsen Furano, Kamifurano, Biei en Asahikawa. Deze regio bestaat uit een brede, vruchtbare vallei. In de winter is het hier bitter koud als de Siberische wind uit het noordwesten waait en poedersneeuw over het eiland laat vallen. Asahikawa staat bekend als de koudste stad van Japan, waar de temperatuur tot -40’C kan dalen. En dat terwijl de stad op dezelfde hoogte ligt als midden Frankrijk en niet eens in de bergen.

Furano is een wintersportdorp én bekend om zijn meloenen. In de zomer is de temperatuur aangenaam en het is relatief droog ten opzichte van de rest van Japan. In de vallei wordt op grote schaal akkerbouw bedreven. Allerlei groenten, aardappels, graan, rijst (ook nog steeds, zo noordelijk!) en druiven. Waar de streek vooral om bekend staat, zijn twee dingen. Ten eerste de mierzoete meloen, die smelt op de tong en waarvoor je zomaar 40 euro per stuk voor kan betalen. Ten tweede bloemen; vooral lavendel en zonnebloemen.

In het heuvelachtige landschap vol bloemenvelden lopen kaarsrechte wegen. Een paralelweg om de weekenddrukte te voorkomen, blijkt desondanks verrassend (vervelend) steil op en neer te gaan. We wisselen verkeersdrukte af met pittige op- en neertjes tot de irritatie tot de andere keuze lijdt eh… leidt. De wegen lijken een soort van achtbaan en zijn als ‘rollercoaster roads’ een toeristische attractie. We hadden het kunnen weten…! Het levert wel prachtige uitzichten op over de bloemenzee, met op de achtergrond de (bewolkte) hoogste berg van Hokkaido, Mount Asahi. Geef ons maar een lange, geleidelijke klim. Of liever vlak, of nog beter bergaf. Met wind mee, natuurlijk.

In Kamifurano staan we op een camping naast een festival. Er is een prachtige vuurwerkshow die we mogen meemaken. Vuurwerk is iets wat je in elke supermarkt opvallend genoeg kan kopen. Een verjaardag of wat dan ook, vier je met vuurwerk. In parkjes zien we jongeren geregeld ermee spelen. Best bijzonder in een land waar alles lijkt te draaien om veiligheid.

Onderweg naar Asahikawa zien we een lange rij mensen staan. We gaan op onderzoek uit. Het is een eetcafétje beroemd om zijn curry. Het is 10.55 uur en er staan zeker 20 mensen te wachten. Om 11.00 uur gaan ze open. Wij houden niet van wachten en fietsen door. Even later willen we toch curry en gaan terug. Een nieuwe rij mensen. We besluiten mee te doen en in de rij aan te sluiten. Iets waarvan we later pas doorhebben dat dit typisch Japans is: voor goed eten sta je in de rij. ‘s Ochtends, ’s middags en ’s avonds. En ja zeker, dat was het meer dan waard, wat is die curry verrukkelijk! Vanaf nu weten we dat Japan ook een curryland is en niet alleen vis en sushi heeft. Wij gaan vaker curry testen;)

Asahikawa is een soort van kleine versie van Sapporo. Het is de 2e stad van het eiland, maar door al het groen heb je nauwelijks door dat je in een grote stad bent. Wederom weinig ziel, maar wel alle gemakken van een grote stad in de nabijheid. We staan hier op een gratis camping, in een zee van groen op een steenworp afstand van een onsen, de supermarkten, etc. Een gratis camping! Wat een fijne uitvinding en service van Japan! Er zijn toiletten en wasgelegenheden, alleen de douche ontbreekt. Alles wordt keurig schoon gehouden en onderhouden en als je de wc nadert word je begroet door een Edelweiss deuntje. Het doet niets onder voor een betaalde camping. ’s Avonds en ’s nachts is de camping het terrein van de eekhoorns en de vossen. We horen een heel raar geluid, het duurt even voor we door hebben wat het is. Het zijn vechtende vossen! Blijkbaar kunnen ze enorm krijsen…. En stelen, dus de spullen goed binnenboord houden!

Vanaf Asahikawa fietsen we in 3 dagen naar Wakkanai, de meest noordelijke stad van Japan. Het is de haven om naar de twee kleine eilandjes voor de kust van Hokkaido te komen; de eilandjes Rebun en Rishiri. De etappes zijn wat vreemd ingedeeld, want we fietsen 134 km tegen de wind in op één dag, om vervolgens ‘slechts’ 88 en 101 km te fietsen met een heerlijke wind mee.

Aan het eind van dag één zitten we op een couchsurfadres. Deze plek is tevens een rider’s house. We worden na de lange dag fietsen bij aankomst in het donker verwelkomd door de 70-jarige Aoki en twee jonge motorrijders. Zij trakteren ons op heerlijk, typisch lokaal eten. We hadden voor de zekerheid alvast gegeten, aangezien we pas om 20.00 uur aan konden komen en de Japanners vroege eters zijn. Gelukkig kunnen we áltijd eten en merkt nooit iemand als we net een maaltijd achter de kiezen hebben 😉

Om te beginnen krijgen we Gengkis Khan voorgeschoteld; kleine stukjes gegrild schapenvlees. De vorm van de stukjes vlees hebben de vorm van het hoofddeksel van de beruchte Mongoolse heerser, Gengkis Khan. Vandaar de naam. Daarna wordt levende ‘uni’; zee-egel voorgeschoteld. Terwijl de stekels heen en weer bewegen, wordt er met een soort lepel/notenkraker op de zee-egel aangevallen, waarna de schaal opensplijt. Geen simpele handeling. Gelukkig geldt ook hier: oefening baart kunst. Oók de aanblik van een ópengebroken zee-egel doet je bepaald niet watertanden! Er zit verrassend weinig eetbaars in. De zee-egel bevat wat ingewanden, die niet gegeten worden en wat smurrie uit de zee. Het enige dat gegeten wordt, zijn de vijf gonaden, oftewel geslachtsorganen (!) (geel tot oranje van kleur), welke verrassend zoet smaken. Totaal niet wat je van een zeedier zou verwachten. Het is een pure en dure delicatesse in Japan die overal te koop ligt. Eindelijk kunnen we erover meepraten 😉 Het is best lekker! Echter niet de immens hoge prijzen waard….

De maaltijd wordt afgesloten met meloen. Juist ja, die dure, zoete meloen waar Furano bekend om staat. De meloen is verrukkelijk zoet en sappig. Er zijn twee meloenen die wij met z’n tweeën op mogen eten. De anderen hadden alvast meloen gesnackt voordat wij kwamen. Even een lesje in Japanse gastvrijheid/bescheidenheid. Beide meloenen zijn voor ons bedoeld. De eerste eten we op, na ze eerst wat aangeboden te hebben. Bij de tweede meloen bieden we nogmaals een stuk aan, wat wederom wordt afgeslagen. Bij de derde keer echter, wordt er zo snel op de meloen aangevallen, dat de meloen op is, voordat de vraag is afgemaakt. Dat lijkt verdacht veel op de beleefdheidsnorm ‘tarof’ die we in Iran tegen kwamen. In Iran dien je alles minimaal 3-5 maal aan te bieden én af te slaan voor je genoegen neemt met het antwoord. Goed om te weten! Nou maar hopen dat we de beleefdheidsnormen niet eerder hebben gekwetst met onze Hollandse ‘graainorm’.

Als we ’s ochtends wakker worden, zitten de motorrijders met een nieuwe emmer uni aan tafel. Voor hun is het ook speciaal en omdat het door de afwezige Aoki is aangeboden, vinden ze uni een prima ontbijt. Wij ‘taroffen’ dit keer terug; we slaan het aanbod mee te eten af. Het blijft bij één aanbod, blijkbaar is het antwoord het juiste en gewenste antwoord;)

We hebben nog twee dagen nodig om de haven van Wakkanai te bereiken, om de oversteek naar Rebun te maken. Het is eerst licht heuvelachtig, maar de laatste 60 km zijn zo plat als een pannenkoek, met heel veel niets. Ja, grasland, moerasland, kustlijn, zee en strand. Het gebied van vogels. En een tunnel, zomaar in het niets. Dus lekker toeren zo, met de wind in de rug.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s