Japan deel 6: Shikoku, Shodoshima en Teshima 17 – 25 augustus

Shikoku (zaterdag 17 t/m maandag 19 augustus)

Met een nachtboot komen we van Tokyo na 17,5 uur aan in Tokoshima, op het eiland Shikoku. Shikoku is het kleinste van de 4 hoofdeilanden van Japan. Dat we in Tokyo hebben geleerd dat we meer vooruit moeten kijken en plannen, betekent niet dat dit gelijk gebeurt. Als je eenmaal achterloop op de zaken, blijft dat zo. En dus staan we hier op dit eiland, zonder een idee te hebben wat hier te beleven valt. Het was de enige ferry van Tokyo richting het zuiden en dus zijn we hier opgestapt. Vanaf hier is het nog 200km naar de Vipassana locatie waar we vandaag hadden willen zijn. De rechtstreekse route gaat via het eiland Awaji naar Honshu, maar de grootste brug is een snelweg en daar mogen we op de fiets nooit overheen, behalve als we gaan liften…

We hebben (ook?) niet geleerd van de mislukte liftacties en dus zit het nog steeds in ons hoofd dat we wel degelijk die snelweg kunnen overbruggen. Gewoon omdat die route weleens heel mooi zou kunnen zijn. Maar eerst willen we weten of Shikoku de moeite waard is om te blijven. Het informatiebureau is onze eerste stop. Nou ja, na de ferryterminal. Hier proberen we wifi te vangen, wat helaas op de boot niet aanwezig was, terwijl we daar juist aan gewend waren. In de terminal is een ruimte met diverse folders en dus vragen we of het toevallig ook een informatiebureau is. De enige die Engels praat komt naar ons toe en geeft snel aan hier aan het verkeerde adres te zijn. Waar we naar opzoek zijn? In ieder geval een kaart. Meneer verwacht dat het elders in het gebouw wel aanwezig is en loopt met ons mee. Tevergeefs. Hij rent hard rond alsof we de boot nog moeten halen. Vervolgens komt hij met een printje van de stad en de route naar het informatiebureau aanzetten. Met het zweet onder zijn oksels en snakkend naar adem overhandigt hij het papier. Iets wat we online ook gewoon kunnen opzoeken. Al die moeite! In Nederland zouden we naar alle waarschijnlijkheid zeggen; “Nee, ik kan je niet helpen, we zijn geen informatiebureau”. Heel misschien kan je online even meekijken naar de route. Hier in Japan rent iedereen hard voor je. Ze lijken zich verplicht te voelen je vragen te beantwoorden. Op zijn Japans dankbaar buigend, verlaten we het gebouw! Als we daarna een 1,5e liter pet fles in een vuilnisbak voor kleine flesjes proberen te stouwen, gaat een ander voor ons de vuilnisbak proberen te openen dan wel de fles te pletten en te duwen tot het past… Voor ons gaat dit allemaal een stapje te ver, maar vriendelijk en behulpzaam is het absoluut.

Bij het informatiebureau is het niet anders. Het voltallige personeel (3p) gaat ons 1,5 uur lang van dienst zijn. Vragen over ferries, fietsen op de ferry, fietsroutes, bezienswaardigheden, kaarten, etc. Het maakt niet uit, ze staan voor je klaar. Nee, we komen inderdaad de brug niet fietsend over, maar er gaat een transportbus om fietsen over te brengen. Een service in mei en juni, maar natuurlijk bellen ze om te informeren naar de mogelijkheden. Helaas gaan de bussen nu echt niet. Over de plaats Tokoshima hebben ze weinig te melden, behalve dat het bekend staat om het dansfestival wat gisteren geëindigd is. We hebben gelukkig niet al te veel gemist, want 2 van de 4 dagen waren vanwege de tyfoon überhaupt weg- eh afgeblazen.

De brug die ons weerhoudt om het eiland te verlaten, trekt ons aan. Door aantrekkingskracht van de maan ontstaat eb en vloed en wordt het zeewater door een relatief kleine doorgang gezogen. Dit trechtereffect zorgt voor draaikolken in het water. Een bijzonder natuurfenomeen dat wij natuurlijk graag zelf aanschouwen. En dus fietsen we die kant op.

Als het donker is, slapen we in een shelter. Het is te heet om een tent op te zetten, dus slapen we in de open lucht, onder een dak. In de vroege ochtend worden we gewekt door een motorrijder en muziek. Muziek die hij heeft opstaan, denken we. We houden ons gedeisd totdat hij weg is, maar wel nadat hetzelfde deuntje nog een keer afgespeeld is. Het blijkt dat dit deuntje hoort bij één of ander gedenkteken dat daar staat. Kennelijk vond hij het leuk om het deuntje ’s ochtends voor dag en dauw af te spelen. Tot twee keer toe. Nu we toch wakker zijn luisteren we het nog een keer af. Best een leuk deuntje!

Als we aankomen bij de loopbrug met glasbodem die ons boven de draaikolken zal brengen, blijkt die pas om 8 uur open te gaan. We hebben nog een uur te doden en lopen wat in de omgeving rond. De draaikolken blijken niet altijd even goed zichtbaar te zijn. Je moet wat geluk hebben (en springvloed) en dat geluk hebben wij niet, ondanks de juiste timing. Evengoed stroomt het water razendsnel en met een hoop kracht onder ons door. Wat voor een zee toch heel bijzonder is.

Shikoku bekoort ons wel. Het is het eiland van tempels. Tientallen tempels, misschien wel honderden. 88 van deze tempels zijn van extra bijzondere waarde. Ze maken namelijk onderdeel uit van een bedevaartsroute over het eiland. De pelgrims, Henro’s genaamd, lopen traditioneel een route van ongeveer 1.200 km. Tegenwoordig worden ook vervoersmiddelen ingezet. De tempels zijn stuk voor stuk gesticht door een monnik genaamd Kobo Daishi. Kobo Daishi is een Japanse monnik die zich in China in het Boeddhisme heeft verdiept. Hij is één van de belangrijkste verspreiders van het Boeddhisme in Japan. De Henro’s zijn te herkennen aan hun outfit: wit t-shirt (oizuru), hoed (suge-kasa), staf (kongo-zue), tas (zuda-bukuro), gebedskralen (juzu) en wierrook (senko). En allemaal hebben ze, hoe kan het ook anders, een stempelboekje (nokyo-cho). Dat stempelboekje dient als bewijs dat je de pelgrimstocht volbracht hebt.

Wij fietsen naar Takamatsu via tempel 1, 2 en 3. Een soort ieniemienie bedevaart dus. De tempels zijn stuk voor stuk prachtig. Hout wordt veelvuldig gebruikt en de daken en dakpannen zijn schitterend van vorm. Bovendien staan de tempels in een bosrijke omgeving. Dit maakt dat de tempels een hele fijne rust/sereniteit uitstralen. Dit hebben we wel wat op Honshu gezien, maar op Hokkaido totaal niet. En ondanks alle tempels in India, Nepal en China, blijken we tempels nog niet beu, sterker nog ze worden steeds mooier! We zijn direct al ontzettend blij dat we dit stuk(je) Japan ook te zien krijgen.

Het is alweer donker als we een (volgens onze app) gratis camping bereiken. Alhoewel… het is een groot sportcomplex met een boel gras er omheen. Dat kan best doorgaan voor kampeerplek, maar meestal staat er een bordje bij en zijn er wat meer voorzieningen dan alleen de wc’s. We vragen na bij de sportaccommodatie waar we kunnen kamperen. Er wordt ons verteld dat dat helemaal niet kan/mag. Hmm, wat nu? We trekken de stoute schoenen aan om te vragen of we dan misschien wel mogen douchen. Dat mag! Dat is prettig, want het is nog steeds ontzettend heet en zweterig en een douche (of onsen) willen we toch eigenlijk elke avond wel. We zijn een beetje verwende, luxe fietsers, we weten het. Gedoucht en wel besluiten we te wachten tot iedereen is verdwenen en zetten we alsnog ons tentje op.

Op weg naar Takamatsu bezoeken we tempels 84 en 85. Beide weer erg de moeite waard. Eén van deze tempels ligt hoog op de berg en klimmen blijft nog altijd niet onze favoriete bezigheid. Er gaat een treintje omhoog en als buitenlander kan je voor de helft van de prijs omhoog. Sterker nog, zelfs de fietsen mogen mee de trein in, zonder extra kosten. Top! Naar beneden fietsen we wel 😉 En wat een prachttempel!! Door de mist staat het er mysterieus bij. We kijken onze ogen uit.

Tempel 86 waren we ook van plan te bezoeken, maar als we daar bijna zijn, is het al 5 uur en de tempel gesloten. Erg jammer, want gelegen op een heuvel schijnt de tempel erg de moeite waard. In Takamatsu kamperen we weer. Alhoewel, we hebben een soort van hotel geboekt, waar je in een capsulebed op een nagemaakte camping slaapt: op de vloer ligt kunstgras en aan de muren hangt behang van een mooi alpenplaatje. Leuk gedaan! Takamatsu zelf is een fijne plaats, met een fantastische bakker, een levendige arcade en prachtige tuinen waar we ons door Kayo, een gepensioneerde natuurliefhebber, rond laten leiden. Japan is duur, maar sommige dingen zijn verbazingwekkend goedkoop. Op veel plaatsen kan je een rondleiding krijgen van één van de vele vrijwilligers. Dit is helemaal gratis en natuurlijk van toegevoegde waarde! En waar je bijna overal ter wereld de gids alsnog fooi geeft voor de bewezen diensten, is dat in Japan ongebruikelijk. Een fooi geven is zelfs een belediging! Geregeld is ons boekje ‘etiquette in Japan` van grote waarde en bespaart geld en gênante momenten ;).

Met deze laatste wandeling is het tijd voor de veerboot (jawel, al weer één) naar Shodoshima.

Seto inland sea: 20 augustus – 25 augustus: Shodoshima, Teshima: setouchi triennale

Shodoshima

Het grootste eiland van de groep kleine eilanden in de Seto Inland Sea staat in het teken van kunst. Deze hele reis hielden we ons zelden tot nooit met kunst bezig. De enige uitzondering is een week straattheater in Ljubljana, Slovenië, waar we ongelooflijk van hebben genoten. Daarbuiten beschouwen we onszelf cultuurbarbaren…. We gaan proberen daar wat aan te doen!

Het is Setouchi Triennale, een kunstfestival dat elke 3 jaar plaatsvindt en dit jaar voor de 4e keer. Het vindt drie seizoenen plaats; drie maal een maand lang, waarbij alle kunstwerken open worden gesteld voor het publiek. Veel mensen kopen hiervoor een toegangspas (met natuurlijk, op zijn Japans, een stempelkaart), alhoewel de meeste kunstwerken gratis te bezichtigen zijn. Zeker hier op Shodoshima. Wij gaan in 4 dagen bijna 30 kunstwerken af, waarbij we slechts vier maal entree betaalden (€2,50 per keer). Weer zo’n voorbeeld dat niet alles in Japan duur is!

Zo’n 3 à 4 maal waren we totaal niet onder de indruk. De rest was interessant, indrukwekkend, inspirerend en soms zelfs mind blowing. Het is kunst en niet goed uit te leggen, laat staan een goed beeld te schetsen. Sorry, je moet het echt met eigen ogen komen zien, een aanrader! Het thema van dit jaar ‘restauratie van de zee’ met de focus op het gebruik van de natuurlijke omgeving en het gebruik van verlaten huizen, komt de ene keer meer naar voren dan de andere keer. Het is hoe dan ook stuk voor stuk uniek te noemen. De meeste kunstenaars zijn Japanners, echter er doet ook een zuiderbuur mee; Hans op de Beeck. Hij heeft een unieke ruimte gecreëerd, waarin de Japanse cultuur naar voren komt in een volledig grijze omgeving. Nou ja, behalve de roze bloemen aan de bomen, verder is alles helemaal grijs, van mens, tot boek, tot tafel, lelies, etc.!

Een prachtig kunststuk van een Japanner is de bamboe-tent, met behulp van bamboe is een enorme ruimte gemaakt met toegangspoort etc. Een Chinees heeft een enorme boot en toren gemaakt van oude meubels, kastdeuren, etc. Tevens imponerend!

Heel uniek vinden we een ogenschijnlijk simpel kunstwerk: een muur met verschillende verflagen, met als laatste kleur wit. De kunstenaar heeft met een mesje één tot meerdere verflagen van de muur geschraapt, waardoor verschillende kleuren zichtbaar worden. Op deze wijze ‘schildert’ hij ouderwetse Japanse taferelen op de muur. Hoe kom je erop! We blijven staren naar de ‘tekeningetjes’, geweldig!

Overnachtingen

De eerste twee nachten staan we op een camping met douches. Douches! Een uniek fenomeen, want zelfs op betaalde campings in Japan is dit niet de standaard. We staan er prima, de douches kosten 100 yen (€0,80) wat super netjes is, want als er al ergens douches aanwezig zijn, betaal je al gauw het drievoudige. Het is echter zo ontzettend heet….! Geen schaduw te vinden en ’s nachts daalt de temperatuur niet onder de 27’C, wat alsnog een gevoelstemperatuur van 30 ‘C is…. In de tent is het veel heter, buiten de tent slapen vinden de muggen een groot feest. De tent openritsen betekent een indoor muggenparty… We slapen bijna slechter dan als we wildkamperen en boeken voor de dag erna een dorm (slaapzaal). De enige betaalbare accommodatie op dit eiland voor de komende dagen is een enkel hotel met 4 personen op één kamer. Met €64,- voor ons tweeën in een gedeelde slaapkamer is dat fors betaald, maar niet in Japan. Het is voor ons wel de duurste overnachting van de reis…. Met een beoordeling van een 9,4, een keuken om te gebruiken, een lounge, privéstrandje en een balkon om te zitten, gaan we toch overstag. We willen een nacht doorslapen! We checken vroeg in (13u) en vanaf dat moment is het genieten geblazen. We bakken een groenteomelet voor de lunch, marineren aubergine voor de avondmaaltijd en ploffen op het strandje in de hangmatten neer. Het is een piepklein strandje, echter wel ons paradijsje. We gaan weer eens ontspannen, relaxen, zwemmen en bijkomen. We genieten van het heerlijk verfrissende zeewater, hoog boven het water springende (!) vissen en zien tot drie maal toe een rog voorbij zwemmen. Een rog! Hoe gaaf is dat! We begonnen net te wennen aan de krabben overal; op de weg in het dorp (ver van het water), de toilet, onder de tent en noem het maar op, maar een rog….! (helaas geen goede foto van).

Binnen is er airco, wat niet eens nodig is, omdat het er überhaupt lekker koel is. Er hebben wat meer gasten ingecheckt; o.a. een Duits-Japans koppel en een andere Duitser. Het stel komt hier jaarlijks en babbelen uitgebreid met de eigenaren; een Japans-Amerikaans stel. We gaan erbij zitten en worden bediend met gemarineerde octopus. Fantastisch! Even later komt de Duitser met een fles saké aanzetten en schenkt iedereen een flink glas in. Iemand maakt salade en iedereen eet mee. Wij maken gebakken aardappelen en een roerbakgroentemix van aubergine (in sesamolie en ketjap gemarineerd), paprika, champignons, ui, knoflook en op zijn Japans met de fantastische smaakmakers; sesamolie en een mix van zeewier met sesamzaadjes. Iedereen eet mee. En iedereen geniet en gaat voor een tweede ronde. We eten noodgedwongen minder dan normaal, maar hebben vandaag minder gedaan en redden het er goed mee. We kletsen tot een uur of 11 ‘s avonds door, wat is het gezellig!

De laatste nacht willen we op een camping bij het strand slapen. We komen die dag wat traag op gang, wachten eerst de regen en daarna de hitte af, alvorens de berg met 800 hoogtemeters op te klimmen om naar de andere kant van het eiland te komen. Bovenaan aangekomen is een gondelbaan. En daarmee faciliteiten om wild te kamperen; bankjes, shelters, toiletten (versierd met kamerplanten!) en prachtige groene vlakke tentveldjes. Hmmmm… verleidelijk! Om 18:00 uur barst de hemel open. Dat is de druppel, we gaan niet meer verder. Die shelters zijn noodzakelijk willen we onszelf en de tent niet zeiknat laten regenen. Bij gebrek aan douches gaat Auke in de stortregen het zweet afspoelen. Als het minder regent, blijkt onze douchezak voor mij superhandig. We moeten wel zachtjes aan doen, we weten niet of het wel gewenst/hoe ongewenst het is, dat we hier zijn. De gondel is om 17:00 uur reeds gesloten, echter blijkbaar is er nog een feestje wat tot 21:30 uur doorgaat. In het donker donder ik nog een keer een verhoging af, verder redden we ons prima. De tent staat niet op zichzelf (wat een goede wildkampeertent wel kan!) en de haringen krijgen we het beton niet in. Aangezien het hard blijft regenen zetten we de tent onder de shelter met scheerlijnen aan de palen vast. Hij staat halfslachtig, maar droog en slaapt het fantastisch.

’s Ochtends is het overal een modderpoel en zijn onze spullen en tent ervan bespaard gebleven. Gisteravond zagen we een wild zwijn lopen en vannacht zijn we er vrij zeker van dat zij langs kwamen om te snuffelen aan de afwas. Vanochtend gaan wij de zwijnen terug opzoeken en wandelen in de omgeving alvorens bij droog weer de berg af te dalen. Zachtjes lopen we door het bos en zien een stuk of vijf wilde zwijnen. De eerste ziet ons niet zolang we muisstil blijven staan en het zwijntje komt zelfs naderbij. Zodra we een geluidje maken of bewegen rent hij hard weg. Zo horen en zien we geregeld zwijnen rennen en horen we ze elkaar met ‘grommen’ voor ons waarschuwen. Wat gaaf weer!

De Noordkant van Shodoshima

We dalen af naar de zee. Het is van regenachtig alweer vochtig en klam weer geworden en dus zoeken we het strand op. Hier ploffen we een paar uur neer, heerlijk! Het water is verkoelend en het zand is fijn. Onze douchezak kunnen we vullen en in de zon opwarmen, zodat we het zout kunnen afspoelen alvorens verder te gaan.

We besluiten ons rustig aan richting de ferry te begeven. We fietsen langs de laatste kunstobjecten en kunnen helaas niet de sesamolie-fabriek bekijken omdat het weekend is. Het lijkt ons erg boeiend te zien, wat overal te ruiken is. Bovendien krijg je een gratis flesje van onze favoriete ontdekking; de Japanse sesamolie. Nog nooit gebruikten we zoveel olie en was het eten zo smakelijk met minimale ingrediënten.

We kijken terug op een prachtig eiland vol kunst en natuurschoon. Shodoshima heeft alles; een groene omgeving met zee en strand, bergen, mooie rotsformaties en wilde dieren. Het heeft daarnaast unieke begraafplaatsen, mooie Japanse huisjes en de smalste zeestraat ter wereld. Dit voelt veel meer Japans dan Hokkaido. Het eiland heeft twee Michi-no-Eki’s, dus geairconditioneerde roadhouses met snelwerkende wifi. Hierdoor kunnen we telefoontjes plegen en surfen op het internet. Bovendien bieden ze drinkwater met ijsklontjes, terwijl op onze eerste camping geen drinkwater uit de kranen kwam..! Er is maar één nadeel aan dit eiland; we fotograferen er op los… weer honderden foto’s om te bekijken, sorteren, selecteren en plaatsen 😉

Teshima

Een korte boottocht van 20 minuten brengt ons naar Teshima, een klein eiland van 14,5km2, met 800 inwoners. Het is 18:30 uur als we in de haven onze flessen hebben gevuld met water en we naar het eerste kunstwerk fietsen. Na even te basketballen met 5 baskets (‘no one wins’) gaan we op zoek naar een geschikt stukje grond voor de tent. Het eiland staat vooral bekend om één museum met veel groen eromheen. Daar hebben we onze zinnen op gezet. Helaas is (natuurlijk) alles afgezet en dus moeten we door fietsen. Om 19:00 uur wordt het donker dus hebben we haast. We vinden echter niets. Behalve zwijnen die op straat net zo van ons schrikken als wij van hun. En een beverrat!! Wat een groot beest en gewoon blijven zitten terwijl we foto’s maken!

Pas aan de andere kant van het eiland na het nodige geklim en gezweet vinden we een tempel waar we de tent kunnen plaatsen. Het regent inmiddels weer en we koken onder de overkapping van de tempel. Als het droger wordt zoeken we iets verderop een stukje gras op waar we de tent plaatsen. Het voelt toch bezwaarlijk om zonder toestemming de tent op het tempelterrein te plaatsen. In India was het bij tempels altijd een drukte van belang als de zon opkwam. Wij willen iets later opstaan 😉

Een goede nachtrust en een fietstochtje terug naar de andere kant van het eiland brengt ons naar het beroemde Teshima art museum. Het is een (voor ons doen) duur museum dat 1.540 Yen (€13,-) kost. We twijfelen, want het museum kent exact één kunstwerk; het gebouw zelf. De referenties zijn echter heel goed, dus we besluiten er voor te gaan.

Als je over een wandelpad het museum binnenkomt, denk je in eerste instantie; is dit het nou??? Het gebouw is van beton, half uit de grond stekend, druppelvormig met twee grote gaten in het dak en is volledig glad gestukt. Er zitten en liggen mensen op de grond, kijkend naar water dat uit het beton omhoog sijpelt. Dat sijpelende water vormt druppels en de druppels vormen stroompjes die zich verplaatsen naar lager gelegen plassen. Als de stroompjes uitkomen in de plassen, maken ze door de impact, deuken in de plassen. Water maakt deuken in een plas?! Inderdaad. En dat boeit. De stroompjes boeien. Het maakt het kind in de mens los, lijkt. Het is intrigerend te zien hoe de beweging van het water telkens verandert. Door zwaartekracht, wind, vuiltjes op de grond, etc. Je kan je tijden vermaken met het kijken naar het water en als dat verveelt, kan je nog altijd mensen kijken die gefascineerd zijn door het schouwspel. Zonder dat we er erg in hebben, hebben we een uur binnen doorgebracht!

De rest van het kleine eiland heeft nog een paar andere kunstwerken, maar deze maken stuk voor stuk minder indruk dan het museum. Een goede commerciële zet, dit museum hier. Het trekt mensen van heinde en verre. En ja, wij raden het iedereen ook aan 😉

In 5 dagen hebben we zoveel kunst gezien dat we de 15 maanden kunstbarbaren spelen ruimschoots hebben gecompenseerd. We hebben enorm genoten van de kunst. We houden stiekem wel van kunst. Vooral van toegepaste kunst zoals we hier vooral (denken te hebben ge)zien. We werden er blij van, het inspireert, het verbaast. Het haalt je even helemaal weg uit de fietsreis. Misschien was dat wel gewoon even heel lekker 😉 Deze twee eilanden hebben Japan extra bonuspunten gegeven! Aanraders, vooral tijdens de kunstmaanden setouchi triennale.

Overigens hebben de drie dagen Shikoku al een heel ander en positiever beeld van Japan opgeleverd. Ach ja Japan is het 62e grootste land van de 235 zelfstandige landen ter wereld. Naast China en Rusland oogt het niet groot, het is wel 9x groter dan Nederland. Dus tja, best groot, best veelzijdig en met al die eilanden zijn het ei(genlijk)landen op zich. Eilanden met elk een eigen identiteit. We willen na twee maanden wel weer verder, terwijl steeds weer blijkt dat er in Japan nog veel te ontdekken valt. We gaan nu nog even terug naar Honshu, komen met heimwee nog een dagje terug op Shikoku alvorens we even zullen snuffelen aan het laatste grote eiland Kyushu…. Wordt vervolgd!

Een gedachte over “Japan deel 6: Shikoku, Shodoshima en Teshima 17 – 25 augustus

Laat een reactie achter op Rianne Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s