Japan deel 4: Hokkaido – Wakkanai naar Tomakomai 24 juli – 8 augustus

Wakkanai 24 juli

In Wakkanai willen we weer eens een ridershouse testen. De (relatief) goedkope overnachtingsplaats voor fietsers en motorrijders. De eerste waar we aankloppen lijkt vooral te duur voor de muffe dorms die we aantreffen. We gaan naar het tweede ridershouse. En dat blijkt de juiste keuze. Als we de deur uit gaan om een hapje buiten de deur te eten, wordt ons verteld wel om 21.00 uur terug te zijn. Braaf als we zijn, zitten we om 21.00 uur klaar. Dit blijkt het tijdstip dat er een foto met Polaroid wordt gemaakt van alle gasten, waarna wij onze namen op de foto kunnen schrijven. Dat is de traditie hier. Maar daar blijft het niet bij, want het licht wordt gedoofd, de discobol wordt door de bejaarde eigenaresse aangezet en er komt een microfoon tevoorschijn. Oh jee, dat wordt karaoke! Daar gaan ze zeker spijt van krijgen, of erger nog; met onze zangkunst zou er wel eens een traditie kunnen sneuvelen. Het valt alleszins mee. De eigenaresse legt in een lang verhaal (met wat korte vertaalmomenten door de enige Japanner die Engels spreekt) dat het de bedoeling is dat iedereen zich voorstelt en over zijn of haar reis vertelt. Zo gaat de microfoon van hand tot hand. Van 18-jarige Japanse fietsers, naar de 81-jarige vrouwelijke motorrijder. Als het voorstelrondje gedaan is, gaat er toch nog gezongen worden. Een (vermoedelijk) beroemd nummer van een lokale artiest, waarvan de tekst voor de buitenlanders (wij dus) in het Latijnse schrift op de muur staat. Hilariteit ten top en met zo’n samenzang kunnen we enigszins op de achtergrond blijven, zodat ons gebrek aan zangtalent niet teveel opvalt. Na deze muzikale uitspatting, komt de (onvermijdelijke) sake op tafel om de stemming er nog verder in te brengen. Dit is de typische manier om verbinding te maken tussen de altijd wat stugge / timide Japanners. De vraag is alleen wie hier nu het minst op zijn gemak was…

Wakkanai naar Shiretoko NP 25 juli – 2 augustus

De komende dagen fietsen we richting Cape Soya en verder oostwaarts langs de kust, richting Shiretoko NP. De eerste dag fietst een Japanse fietser (van het ridershouse) met ons mee. Die bleek opeens toch ook Engels te kunnen praten! Een Franse fietser (Kevin), fietst een dag of vier met ons mee. Super gezellig! Tegenwind en een goed voorstel van Kevin om een fietspad te volgen, doet ons wat meer landinwaarts belanden. Binnen de kortste keren is het besluit gevallen om de route zuidelijker naar Daisetzusan te verleggen. Het fietst lekker op het fietspad met hier en daar een wegschietende slang. Kevin slingert over het fietspad om alle insecten te vermijden, hij wil ze niet doodrijden. Hierbij ziet hij een polsdikke slang pardoes over het hoofd en rijdt er dwars over heen. Arme Kevin, eh slang! Af en toe zien we wat borden met waarschuwingen. We kunnen er niet veel chocola maken, maar onze Japanse medefietser trekt bleek weg. Een waarschuwing voor beren! We zijn extra alert en willen vooral niet van dit pad af; die beren willen wij wel zien! En ja hoor, pootafdrukken. Onmiskenbaar van een beer, die met zijn modderpoten zigzaggend over het fietspad heeft gelopen. Jemig! De verse sporen maken het heel erg spannend, maar hoe we ook opletten, we zien er helaas (Kevin en wij)/gelukkig (de Japanner) geen….

Er bestaan niet alleen goedkope ridershouses, maar ook gratis ridershouses! Het wordt tijd die eens te bekijken. We slapen in een slaapzaal vol met oude mannen en geen enkele vrouw. De meesten blijven hier wat langer dan een nacht, het is immers gratis.. Een grappige ervaring om tussen een stelletje bonkige types te overnachten die zich maar al te graag bemoeien met de bereiding van onze noedels. Je zou zeggen: heet water erover en gaan, maar zo werkt dat niet in Japan. Bijna ritueel moet eerst het ene zakje, dan het andere zakje toegevoegd worden. De noedels moeten precies 3 minuten in het hete water staan en zelfs het afgieten van de noedels blijkt nogal nauw te kijken. En dat voor kant en klaar noedels uit de supermarkt! Bedankt heren, we konden de gebruiksaanwijzing niet lezen en we deden inderdaad maar wat!

De volgende overnachting is weer een memorabele. Het regent pijpenstelen en we maken er met z’n drieën een korte rit van. We hebben gezien dat er een gratis camping is in Teshiogawa, naast een onsen. De perfecte combinatie. Op deze camping is ook een blokhuis gratis te ‘ huur’ , mits je hem van tevoren reserveert. Het lukt niet met het bellen en dus gaan we er op de bonnefooi heen. Als we aankomen, zijn er anderen in de hut en na enige vertwijfeling worden we binnen gelaten. Buiten regent het nog altijd hard en dus willen we absoluut niet kamperen en hopen hier te kunnen crashen. We krijgen koffie en wat eten aangeboden. Communiceren gaat wat lastig, maar wij kunnen in de één van de kamers slapen. Zij slapen boven, maar gaan de rest van de middag en avond de deur uit. Pas als we bij de onsen badderen en eten, wordt langzaam maar zeker duidelijk hoe het werkt met het blokhuis…De receptie van de sauna/hotel regelt alle reserveringen. Als wij doodgemoedereerd beweren dat wij in het blokhuis slapen, slaat de vertwijfeling bij de receptionist toe. Dat kan niet. Er slapen anderen. “Ja, maar wij ook! De anderen weten dat!” Hij pleegt een telefoontje en komt terug dat het goed is. Het begint te dagen: het blokhuis is gereserveerd door en voor die anderen. En wij zijn gewoon binnen komen vallen in hun huis… We zijn een stelletje blokhuis crashers. Hilarisch!!

Zaterdag 27 juli

Het weer knapt de volgende dagen wat op, alhoewel het buiig blijft, valt er te (wild) kamperen. Alhoewel, het is heet. Het is vooral vochtig en benauwd en ’s nachts koelt het weinig af. Het is in ons 4 seizoenen tent een zweterige toestand ’s nachts. En helaas is er in Hokkaido zoveel vliegend gespuis (muggen, midgets en paardenvliegen) dat de tent open laten geen optie is. Zweten of gegeten worden, dus…

Een belangrijke tussenstop op weg naar Shiretoko is Daisetzusan NP. Daisetzusan is de hoogste berg van Hokkaido. Of eigenlijk bergketen, gevormd door inmiddels gedoofde vulkanen. Het is een ruig terrein en het weer is wisselvallig en ’s winters bitterkoud. Wat heet: in september valt hier vaak al de eerste sneeuw! Wij willen de bergen op en in, maar hebben één dag en dus besluiten we twee kabelbanen omhoog te nemen, om de tijd boven op de berg door te brengen. Na de kabelbanen moeten we evenwel een flink stuk klimmen. Ondanks dat het 7 uur ’s ochtends is, zweten we peentjes. Natuurlijk komt dit door het klimmen en traplopen, maar het is onwaarschijnlijk warm en vochtig. We vervloeken het feit dat we extra (regen)kleding meesjouwen. Het is wel droog en zonnig, dus we hebben tenminste uitzichten. Dat is bij deze berg zeker niet gegarandeerd!

Na een flinke klauterpartij staan we bij de rand van een grote krater. Een prachtig landschap van steen en ijs en bloemenvelden ontvouwt zich. Het windje dat hier waait, is erg lekker en verkoelend. De wandeling om de krater heen duurt een uur of drie. Als we halverwege zijn, komen er meer en meer wolken en als we op driekwart zijn begint het te regenen. Toch wel handig die regenkleding in de tas… 😉 Met die regen koelt het al flink af, maar als we ook nog een flink sneeuwveld steil naar beneden moeten oversteken, verandert het ontspannen wandelingetje in een ijzig geploeter. Auke heeft het erg koud met alle lagen aan. Als hij dan ook nog uitglijdt en hard ten val komt, met flinke schaafwonden tot gevolg, is de lol er wel een beetje vanaf. Pas als we aan de kant van de skiliften afdalen, slaat het weer plotseling weer om. De zon schijnt, de wind zwakt af en de temperatuur loopt hard op. Van de andere kant komen mensen in zomerse kloffie boven, terwijl wij de laagjes afpellen. Het wordt vaak gezegd dat je in bergen op alles voorbereid moet zijn. Bij deze maar weer eens bewezen.

Wildkamperend vervolgen wij onze weg via Lake Sunayu. Bij dit meer kan je een kuil graven in het zand, om je eigen hot tub te creëren. Dus zetten we het op een graven. Het zand spoelen we af met onze douchezak. Van deze hotspring word je immers niet schoner..

Onderweg naar het kratermeer Lake Kussharo, krijgen we een dampende verrassing: Mount Io. Deze actieve vulkaan is een prachtig schouwspel van stoom en kleur. Wat ontzettend irritant, balen en vloeken is, is dat onze camera het zojuist definitief begeven heeft. Al sinds een jumping pic in de Iraanse woestijn gaf hij problemen. Maar hij deed het nog, zij het met horten en stoten, de lens handmatig induwen en uittrekken. De motor die de lens in en uit moet bewegen, is definitief kapot en dus kunnen we helemaal niets, nada, niente meer met de camera. Echt mooie plaatjes hebben we dus niet, want de foto’s die we hebben, zijn met onze smartphones gemaakt. Het spektakel kunnen we dus niet goed vastleggen. Zeker de kleurenpracht komt totaal niet tot uiting, helaas…

Donderdag 1 augustus

De dag naar Utoro aan de rand van Shiretoko NP knallen we flink door, ondanks de klammige hitte. Het weer is definitief omgeslagen van een frisse lente naar een vochtige hete zomer. Shiretoko NP is gelegen op een schiereiland in het oosten van Hokkaido. Wegen zijn hier nauwelijks. Wild des te meer. Reeën, vossen, maar waar wij vooral voor komen: beren! Er zijn er heel wat op Hokkaido, maar als je ze ergens tegen kan komen, dan is het wel hier. De volgende ochtend gaat om 5 uur de wekker om als één van de eersten in het park te zijn voor de beren zijn weggelopen. Het park is echter nog gesloten als wij om 7 uur aankomen en gaat pas om half 8 open. Samen met een 8tal auto’s staan we voor de poort. Exact om 7.30 uur gaat de poort open. Geen seconde eerder. Japanners zijn zeer punctueel en werken volgens de regels. Dat is wederom duidelijk geworden. Wij hebben ondertussen onze zelf meegenomen koffie’s op. We zijn er klaar voor!

In het park kan je een wandeling maken door een merengebied en/of over een boardwalk. De langere wandeling door het merengebied kost vanaf 1 augustus 250 Yen en de boardwalk is gratis. Daarentegen kost de 3km wandeling tot en met 31 juli 5.000yen (het 20-voudige!)en heb je verplichte begeleiding…! Zijn wij even precies op het juiste moment! Je krijgt voor de 250 yen een filmpje te zien en een stuk voorlichting. Bijvoorbeeld dat je geluid moet maken als je een beer ziet. De aanwezigen knopen dat laatste goed in hun oren en lopen hard roepend de wandeling langs de vijf meertjes. Stel je voor dat je een beer ziet!? Wat kom je hier anders doen??? Als gevolg van deze brulapen zien wij een paar herten, maar beren? Ho maar! En bedankt.

Na de wandeling door het merengebied, komen we op de boardwalk terecht. Deze boardwalk is verhoogd en je wordt tegen beren beschermd door schrikdraad. En plotseling gebeurt het dan toch. We zien een groep mensen een kant op kijken en een ranger komt ons vertellen dat verderop een beer is! Zou het dan toch lukken…. na een zoektocht die reeds in Slovenië begonnen is…? En ja hoor: en niet één beer, het is een moederbeer met twee kleintjes!! Ze lopen op een meter of 20 afstand van ons vandaan door het bamboegras. Favoriet voedsel kennelijk, want ze storen zich totaal niet aan de mensen die in de buurt zijn. Wat een fantastisch gezicht is dit. De kleintjes hobbelen achter hun moeder aan, waarbij ze regelmatig helemaal in het bamboegras verdwijnen. Moeder ondertussen wandelt rustig al etend door en heeft er kennelijk alle vertrouwen in dat haar kroos haar wel volgt. We staan denk ik wel een uur de beesten te observeren en foto’s te nemen. Helaas met smartphones, aangezien de camera stuk is. Terug bij het informatiecentrum blijkt de merenwandeling inmiddels gesloten. De beren zijn te dichtbij en dus mag niemand meer, anders dan over de veilige boardwalk, het bos in. Waren wij dus even mooi op tijd!

Terug in Utoro draaien we een was en buigen we ons over de planning. We willen namelijk naar een 10-daagse meditatiecursus (Vipassana) in de buurt van Kyoto. Dat betekent veel fietsen zonder rustdag (dagelijks zo’n 100 km) en een boot van Hokkaido naar Oarai, vlakbij Tokyo. Om na een aantal dagen Tokyo een boot naar Shikoku te nemen. Het is haalbaar, maar eigenlijk willen we nog naar de meest oostelijke punt van Hokkaido; Nemuro. Het meest oostelijke punt waar we op deze reis zullen komen. Fietsend is dat niet meer volledig te doen en dus bekijken we de alternatieven, zoals trein, bus, liften. En zelfs de mogelijkheid om een busje te huren, passeert de revue. Maar de fietsen maken het ongelooflijk ingewikkeld. Om ze met een bus of trein mee te nemen moeten ze gedemonteerd worden en in een fietstas worden geplaatst. Wij weten niet hoe we zowel de fietsen als de bagage verplaatst krijgen. Alles aan de fiets hangen is geen probleem, maar dat gaat dus niet. Het is daarbij extra lastig om in het dunbevolkte noorden van Hokkaido alternatief vervoer te krijgen. Terwijl we de planning bekijken, drogen we onze net gedraaide was bij de Michi-no-Eki van Utoro en nemen daarbij de halve buitenruimte in beslag. Een Japanner ziet ons ploeteren met was en planning en vraagt of hij kan helpen. Dat gebeurt niet vaak in Japan: iemand die op je afstapt met de vraag of hij/zij kan helpen! De welkome verrassing blijkt Yoshi. Zelf een liefhebber van fietsen die ooit Australië doorkruist heeft. Hij blijkt een warmshower host die op Hokkaido woont. Een superaardige gast die wat suggesties opwerpt en voor ons rond belt. Het levert uiteindelijk helaas niets concreets op. Behalve bevestiging dat het moeizaam is. Wel ontzettend leuk dat iemand zomaar zoveel moeite voor ons doet.

We besluiten alsnog te gaan fietsen en Nemuro te laten zitten. In Nemuro is niets bijzonders. De tocht erheen blijkt niet bepaald mooi ook. Het enige is, is dat het het meest oostelijke puntje van het ‘vasteland’ van Japan is. Dat leek ons vooral een mooi symbolisch punt om te bereiken voordat we langzaam westwaarts gaan.

Als de was droog is en we Yoshi gedag hebben gezegd, stappen we op de fiets. Het is inmiddels kwart voor 4 en we willen nog naar de andere kant van het schiereiland, naar Rausu. We moeten dan wel een pas over, dus dat wordt nog flink aanpoten. Gelukkig maken de Japanners de wegen nooit te steil en is de temperatuur wat aangenamer zo aan het eind van de dag. Als we een kilometer of 15 onderweg zijn, zien we auto’s stil staan op de weg. “Beren!” Zeg ik min of meer voor de grap. En inderdaad!! Dee automobilisten staan stil om beren te fotograferen. Krijg nou wat! Wederom een moederbeer met haar kroos. Mogelijk dezelfde als vanochtend, ook al is het 7 kilometer van de plek waar we ze vanmorgen zagen en een uur of 8 later. Het boeit ook eigenlijk niet, want we zien de beren nu nog veel dichterbij. Het zal een meter of 5 van ons zijn dat de moederbeer doodgemoedereerd de weg tussen de auto’s en ons door oversteekt, op zoek naar de sappigste plantjes. Eén voor één volgen de kinders. Verkeerslessen hebben ze daarbij niet gehad, dus houden we het tegemoetkomend verkeer met (wilde) gebaren tegen, zodat de beren veilig kunnen oversteken. Bovendien: iedereen zit veilig in zijn auto, behalve wij. Wij staan daar toch vrij kwetsbaar te wezen en hebben liever niet dat de moederbeer van streek raakt! Wat spectaculair dat we dit mee mogen maken. Dit was één van de belangrijkste redenen om naar Hokkaido/Shiretoko te komen, dus de missie is geslaagd!

Wat mis je de camera op deze momenten! In alle spanning is het filmpje wat met trillende handen en de telefoon is gemaakt, ook niet gemaakt….snifff. Maar we hebben beren in het wild gezien!!!

Door dit prettige ‘oponthoud’ moeten we flink buffelen en zijn we net vóór het donker op de pas. Mooie uitzichten hebben we niet meer, mede vanwege regen. We zien nog net de meest zuidelijke eilanden van de Koerillen: Russisch grondgebied, dat door Japan wordt betwist. Het is 19 uur en donker als we aankomen op de camping, waar we zowaar twee Nederlandse fietsers treffen: Janneke en Darna uit Leiden. Dit zijn de eerste Nederlandse fietsers sinds een hele lange tijd en een stel ongelooflijk enthousiaste kwebbelkousen. We kletsen dus een hoop af, ondertussen de tent opzettend en eten kokend. Nog even naar de gratis onsen en we kunnen lekker wegdromen van leuke beren op de weg.

Shiretoko naar Tomakomai 3 – 8 augustus

In 5 dagen fietsen we van Rausu naar Tomakomai waar de boot richting Tokyo gaat. We leggen daarbij ruim 540 km af en kamperen alle dagen in het wild. Op één dag na, want we krijgen een uitnodiging van warmshower host Yoshi om bij hem, Sauwa en de kinderen te overnachten. Alhoewel het 10km van de route af ligt, slaan we het aanbod niet af. Het is alweer een tijdje geleden dat we gehost zijn en gehost op een boerderij met melkkoeien, zijn we nooit. En dat is een goede keuze. We krijgen een warm welkom, lekker eten (Teriyaki) en hebben onze eigen hut. De kinderen proberen ons wat uit te leggen hoe in het Japans wordt geteld. Het is niet te doen. Elk object wordt anders geteld: een groot beest, een klein beest, mensen, bomen, meubels, etc. Japanners zijn graag speciaal (wie niet?), maar om op deze wijze speciaal te zijn….! Het eerste land waar we per direct het leren tellen in de lokale taal opgeven.

Yoshi is heel benieuwd naar het boerenleven in Nederland. Wat levert een koe aan melk, wat is de gemiddelde grootte van een boerenbedrijf, etc.? Maar wij zijn stadse mensen en helaas moeten we veel antwoorden op deze vragen schuldig blijven.

Er zijn in deze streek waar we doorheen fietsen veel melkbedrijven. Het nadeel daarvan is dat deze hoek van Hokkaido barstenvol horzels zit. Zeker als je wat langzamer bergop gaat, is het een heel gevecht tegen de helling EN de horzels. Het is slaan, trappen en schreeuwen, de prikken zijn erg pijnlijk en ze prikken nooit in hun eentje… Rotzomer!

Dit deel van Hokkaido is tevens het gebied van de kraanvogels. Kraanvogels zijn prachtige sierlijke vogels en in Japan staan ze symbool voor lang leven. Ze zijn hier bijna heilige dieren, en desondanks waren ze bijna uitgestorven. Door een reddingsplan is hun aantal flink toegenomen en wij zien zelfs 23 kraanvogels in 3 dagen tijd. Meestal een paartje samen, soms met een stuk of 4 of 6 tegelijk. Die kraanvogels waren de tweede reden om naar Hokkaido te gaan, weer een missie geslaagd!

We knallen door richting de haven van Tomakomai. De 20.000 km, 20.000!!! slechten we 5 dagen nadat we de 19.500 km hebben gepasseerd. We zijn trots op de afstanden die we afleggen, maar de lange fietsdagen en het wildkamperen maakt wel dat we aan heel weinig (regel)dingen en bloggen toekomen. We nemen ons stellig voor om, zodra het kan, gas terug te nemen. Om tot rust te komen en wat achterstand weg te werken. De missie die maar niet wil slagen… maar he 20.000 km op de teller! Jihaaaaaaa!!!!

Het zuiden van Hokkaido kent wat grotere steden en grotere wegen. Een goede plek om liftend te proberen wat sneller in Tomakomai te komen. We hebben nog steeds teveel kilometers voor de boeg. Alhoewel het met 2 fietsen en alle bepakking vast niet mee zal vallen. We proberen het bij de entrée van een tolweg, de ideale locatie. Waar het niet dat we binnen 5 minuten worden weggestuurd. Op de tolweg mag niet gelift worden. Dat snappen we, maar we staan vóór de tolweg, op een plek waar ruimte is voor auto’s om veilig te stoppen. Er wordt meer verkeerspolitie bijgehaald (een mannetje met een vlag). Deze legt met omslachtige gebaren uit, dat het niet toegestaan is te liften op deze plek. Verdere discussie blijkt zinloos, het mag niet en dus proberen we het op een aantal andere plekken. Ondanks verwoede pogingen, lukt het niet om met alle balast een lift te bemachtigen. Wel proberen mensen ons te helpen met oplossingen om tijd te winnen. Uiteindelijk geven we het na veel verloren uren op en fietsen we aan het eind van de dag een flink stuk in het donker om deze tijd enigszins goed te maken. Er zit niks anders op. Als we flink doorfietsen is de planning krap aan nog steeds haalbaar. Knallen dan maar! In elk geval zijn de hoogste bergen gepasseerd en hebben we voornamelijk vlakke routes voor ons.

Vlak voor Tomakomai zit een vogeltje versuft langs de weg. Ik fiets bijna over hem heen, maar hij reageert totaal niet, alhoewel hij wel gewoon op zijn pootjes zit. We stoppen en zetten hem wat van de weg af. Geen reactie. We geven hem wat water en ja hoor, hij schudt zijn koppie. Als we hem nog wat geven, drinkt hij gulzig. Na een paar slokken, kijkt hij zichtbaar helderder uit zijn ogen en als ik hem veilig in het gras wil zetten, vliegt hij weg. Waarschijnlijk was hij aangereden en door de knal in een shock geraakt, maar niet gewond. In elk geval was de levenslust duidelijk terug. Jippie, we hebben een (vogel)leven gered!!

En ja hoor we redden het!!! We zitten op de boot, Vipassana is nog steeds haalbaar. Al zijn we afgelopen dagen enigszins overspannen geraakt, wat niet bepaald een goede start zal zijn… We slaan goed boodschappen in voor de lange boottocht naar Oarai waarin we hopelijk wat kunnen uitrusten. De volgende dag komen we daar aan het eind van de middag aan. We moeten bij aankomst daar, direct een stuk richting Tokyo fietsen, zodat we vrijdag op tijd langs het visum bureau kunnen gaan voor de aanvraag van ons China visum. Het is allemaal superkrap, maar hopelijk gaat alles op tijd lukken.. Oja dat dus. Het visum voor China. Dat betekent enorm veel uitzoeken en regelen: (nep)vluchten boeken, hotels boeken die te cancellen zijn, hotel boekingen aanpassen naar twee namen, planning maken die reëel overkomt voor de Chinese ambassade en waarmee we een lang visum krijgen… etc etc. Rust? welke rust! Eerst de aanvraag en dan de rust… Laten we eerst even naar de planning kijken. Hoe ver is het fietsen? waar gaan we slapen? Wooh Tokyo is duur. Waar zit de ambassade? waar kunnen we printen? en zo is boottijd functionele tijd die veel te snel om is. Zucht. we zijn er al…

3 gedachtes over “Japan deel 4: Hokkaido – Wakkanai naar Tomakomai 24 juli – 8 augustus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s